[01] Gen.49: 8-9
Collectie: 2412-noorlandt-tape-150
U kunt de preek hier beluisteren en lezen, of de tekst van de preek kopiëren naar het klembord.
naar de eeuwigheid. Die laatste stap van de branding. Hebben we de roepstem Gods gehoord? Gemeente, ook nu de Here tot driemaal achtereen in de afgelopen tijd een jong leven uit ons midden heeft weggenomen. Jonge mensen, buigen jullie je knieën wel en vragen jullie ook: Heere, als mijn tijd komt dat ik 22 ben of 82, maar als mijn tijd komt, zou ik dan ook mogen landen aan de kusten van de eeuwige rust? Want gelijk het gras is ons kortstondig leven. Dat weten we en dat zien we bevestigd ook bij Jakob. Maar we zien ook wat anders bevestigd: dat zere gunst zal over die hem vrezen in eeuwigheid altoos dezelfde wezen. Zal het schipje stranden, gemeente?
Dat zou bijna beginnen te vrezen van wel. Driemaal Eva heeft vader Jakob nu zijn mond opengedaan om zijn kinderen te zegenen. Het kwam er eigenlijk niet van. Zonder van zijn drie oudste kinderen, Ruben, Simeon en Levi verhinderen hem te zeggen wat hij eigenlijk wil en nopen hem te spreken wat hij moet.
Jakob spreekt niet op eigen gezag. Maar hij staat in de raad Gods. En dan kan de mens niet meer zeggen wat hij wil. Jakob zal zijn eigen vlees en bloed niet kunnen zegenen, maar hij zal het leren dat hij zijn eigen vlees en bloed moet kruisigen.
Als stof bewoner bukt hij mede onder het oordeel. God kan nooit aan zijn eer komen, gemeente, als mijn ik niet te schande wordt. Zwart is de nacht, zwaar de storm en heftig de laatste branding. Hoort. In de hemel zijn de noodsignalen van het zinkend schip opgevangen. Er komt antwoord, want nog altijd geldt dat vers: “Boodschap het volk dat in de duisternis wandelt zal een groot licht zien, en die gezeten zijn in de schaduw van de dood, over dezelve zal een licht schijnen.” Het schipje zal niet stranden. Heere Jezus, neem mijn handen en leid uw kind tot ik aan de eeuwige stranden de rust vind. En.
Dan wordt het schaap naar binnen gedragen in de armen van de herder. De herder, die ook tegelijk de leeuw is en het lam. Gemeente, de drie broers zijn afgewezen. Zij kregen de eerstgeboortezegen niet. De vierde is nu aan de beurt. Kijk eens, schoorvoetend schuifelt hij wat dichter bij zijn stervende vader. Hij kan niet buigen op een schone lijst. Juda voelt het al aankomen. Als Jakob zo blijft te werk gaan, dan schuift hij ook mij opzij, want ik ben niet beter. Hij werpt een steels de blik op zijn broer Ruben, die staat al aan de kant. Ruben die zo’n tweeslachtige houding aannam ten opzichte van Jozef toen hij verkocht werd. EjQKMgEMOdbHqmmQCk1HiCMzsVg2tY0drDNX7lndpn7C1iK5qj5oClc5rP8zyiGTVWQSVGm8
Deze tekst is een automatische transcriptie met behulp van kunstmatige intelligentie. Als u eventuele fouten in deze tekst wilt (helpen) verbeteren, wilt u ons dat dan laten weten?
naar de eeuwigheid.
Die laatste stap van de branding.
Hebben we de roepstem Gods gehoord?
Gemeente, ook nu de Here tot driemaal achtereen in de afgelopen tijd een jong leven uit ons midden heeft weggenomen.
Jonge mensen, buigen jullie je knieën wel
en vragen jullie ook: Heere, als mijn tijd komt dat ik 22 ben of 82, maar als mijn tijd komt,
zou ik dan ook
mogen landen aan de kusten van de eeuwige rust?
Want gelijk het gras is ons kortstondig leven.
Dat weten we en dat zien we bevestigd
ook bij Jakob.
Maar we zien ook wat anders bevestigd:
dat zere gunst zal over die hem vrezen
in eeuwigheid altoos dezelfde wezen.
Zal het schipje stranden, gemeente?
Dat zou bijna beginnen te vrezen van wel.
Driemaal Eva heeft vader Jakob nu zijn mond opengedaan om zijn kinderen te zegenen.
Het kwam er eigenlijk niet van.
Zonder van zijn drie oudste kinderen, Ruben, Simeon en Levi verhinderen hem te zeggen wat hij eigenlijk wil en nopen hem te spreken wat hij moet.
Jakob spreekt niet op eigen gezag.
Maar hij staat in de raad Gods.
En dan kan de mens niet meer zeggen wat hij wil.
Jakob zal zijn eigen vlees en bloed niet kunnen zegenen, maar hij zal het leren dat hij zijn eigen vlees en bloed moet kruisigen.
Als stof bewoner bukt hij mede onder het oordeel.
God kan nooit aan zijn eer komen, gemeente, als mijn ik niet te schande wordt.
Zwart is de nacht, zwaar de storm
en heftig de laatste branding.
Hoort.
In de hemel zijn de noodsignalen van het zinkend schip opgevangen.
Er komt antwoord,
want nog altijd geldt dat vers: "Boodschap het volk dat in de duisternis wandelt zal een groot licht zien,
en die gezeten zijn in de schaduw van de dood, over dezelve zal een licht schijnen."
Het schipje zal niet stranden.
Heere Jezus, neem mijn handen en leid uw kind
tot ik aan de eeuwige stranden de rust vind.
En.
Dan wordt het schaap naar binnen gedragen
in de armen van de herder.
De herder,
die ook tegelijk de leeuw is
en het lam.
Gemeente, de drie broers zijn afgewezen.
Zij kregen de eerstgeboortezegen niet.
De vierde is nu aan de beurt.
Kijk eens, schoorvoetend schuifelt hij wat dichter bij zijn stervende vader.
Hij kan niet buigen op een schone lijst.
Juda
voelt het al aankomen.
Als Jakob zo blijft te werk gaan,
dan schuift hij ook mij opzij,
want ik ben niet beter.
Hij werpt een steels de blik
op zijn broer Ruben,
die staat al aan de kant.
Ruben die zo'n tweeslachtige houding aannam
ten opzichte van Jozef toen hij verkocht werd.
EjQKMgEMOdbHqmmQCk1HiCMzsVg2tY0drDNX7lndpn7C1iK5qj5oClc5rP8zyiGTVWQSVGm8
