[28] Hos. 10: 12
Collectie: 2412-noorlandt-tape-150
U kunt de preek hier beluisteren en lezen, of de tekst van de preek kopiëren naar het klembord.
over Israël uitspreken. Dan moet u niet denken dat hij dat graag gedaan heeft. Het is wel zo dat een waar van God geroepen knecht, zoals in dit geval een profeet, het niet alleen eens is met de boodschap die hij brengt, maar er ook één mee is. Dat wil zeggen dat die boodschap niet alleen uit een hoofd komt, dat ze die van Godswege zomaar doorgeven. Nee, het wordt door hun persoonlijk beleefd. Ik lees van Ezechiël dat hij soms op handen en voeten kroop voor het aangezicht des Heren. Zo waren zij bezet met het gezicht en met de boodschap die ze moesten overbrengen. Wat was het geval? Wel, u kent de geschiedenis, daar hoeven we niet te breed bij stil te staan. Er had een scheuring in Israël plaatsgevonden, zodat we konden spreken van het twee-stammarijk en van het tien-stammarijk. Het twee-stammarijk wordt vaak Juda genoemd en het tien-stammarijk wordt vaak Efraïm genoemd. En al is het nou dat en Juda en Efraïm dus hun weg voor de Heer verzondigen. De Here zegt weliswaar de oordelen aan. Nochtans is de hand van zijn genade niet geheel en al toegesloten. Dat blijft uit twee zaken. Niet alleen dat het volk nog vervaardigd werd om gewaarschuwd te worden, dat is punt één, dat is nog groot hoor. Ook groot dat voor ons arm Nederland, als we nog gewaarschuwd mogen worden, maar waar gebeurt dat? Het is schier overal op kerkelijke erven, vrede, vrede en geen gevaar. En je zou haast denken dat het nog waar was ook. Dat is punt één. Dus de waarschuwing op zich is nog een weldaad. Maar nou ook de inhoud van die waarschuwing, enerzijds dus, openbaar, de oordelen, de straffen, maar anderzijds toch nog een deur der genade geopend. Laten we eens gaan kijken. Het gaat in dit geval hoofdzakelijk over het tien-stammarijk over Israël, waar Hosea tegen preed. Dat land, of dat volk, mocht in een uitwendige welvaart delen. Er waren geen oorlogen, de handel bloeide en het land gaf haar vrucht. Dus het was een welvaartstijd, net zo goed als dat we daar in onze dagen van konden spreken, niet waar, een uitwendige welvaart. Het is niet zo zoals onze ouders meegemaakt hebben, dat de dingen uit het huishouden soms verkocht moesten worden, om maar aan een dubbeltje te komen. Dat komt, geloof ik, hier niet meer voor, maar ondanks die uitwendige welvaart was er een duidelijke sprake van een geestelijke armoede, een geestelijke dodigheid, want en dan lees u als u thuis komt het hoofdstuk, maar eens na en wat daarvoor EjQKMgEMOdbHgsCIxxQLNmfWWQ6GycYp2N2uQYyjWWVxyBoMS8TayeCLaD/CyQj+NxiF702m
Deze tekst is een automatische transcriptie met behulp van kunstmatige intelligentie. Als u eventuele fouten in deze tekst wilt (helpen) verbeteren, wilt u ons dat dan laten weten?
over Israël uitspreken. Dan moet u niet denken dat hij dat graag gedaan heeft. Het is wel zo dat een waar van God geroepen knecht, zoals in dit geval een profeet, het niet alleen eens is met de boodschap die hij brengt, maar er ook één mee is. Dat wil zeggen dat die boodschap niet alleen uit een hoofd komt, dat ze die van Godswege zomaar doorgeven. Nee, het wordt door hun persoonlijk beleefd. Ik lees van Ezechiël dat hij soms op handen en voeten kroop voor het aangezicht des Heren. Zo waren zij bezet met het gezicht en met de boodschap die ze moesten overbrengen. Wat was het geval? Wel, u kent de geschiedenis, daar hoeven we niet te breed bij stil te staan. Er had een scheuring in Israël plaatsgevonden, zodat we konden spreken van het twee-stammarijk en van het tien-stammarijk. Het twee-stammarijk wordt vaak Juda genoemd en het tien-stammarijk wordt vaak Efraïm genoemd. En al is het nou dat en Juda en Efraïm dus hun weg voor de Heer verzondigen. De Here zegt weliswaar de oordelen aan. Nochtans is de hand van zijn genade niet geheel en al toegesloten. Dat blijft uit twee zaken. Niet alleen dat het volk nog vervaardigd werd om gewaarschuwd te worden, dat is punt één, dat is nog groot hoor. Ook groot dat voor ons arm Nederland, als we nog gewaarschuwd mogen worden, maar waar gebeurt dat? Het is schier overal op kerkelijke erven, vrede, vrede en geen gevaar. En je zou haast denken dat het nog waar was ook. Dat is punt één. Dus de waarschuwing op zich is nog een weldaad. Maar nou ook de inhoud van die waarschuwing, enerzijds dus, openbaar, de oordelen, de straffen, maar anderzijds toch nog een deur der genade geopend. Laten we eens gaan kijken. Het gaat in dit geval hoofdzakelijk over het tien-stammarijk over Israël, waar Hosea tegen preed. Dat land, of dat volk, mocht in een uitwendige welvaart delen. Er waren geen oorlogen, de handel bloeide en het land gaf haar vrucht. Dus het was een welvaartstijd, net zo goed als dat we daar in onze dagen van konden spreken, niet waar, een uitwendige welvaart. Het is niet zo zoals onze ouders meegemaakt hebben, dat de dingen uit het huishouden soms verkocht moesten worden, om maar aan een dubbeltje te komen. Dat komt, geloof ik, hier niet meer voor, maar ondanks die uitwendige welvaart was er een duidelijke sprake van een geestelijke armoede, een geestelijke dodigheid, want en dan lees u als u thuis komt het hoofdstuk, maar eens na en wat daarvoor
EjQKMgEMOdbHgsCIxxQLNmfWWQ6GycYp2N2uQYyjWWVxyBoMS8TayeCLaD/CyQj+NxiF702m
