[42] Luc. 22: 61

lijdenstijd
Voorganger

Westland, W.

Datum preek

25 maart 1984

U kunt de preek hier beluisteren en lezen, of de tekst van de preek kopiëren naar het klembord.

Gemeente, de herder is geslagen en de schapen zijn verstrooid. Christus is in de hof van Gethsemane gevangen. Hij heeft zich vrijwillig laten binden en meevoeren naar Jeruzalem. En ondertussen zijn de discipelen allemaal gevlucht. Uit angst voor de soldaten, maar ook omdat ze het niet begrepen. Waarom liet Christus zich zomaar gevangennemen? Ze werden aan hem geërgerd, zo lezen we. Ook de discipelen, die tot het laatste toe trouw gebleven waren, ze laten hem nu alleen. En zo gaat Christus eenzaam naar het paleis van de hogepriester. En daar staat hij nu tussen een vijandige menigte, tussen mensen die hem uitlachen en bespotten.

Christus, hij is alleen. Of is het misschien toch nog anders? Is misschien toch nog één van de discipelen hem trouw gebleven? Want op de binnenplaats zie ik Petrus. Hij zit daar bij het vuur, tussen de soldaten en de knechten. Waarom is hij hier? Om zijn meester tot steun te zijn? Om hem in dit moeilijke uur bij te staan? Petrus had toch gezegd: al zullen ze u allemaal verloochenen, ik zal u geenszins verloochenen. Ik zal mijn leven voor u zetten. Welnu, dan krijgt hij nieuwe kans om zijn woorden waar te maken. Maar gemeente, het gaat zo anders.

De aanwezigheid van deze discipel wordt juist één van de bitterste druppels in de lijdensbeker van Christus. Immers dat zijn vijanden hem beschuldigen, dat is erg. En dat hij bespot en geslagen wordt is voor Christus een diepe vernedering. Maar dat juist één van zijn eigen discipelen hem gaat verloochenen, dat geeft een bitter verdriet. Dan is het alsof de Here Jezus op zijn hart getrapt wordt.

Al gemeente, het gaat eigenlijk al meteen fout. Want wat lees ik in vers 54? En Petrus volgde hem van verre. Ja, aanvankelijk was Petrus ook gevlucht. Maar al gauw kwam hij tot andere gedachten. Hij wilde toch weten hoe het met zijn meester zou aflopen. En daarom gaat hij de stoet achterna. Hij stapt in naar het huis van Kajafas.

Petrus volgt op veilige afstand. Nee, niet te dichtbij. Want al was er bij Petrus een stuk liefde voor zijn meester, hij was tegelijk bang. Stel je voor dat ze hem zouden grijpen. En daarom, hij blijft maar liever een eind uit de buurt. Ziet u gemeente, daar heb je het al. Die tweeslachtige houding bij Petrus. Want wat had hij moeten doen? Hij had dichtbij de Here Jezus moeten blijven. Dan had hij ook niet bang hoeven zijn, want dan zou Christus hem bewaard hebben. Nu blijft hij op een afstand, bezorgd voor zijn eigen leven.

Gemeente, wat is dat die kwaal bij ons ook zo? Die tweeslachtige houding. Ja, wij willen Christus wel volgen. Er is wel een zekere verbondenheid, een zekere liefde tot Christus. Maar toch, we blijven op een afstand, niet te dichtbij. Want we denken toch ook nog aan onszelf. We houden onze eigen zondige leven nog graag overeind. Niet te dicht bij Jezus, want dan moet ik mijn eigen leven verliezen en dat wil ik niet. Gemeente, wat een gevaarlijke levenshouding. Dat halve, slachtige, want Christus heeft het toch gezegd: Wie zijn leven zal willen behouden, die zal het juist verliezen. Weet u, daar raken we steeds meer op een hellend vlak, om tenslotte zeer diep te vallen.

Zo gebeurde dat tenminste bij Petrus. Als hij binnengelaten is in het hogepriesterlijk paleis, dan gaat hij naar de binnenplaats. Daar brandt een vuur. Soldaten en knechten van de Joodse raad zitten eromheen. Ze moeten hier de rechtzitting afwachten. En zoeken ondertussen warmte bij het vuur. Petrus wil er ongemerkt bijschuiven. Hij heeft het misschien ook wel koud gehad, zo midden in de nacht. En hier tussen al die mannen zal hij wel niet opvallen. Toch Petrus, het is weer een stap in de verkeerde richting. Want je hoort hier niet thuis, Petrus. Je zit hier tussen mensen die zich lieten gebruiken om de Heiland te vangen.


Deze tekst is een automatische transcriptie met behulp van kunstmatige intelligentie. Als u eventuele fouten in deze tekst wilt (helpen) verbeteren, wilt u ons dat dan laten weten?


Gemeente, de herder is geslagen en de schapen zijn verstrooid.
Christus is in de hof van Gethsemane gevangen. Hij heeft zich vrijwillig laten binden en meevoeren naar Jeruzalem. En ondertussen zijn de discipelen allemaal gevlucht.
Uit angst voor de soldaten, maar ook omdat ze het niet begrepen. Waarom liet Christus zich zomaar gevangennemen?
Ze werden aan hem geërgerd, zo lezen we. Ook de discipelen, die tot het laatste toe trouw gebleven waren, ze laten hem nu alleen.
En zo gaat Christus eenzaam naar het paleis van de hogepriester. En daar staat hij nu tussen een vijandige menigte, tussen mensen die hem uitlachen en bespotten.

Christus, hij is alleen.
Of is het misschien toch nog anders?
Is misschien toch nog één van de discipelen hem trouw gebleven? Want op de binnenplaats zie ik Petrus.
Hij zit daar bij het vuur, tussen de soldaten en de knechten. Waarom is hij hier? Om zijn meester tot steun te zijn?
Om hem in dit moeilijke uur bij te staan? Petrus had toch gezegd: al zullen ze u allemaal verloochenen, ik zal u geenszins verloochenen. Ik zal mijn leven voor u zetten.
Welnu, dan krijgt hij nieuwe kans om zijn woorden waar te maken.
Maar gemeente, het gaat zo anders.

De aanwezigheid van deze discipel wordt juist één van de bitterste druppels in de lijdensbeker van Christus. Immers dat zijn vijanden hem beschuldigen, dat is erg. En dat hij bespot en geslagen wordt is voor Christus een diepe vernedering. Maar dat juist één van zijn eigen discipelen hem gaat verloochenen, dat geeft een bitter verdriet. Dan is het alsof de Here Jezus op zijn hart getrapt wordt.

Al gemeente, het gaat eigenlijk al meteen fout.
Want wat lees ik in vers 54? En Petrus volgde hem van verre.
Ja, aanvankelijk was Petrus ook gevlucht. Maar al gauw kwam hij tot andere gedachten. Hij wilde toch weten hoe het met zijn meester zou aflopen. En daarom gaat hij de stoet achterna. Hij stapt in naar het huis van Kajafas.

Petrus volgt op veilige afstand. Nee, niet te dichtbij. Want al was er bij Petrus een stuk liefde voor zijn meester, hij was tegelijk bang. Stel je voor dat ze hem zouden grijpen. En daarom, hij blijft maar liever een eind uit de buurt.
Ziet u gemeente, daar heb je het al. Die tweeslachtige houding bij Petrus. Want wat had hij moeten doen?
Hij had dichtbij de Here Jezus moeten blijven. Dan had hij ook niet bang hoeven zijn, want dan zou Christus hem bewaard hebben.
Nu blijft hij op een afstand, bezorgd voor zijn eigen leven.

Gemeente, wat is dat die kwaal bij ons ook zo? Die tweeslachtige houding. Ja, wij willen Christus wel volgen. Er is wel een zekere verbondenheid, een zekere liefde tot Christus. Maar toch, we blijven op een afstand, niet te dichtbij. Want we denken toch ook nog aan onszelf.
We houden onze eigen zondige leven nog graag overeind. Niet te dicht bij Jezus, want dan moet ik mijn eigen leven verliezen en dat wil ik niet.
Gemeente, wat een gevaarlijke levenshouding. Dat halve, slachtige, want Christus heeft het toch gezegd: Wie zijn leven zal willen behouden, die zal het juist verliezen.
Weet u, daar raken we steeds meer op een hellend vlak, om tenslotte zeer diep te vallen.

Zo gebeurde dat tenminste bij Petrus.
Als hij binnengelaten is in het hogepriesterlijk paleis, dan gaat hij naar de binnenplaats. Daar brandt een vuur. Soldaten en knechten van de Joodse raad zitten eromheen. Ze moeten hier de rechtzitting afwachten. En zoeken ondertussen warmte bij het vuur. Petrus wil er ongemerkt bijschuiven. Hij heeft het misschien ook wel koud gehad, zo midden in de nacht. En hier tussen al die mannen zal hij wel niet opvallen.
Toch Petrus, het is weer een stap in de verkeerde richting.
Want je hoort hier niet thuis, Petrus. Je zit hier tussen mensen die zich lieten gebruiken om de Heiland te vangen.

W. Westland (1948-2020): studie Utrecht, vicaris IJsselstein-hg, kand. 1973, Veen-hg 1973, Lunteren-hg 1977, Putten-hg 1982, Woudenberg-hg 1987, Middelharnis-hg 1992, Sliedrecht-hg 1996, Wezep-Hattemerbroek-hg 2001, Ridderkerk-Slikkerveer-hg 2006-15, hulppred. Giessendam-Neder-Hardinxveld-hg. Bron: dominees.nl.