[24] Jer. 2: 13

Voorganger

Peene, W.

Datum preek

4 mei 2003

U kunt de preek hier beluisteren en lezen, of de tekst van de preek kopiëren naar het klembord.

De tekst voor de prediking is Jeremia 2 vers 13. Want mijn volk heeft twee boosheden gedaan. Mij, de springaders des levende waters, hebben zij verlaten om zichzelf bakken uit te houden, gebroken bakken die geen water houden.

Gemeente, naar aanleiding van onze tekst gaan we eens kijken naar de watervoorziening in Israël. Want water hebben we allemaal nodig. Voedsel, daar kan niemand zonder, maar voedsel dat kunnen wij nog een tijdje ontberen, laten staan, maar water, vocht, dat kunnen wij niet missen.

En dan begrijpt u dan is het belangrijk hoe dat nou geregeld zit met die watervoorziening, zeker in een land als Israël in vroege tijd. In Palestina van vroeger. Want in Palestina daar zijn tijden dan regent het helemaal niet. En is het toch van het grootste belang dat de mensen water hebben.

Hoe was nou die watervoorziening in Israël geregeld? Sommige mensen die hadden het getroffen. Die mensen die woonden bij een bron, bij een rivier, bij een beek. En iedere keer opnieuw wanneer ze water nodig hadden dan konden zij naar die bron toe gaan, dan konden ze daar fris, helder, stromend, levend water uithalen. Zoveel ze maar wilden konden zij daar putten.

Iedere keer opnieuw werd door die bron weer nieuw water aangevoerd. Maar u begrijpt ook wel dat er ook streken zijn waar geen rivier stroomt en waar geen bron is, waar geen fontein is, waar water opborrelt en opwelt. En hoe moet het dan? Want die mensen die moesten putten gaan graven of cisternen gaan metselen of zij moesten uit steen een soort bak gaan houden.

En dan wachten zij tot de regentijd aanbrak en dan raakte zo’n waterput of waterbak vol met water en dan moesten het zij het dan mee doen ook in de droge tijd. Maar met die bakken is toch een gedoe. Het is niet zo’n luxe als een als een bron als een wel. Want laten we eerlijk zijn, in het begin staat die bak vol met water, met schoon, fris water, maar water kun je niet al te lang bewaren.

Fris water, dat gaat toch bederven. Het wordt niet meer zo helder. Het is niet meer zo schoon. Dat water dat gaat op een gegeven moment zelfs stinken, want in dat water daar komen diertjes in, ongedierte. Het wordt vies en drabbig, troebel en smerig. Je kunt het niet meer gebruiken. In ieder geval kun je het niet meer gebruiken om uit die waterbak te drinken, want je zou jezelf er dood aan drinken.

En de mensen wachten dan totdat er weer een regentijd zou aanbreken om de bak te laten vullen met schoon, fris water. Maar tot overmaat van ramp gebeurt het nogal eens dat er in zo’n bak, zo’n uitgehouden bak dat daar een scheurtje in komt. Klein scheurtje, niet te zien. Maar dat kleine scheurtje dat wordt groter en het wordt een barst. En op een gegeven moment dan sijpelt al dat water uit die uitgehouden bak.

En dan komt die bak helemaal droog te staan. Er vat het helemaal geen water meer. En dat zijn zo in grove lijnen de watervoorziening in Israël van oude dagen af. Je trof het wanneer je dicht in de buurt woonde bij een bron en je had het minder goed getroffen wanneer je was aangewezen op een zelfgegraven put of zelfgehouden bak. Nu gaan we eens luisteren naar de prediking van Jeremia. Jeremia gehouden heeft tot de inwoners van Jeruzalem en van Juda. Een prediking die hij dikwijls heeft uitgesproken. Mogen we het zo zeggen, met een bloedend hart. Met een hart vol van pijn en vol van verdriet.

Profeet Jeremia die haalt in zijn prediking nu precies die watervoorziening.


Deze tekst is een automatische transcriptie met behulp van kunstmatige intelligentie. Als u eventuele fouten in deze tekst wilt (helpen) verbeteren, wilt u ons dat dan laten weten?


De tekst voor de prediking is Jeremia 2 vers 13. Want mijn volk heeft twee boosheden gedaan. Mij, de springaders des levende waters, hebben zij verlaten om zichzelf bakken uit te houden, gebroken bakken die geen water houden.

Gemeente, naar aanleiding van onze tekst gaan we eens kijken naar de watervoorziening in Israël. Want water hebben we allemaal nodig. Voedsel, daar kan niemand zonder, maar voedsel dat kunnen wij nog een tijdje ontberen, laten staan, maar water, vocht, dat kunnen wij niet missen.

En dan begrijpt u dan is het belangrijk hoe dat nou geregeld zit met die watervoorziening, zeker in een land als Israël in vroege tijd. In Palestina van vroeger. Want in Palestina daar zijn tijden dan regent het helemaal niet. En is het toch van het grootste belang dat de mensen water hebben.

Hoe was nou die watervoorziening in Israël geregeld? Sommige mensen die hadden het getroffen. Die mensen die woonden bij een bron, bij een rivier, bij een beek. En iedere keer opnieuw wanneer ze water nodig hadden dan konden zij naar die bron toe gaan, dan konden ze daar fris, helder, stromend, levend water uithalen. Zoveel ze maar wilden konden zij daar putten.

Iedere keer opnieuw werd door die bron weer nieuw water aangevoerd. Maar u begrijpt ook wel dat er ook streken zijn waar geen rivier stroomt en waar geen bron is, waar geen fontein is, waar water opborrelt en opwelt. En hoe moet het dan? Want die mensen die moesten putten gaan graven of cisternen gaan metselen of zij moesten uit steen een soort bak gaan houden.

En dan wachten zij tot de regentijd aanbrak en dan raakte zo'n waterput of waterbak vol met water en dan moesten het zij het dan mee doen ook in de droge tijd. Maar met die bakken is toch een gedoe. Het is niet zo'n luxe als een als een bron als een wel. Want laten we eerlijk zijn, in het begin staat die bak vol met water, met schoon, fris water, maar water kun je niet al te lang bewaren.

Fris water, dat gaat toch bederven. Het wordt niet meer zo helder. Het is niet meer zo schoon. Dat water dat gaat op een gegeven moment zelfs stinken, want in dat water daar komen diertjes in, ongedierte. Het wordt vies en drabbig, troebel en smerig. Je kunt het niet meer gebruiken. In ieder geval kun je het niet meer gebruiken om uit die waterbak te drinken, want je zou jezelf er dood aan drinken.

En de mensen wachten dan totdat er weer een regentijd zou aanbreken om de bak te laten vullen met schoon, fris water. Maar tot overmaat van ramp gebeurt het nogal eens dat er in zo'n bak, zo'n uitgehouden bak dat daar een scheurtje in komt. Klein scheurtje, niet te zien. Maar dat kleine scheurtje dat wordt groter en het wordt een barst. En op een gegeven moment dan sijpelt al dat water uit die uitgehouden bak.

En dan komt die bak helemaal droog te staan. Er vat het helemaal geen water meer. En dat zijn zo in grove lijnen de watervoorziening in Israël van oude dagen af. Je trof het wanneer je dicht in de buurt woonde bij een bron en je had het minder goed getroffen wanneer je was aangewezen op een zelfgegraven put of zelfgehouden bak. Nu gaan we eens luisteren naar de prediking van Jeremia. Jeremia gehouden heeft tot de inwoners van Jeruzalem en van Juda. Een prediking die hij dikwijls heeft uitgesproken. Mogen we het zo zeggen, met een bloedend hart. Met een hart vol van pijn en vol van verdriet.

Profeet Jeremia die haalt in zijn prediking nu precies die watervoorziening.

No information on W. Peene yet available.