[23] Jes. 55: 13
Collectie: 2412-noorlandt-tape-150
U kunt de preek hier beluisteren en lezen, of de tekst van de preek kopiëren naar het klembord.
Weet u de profeet Jesaja, die heeft eenmaal van de Heere tweeërlei opdracht gekregen. Tweeërlei taak.
Tweeërlei prediking heeft hij aan Israël en Juda moeten brengen. Allereerst was dat oordeelsprediking. En daarna evangelieprediking.
Die oordeelsprediking, die heeft de profeet vooral gesproken voordat Juda werd weggevoerd in ballingschap. En die evangelieprediking, dat is het belangrijkste onderdeel van zijn profetie als volk Juda daar klagend zit aan Babylon stromen en de harpen aan de wilgen zijn gehangen.
Oordeelsprediking, dat kreeg een volk te horen dat geen berouw toonde jegens haar Heere. Een evangelieprediking hoorde Gods bonds volk toen het erkende gezondigd te hebben. Tweeërlei prediking van Jesaja. En als u wilt weten waar u nou de grens moet zoeken in het boek Jesaja, dat is dan gauw gezegd: als u de hoofdstukken 1 tot en met 39 leest, dan kom je daar hoofdzakelijk oordeelsprediking tegen. Dat is gesproken door de profeet toen het volk nog in Kanaän was.
Maar na hoofdstuk 39, vanaf Jesaja 40, beginnen de tonen, die ruime tonen te klinken van onverwachte uitkomsten voor het verbrijzelde volk. Dat is die evangelieprediking die inzet met de bekende woorden: “Troost, troost Mijn volk”, zal ulieder God zeggen. Oordeelsprediking en evangelieprediking.
Iemand zou de vraag kunnen stellen: “Ja, maar waarom moest Jesaja nou toch het oordeel aanzeggen aan het volk?” Wat had Israël, wat had Juda dan gedaan? Wel, wat het volk gedaan had, dat bezingt aan het begin van de profeet Jesaja, dat bezingt hij in een lied.
Een lied waarin hij spreekt in een gelijkenis. Israël, het volk Israël, wordt daarin vergeleken met een vruchtbare wijngaard.
En de Heere, de God van Israël, is als de landman. De grond van de wijngaard is goed. Stenen zitten er niet in deze aarde.
De wijnstokken die geplant zijn, zijn ook van een uitstekende kwaliteit en soort. Ongedierte kan in deze wijngaard de planten niet opeten, want de wilde dieren die worden door een bewaker op een wachttoren op een afstand gehouden. De wachttoren die staat er midden in die wijngaard.
Bovendien er is een muur rondom de wijngaard aangelegd.
Dus alles doet een goede oogst en een goede wijn verwachten.
Zo heeft de Heere voor Zijn volk gezorgd. Maar wat is dan het resultaat? Nou, de vruchten, de druiven van die wijngaard van Juda die zijn niet best.
Dat zijn stinkende druiven.
Hoe komt dat? Israël leeft niet met haar God. Het dient de Heere niet, het houdt Zijn geboden niet, het vreest Zijn God niet, maar het loopt Baäls achterna. Zijn stinkende druiven.
En dat ligt hem niet aan die landman. Want die heeft alles aan de wijngaard gedaan wat maar nodig was. Het ligt hem aan die wijnstok.
En wat doet dan de eigenaar, wat doet de Heere dan? Wel, hij laat die wijngaard in de steek, natuurlijk. Want vruchten heeft hij er toch niet van te verwachten. Dus zegt de landman: “Laat het veder maar wat opgrazen, dan deugt het nog ergens voor.”
En die muur die er rondom gemetseld staat, de bescherming van de wijngaard… “Ach,” zegt de landman, “laat” EjQKMgEMOdbHxHsXWfgn/QlJNRDTb7pe43aq+SmaiMfkwyRwc2pw41GGwu8Y83muC1Jc8Mv2
Deze tekst is een automatische transcriptie met behulp van kunstmatige intelligentie. Als u eventuele fouten in deze tekst wilt (helpen) verbeteren, wilt u ons dat dan laten weten?
Weet u de profeet Jesaja,
die heeft eenmaal van de Heere tweeërlei opdracht gekregen.
Tweeërlei taak.
Tweeërlei prediking heeft hij aan Israël en Juda moeten brengen.
Allereerst was dat oordeelsprediking.
En daarna evangelieprediking.
Die oordeelsprediking, die heeft de profeet vooral gesproken voordat Juda werd weggevoerd in ballingschap.
En die evangelieprediking, dat is het belangrijkste onderdeel van zijn profetie als
volk Juda daar klagend zit aan Babylon stromen en de harpen aan de wilgen zijn gehangen.
Oordeelsprediking, dat kreeg een volk te horen dat geen berouw toonde jegens haar Heere.
Een evangelieprediking hoorde Gods bonds volk toen het erkende gezondigd te hebben.
Tweeërlei prediking van Jesaja. En als u wilt weten waar u nou de grens moet zoeken in het boek Jesaja,
dat is dan gauw gezegd: als u de hoofdstukken 1 tot en met 39 leest,
dan kom je daar hoofdzakelijk oordeelsprediking tegen. Dat is gesproken door de profeet
toen het volk nog in Kanaän was.
Maar na hoofdstuk 39, vanaf Jesaja 40, beginnen de tonen, die ruime tonen te klinken
van onverwachte uitkomsten voor het verbrijzelde volk.
Dat is die evangelieprediking die inzet met de bekende woorden: "Troost, troost Mijn volk", zal ulieder God zeggen.
Oordeelsprediking
en evangelieprediking.
Iemand zou de vraag kunnen stellen: "Ja, maar waarom moest Jesaja nou toch het oordeel aanzeggen aan het volk?"
Wat had Israël, wat had Juda dan gedaan?
Wel, wat het volk gedaan had, dat bezingt aan het begin van de profeet Jesaja, dat bezingt hij in een lied.
Een lied waarin hij spreekt in een gelijkenis. Israël, het volk Israël,
wordt daarin vergeleken met een vruchtbare wijngaard.
En de Heere, de God van Israël, is als de landman.
De grond van de wijngaard is goed.
Stenen zitten er niet in deze aarde.
De wijnstokken die geplant zijn, zijn ook van een uitstekende kwaliteit en soort.
Ongedierte kan in deze wijngaard de planten niet opeten, want
de wilde dieren die worden door een bewaker op een wachttoren op een afstand gehouden.
De wachttoren die staat er midden in die wijngaard.
Bovendien er is een muur rondom de wijngaard aangelegd.
Dus alles doet een goede oogst en een goede wijn verwachten.
Zo heeft de Heere voor Zijn volk gezorgd. Maar wat is dan het resultaat?
Nou, de vruchten, de druiven van die wijngaard van Juda die zijn niet best.
Dat zijn stinkende druiven.
Hoe komt dat? Israël leeft niet met haar God. Het dient de Heere niet, het houdt Zijn geboden niet, het vreest Zijn God niet, maar het loopt Baäls achterna.
Zijn stinkende druiven.
En dat ligt hem niet aan die landman. Want die heeft alles aan de wijngaard gedaan wat maar nodig was.
Het ligt hem aan die wijnstok.
En wat doet dan de eigenaar, wat doet de Heere dan?
Wel, hij laat die wijngaard in de steek, natuurlijk. Want vruchten heeft hij er toch niet van te verwachten.
Dus zegt de landman: "Laat het veder maar wat opgrazen, dan deugt het nog ergens voor."
En die muur die er rondom gemetseld staat, de bescherming van de wijngaard...
"Ach," zegt de landman, "laat"
EjQKMgEMOdbHxHsXWfgn/QlJNRDTb7pe43aq+SmaiMfkwyRwc2pw41GGwu8Y83muC1Jc8Mv2
