[05] Deut.18: 11
Collectie: 2412-noorlandt-tape-150
U kunt de preek hier beluisteren en lezen, of de tekst van de preek kopiëren naar het klembord.
om goed uit te kunnen leiden. Dus van de 17e Psalm, het derde vers. Gemeente, als al lees kan het door elkaar heen klinken is het uitermate moeilijk om de woorden te verstaan van hem of haar die wij graag beluisteren willen. We komen dan We kunnen dan vanwege de door elkaar inklinkende geluiden, de stem van hem of haar aan wie wij het oor willen lenen niet voldoende verstaan of zelfs helemaal niet verstaan. En zo is het dan bij wijze, drie ons dan ook. Dat vinden we niet prettig. We verkiezen gewoonlijk een gezelschap waarin niet iedereen door elkaar heen zit te praten. De tijd die we heden meemaken is er meer dan ooit één waarin de stemmen, velen stemmen door elkaar heen klinken en zelfs dwars tegen elkaar in druisen. De één ziet het zus en de ander ziet het zo, en wordt niet bewerkt of het wordt ook weer tegen gesproken. Er zijn kranten waarin elke dag hele kolommen voorkomen van ingezonden stukken of reacties van de lezers. En is nou eens er iemand wat gezegd: “Oh, daar heb je het alweer. De reacties, de ingezonden stukken. Een hele massa aan mensen geraakt daardoor vanzelfsprekend in verwarring. Ze weten niet meer waar ze aan toe zijn en wat ze ervan denken moeten. Er rollen zoveel geluiden en zoveel meningen en ook tegengestelde meningen onze huiskamer binnen dat menigeen ervan vermoeid en verward van wordt. Het is alsof heel de wereld erop toeleggen dat iedereen aan alles gaat wijzen. En in deze wereld toch niet iedereen dat men naar zijn of haar mening vooral luisteren zal, want dat die de enig juiste en de enige ware is. Wanneer het er zo aan toe gaat, pleegt men te spreken van een chaos die niet Wat men gezegd: een ontzettende chaos van mensen en Janboel één grote verwarring. En ook christenmensen kunnen daardoor van de stuk raken. Ook zij raken soms in verwarring. Ze raken de koers in deze tijd kwijt. Vroeger wisten ze waar ze aan toe waren. Ze wisten wat goed is en wat kwaad is, wat waar is en wat onwaar is, wat orthodox is en wat ketters is. En nu weten zij het niet zo goed meer. Ze horen zoveel dat ze het niet meer weten. Althans, er aan twijfelen of zij het wel weten. In dat verband dient erop gemerkt te worden gemeente dat Jezus Christus in de Heilige Schrift ook onze profeet wordt genoemd. Reeds heel vroeg, al in de tijd van Mozes is hij als profeet aangeduid en als een profeet voorzien. De Schrift houdt ons voor dat Hij onze weg kan wijzen. Dat zijn woord, zijn woord alleen betrouwbaar is en een gids op onze levenspad en dat Hij alleen de waarheid is. De zijde in de tijd van Mozes is hij als profeet beloofd. Daarvan getuigt namelijk onze tekstwoorden. Mozes heeft in de passie, die in ons hoofdstuk aan de tekstwoorden vooraf gaan, een ernstige waarschuwing laten horen. Hij heeft het volk van Israël voorgehouden en als hij niet vlug komt in Kanaan, in het beloofde land, wacht hij voor de valse geren. Het is een land waar heidenen wonen en die heidenen bezodigen ze in allerlei vormen van vals geren. Ze hebben een val, zeggen ze, een vals zeggen ze, zeggen ze. Ze hebben een glase en tovenaar, een spiritisten die de doden vragen, een duivelse kunstenaar. Ja, Mozes huivert als hij eraan denkt. En als hij denkt aan de grote gevaren die eraan verbonden zijn voor zijn voor het volk Israël. Met het oog op deze afgodische en bijgelovige praktijken, spreekt Mozes hier in dit hoofdstuk van de gruwelen van die volken. Laat wel gemeente, de gruwelen. In de ogen van Mozes was de man God waar het deze dingen dus gruwelen. En gruwelen daarvan gruwelt men. En zo even eens anders moeten zijn gemeente. De zovele van die oude afgodische en bijgelovige praktijken ook onder ons volk herleven. Die zouden de dienaren van God EjQKMgEMOdbHeE2+UxmodSsCRCFN1/DflIN/Kf3OOkDFPu16QGU5N8dfC+NOVUOusIVjIz32
Deze tekst is een automatische transcriptie met behulp van kunstmatige intelligentie. Als u eventuele fouten in deze tekst wilt (helpen) verbeteren, wilt u ons dat dan laten weten?
om goed uit te kunnen leiden. Dus van de 17e Psalm, het derde vers. Gemeente, als al lees kan het door elkaar heen klinken is het uitermate moeilijk om de woorden te verstaan van hem of haar die wij graag beluisteren willen. We komen dan We kunnen dan vanwege de door elkaar inklinkende geluiden, de stem van hem of haar aan wie wij het oor willen lenen niet voldoende verstaan of zelfs helemaal niet verstaan. En zo is het dan bij wijze, drie ons dan ook. Dat vinden we niet prettig. We verkiezen gewoonlijk een gezelschap waarin niet iedereen door elkaar heen zit te praten. De tijd die we heden meemaken is er meer dan ooit één waarin de stemmen, velen stemmen door elkaar heen klinken en zelfs dwars tegen elkaar in druisen. De één ziet het zus en de ander ziet het zo, en wordt niet bewerkt of het wordt ook weer tegen gesproken. Er zijn kranten waarin elke dag hele kolommen voorkomen van ingezonden stukken of reacties van de lezers. En is nou eens er iemand wat gezegd: "Oh, daar heb je het alweer. De reacties, de ingezonden stukken. Een hele massa aan mensen geraakt daardoor vanzelfsprekend in verwarring. Ze weten niet meer waar ze aan toe zijn en wat ze ervan denken moeten. Er rollen zoveel geluiden en zoveel meningen en ook tegengestelde meningen onze huiskamer binnen dat menigeen ervan vermoeid en verward van wordt. Het is alsof heel de wereld erop toeleggen dat iedereen aan alles gaat wijzen. En in deze wereld toch niet iedereen dat men naar zijn of haar mening vooral luisteren zal, want dat die de enig juiste en de enige ware is. Wanneer het er zo aan toe gaat, pleegt men te spreken van een chaos die niet Wat men gezegd: een ontzettende chaos van mensen en Janboel één grote verwarring. En ook christenmensen kunnen daardoor van de stuk raken. Ook zij raken soms in verwarring. Ze raken de koers in deze tijd kwijt. Vroeger wisten ze waar ze aan toe waren. Ze wisten wat goed is en wat kwaad is, wat waar is en wat onwaar is, wat orthodox is en wat ketters is. En nu weten zij het niet zo goed meer. Ze horen zoveel dat ze het niet meer weten. Althans, er aan twijfelen of zij het wel weten. In dat verband dient erop gemerkt te worden gemeente dat Jezus Christus in de Heilige Schrift ook onze profeet wordt genoemd. Reeds heel vroeg, al in de tijd van Mozes is hij als profeet aangeduid en als een profeet voorzien. De Schrift houdt ons voor dat Hij onze weg kan wijzen. Dat zijn woord, zijn woord alleen betrouwbaar is en een gids op onze levenspad en dat Hij alleen de waarheid is. De zijde in de tijd van Mozes is hij als profeet beloofd. Daarvan getuigt namelijk onze tekstwoorden. Mozes heeft in de passie, die in ons hoofdstuk aan de tekstwoorden vooraf gaan, een ernstige waarschuwing laten horen. Hij heeft het volk van Israël voorgehouden en als hij niet vlug komt in Kanaan, in het beloofde land, wacht hij voor de valse geren. Het is een land waar heidenen wonen en die heidenen bezodigen ze in allerlei vormen van vals geren. Ze hebben een val, zeggen ze, een vals zeggen ze, zeggen ze. Ze hebben een glase en tovenaar, een spiritisten die de doden vragen, een duivelse kunstenaar. Ja, Mozes huivert als hij eraan denkt. En als hij denkt aan de grote gevaren die eraan verbonden zijn voor zijn voor het volk Israël. Met het oog op deze afgodische en bijgelovige praktijken, spreekt Mozes hier in dit hoofdstuk van de gruwelen van die volken. Laat wel gemeente, de gruwelen. In de ogen van Mozes was de man God waar het deze dingen dus gruwelen. En gruwelen daarvan gruwelt men. En zo even eens anders moeten zijn gemeente. De zovele van die oude afgodische en bijgelovige praktijken ook onder ons volk herleven. Die zouden de dienaren van God
EjQKMgEMOdbHeE2+UxmodSsCRCFN1/DflIN/Kf3OOkDFPu16QGU5N8dfC+NOVUOusIVjIz32
