[40] Mat. 2: 13-15
Collectie: 2412-noorlandt-tape-150
U kunt de preek hier beluisteren en lezen, of de tekst van de preek kopiëren naar het klembord.
Gemeente, des Heren, volgens de engelen in de velden van Efrata, is de geboorte van Christus een oorzaak van grote blijdschap. Dat stond centraal in de boodschap van de engel: “Zie, ik verkondig u grote blijdschap.” De engel stelt het voor als een grote, onvergetelijke blijdschap, een zoals er nog nooit geweest is. En daarom zijn we gerechtigd om de vraag te stellen: ligt de geschiedenis van de tekst van vanmorgen nou op dezelfde lijn als dat kerstgebeuren? Wordt die lijn van die grote blijdschap nou doorgetrokken of niet? Die vraag is voor ons ook belangrijk. We hebben de afgelopen week weer verheugd en dankbaar de kerstliederen mogen zingen. Liederen van aanbidding en dankbaarheid, als reactie op die grote blijdschap die de engel verkondigt. Maar zingen wij die liederen vandaag nog? Blijven we zingen? Misschien moet je ook anders vragen: kunnen we blijven zingen? Om daar een antwoord op te vinden is onze tekst uitermate geschikt, want onze tekst vertelt ons niet alleen van mensen die tijdgenoten waren van het kind, maar veel meer nog van mensen wier leven zeer nauw verbonden was aan het leven van de Heere Jezus. Nietwaar Jozef en Maria behoren vanaf het begin van de geboorte hem op een bijzondere wijze toe. Met de geboorte van de Heere Jezus begint niet alleen zijn geschiedenis op aarde, maar ook de geschiedenis van mensen wier leven met hem verbonden is. En die lijn van die grote vreugde, die grote blijdschap, zullen we dus allereerst bij Jozef en Maria moeten zien doorlopen. Maar als je dan kijkt wat er zo vlak na dat kerstgebeuren heeft plaatsgevonden, schijnt dat niet het geval te zijn. De tekst schijnt ons juist te laten zien dat het leven van Jozef en Maria arm was aan vreugde. Ze geven ons in ieder geval niet de indruk van grote blijdschap. Op een heel merkwaardige wijze is het leven van Jozef en Maria verbonden aan dat van de Heere Jezus. Ze hebben hem niet zelf gezocht, maar God heeft hen tot Jezus geleid. Je kunt eigenlijk zeggen, met Jozef en Maria heeft plaatsgevonden wat met elk kind van God gebeurt. God heeft hem zelf tot Jezus gebracht. God heeft hun leven met dat van Jezus verbonden. Als de engel Gods besluit aan Maria verkondigt, dan is Maria geweldig verrast, verbaasd, maar ze begrijpt er niets van. “Hoe zal dat gaan?” zegt ze tegen de engel. “Daar ik geen man beken.” En als de engel haar het mysterie bekend maakt, dan kan ze het niet vatten, ze kan alleen maar zeggen: “Zie de dienstmaagd des Heren, mij geschiede naar uw woord.” Dat is wel een woord vol overgave, vol geloof. Maar of dat nou direct voor Maria grote blijdschap is geweest, kun je niet opmaken uit dat gesprek met de engel. En bij Jozef zie je dat nog duidelijker. Hij was ongetwijfeld een gelovig Israëliet, een man die Gods woord geloofde. Hij zal ook wel zo zijn gedachten gehad hebben hoe de Messias zou verschijnen. Maar als hij hoort op welke wijze de zaligmaker in zijn leven komt, dan is dat voor hem zo onbegrijpelijk en zo onaanvaardbaar, dat hij het besluit neemt zich er ver vandaan te houden en dat tegen een hoge prijs. Hij is van plan Maria heimelijk te verlaten. Maar God brengt ook hem EjQKMgEMOdbHzu0XSGkBFEoDCDFFaof9FFkSpQGnnj04Ayj1VkcinLqIPtOZbdHTa5eI86h5
Deze tekst is een automatische transcriptie met behulp van kunstmatige intelligentie. Als u eventuele fouten in deze tekst wilt (helpen) verbeteren, wilt u ons dat dan laten weten?
Gemeente, des Heren, volgens de engelen in de velden van Efrata, is de geboorte van Christus een oorzaak van grote blijdschap. Dat stond centraal in de boodschap van de engel: "Zie, ik verkondig u grote blijdschap." De engel stelt het voor als een grote, onvergetelijke blijdschap, een zoals er nog nooit geweest is. En daarom zijn we gerechtigd om de vraag te stellen: ligt de geschiedenis van de tekst van vanmorgen nou op dezelfde lijn als dat kerstgebeuren? Wordt die lijn van die grote blijdschap nou doorgetrokken of niet? Die vraag is voor ons ook belangrijk. We hebben de afgelopen week weer verheugd en dankbaar de kerstliederen mogen zingen. Liederen van aanbidding en dankbaarheid, als reactie op die grote blijdschap die de engel verkondigt. Maar zingen wij die liederen vandaag nog? Blijven we zingen? Misschien moet je ook anders vragen: kunnen we blijven zingen? Om daar een antwoord op te vinden is onze tekst uitermate geschikt, want onze tekst vertelt ons niet alleen van mensen die tijdgenoten waren van het kind, maar veel meer nog van mensen wier leven zeer nauw verbonden was aan het leven van de Heere Jezus. Nietwaar Jozef en Maria behoren vanaf het begin van de geboorte hem op een bijzondere wijze toe. Met de geboorte van de Heere Jezus begint niet alleen zijn geschiedenis op aarde, maar ook de geschiedenis van mensen wier leven met hem verbonden is. En die lijn van die grote vreugde, die grote blijdschap, zullen we dus allereerst bij Jozef en Maria moeten zien doorlopen. Maar als je dan kijkt wat er zo vlak na dat kerstgebeuren heeft plaatsgevonden, schijnt dat niet het geval te zijn. De tekst schijnt ons juist te laten zien dat het leven van Jozef en Maria arm was aan vreugde. Ze geven ons in ieder geval niet de indruk van grote blijdschap. Op een heel merkwaardige wijze is het leven van Jozef en Maria verbonden aan dat van de Heere Jezus. Ze hebben hem niet zelf gezocht, maar God heeft hen tot Jezus geleid. Je kunt eigenlijk zeggen, met Jozef en Maria heeft plaatsgevonden wat met elk kind van God gebeurt. God heeft hem zelf tot Jezus gebracht. God heeft hun leven met dat van Jezus verbonden. Als de engel Gods besluit aan Maria verkondigt, dan is Maria geweldig verrast, verbaasd, maar ze begrijpt er niets van. "Hoe zal dat gaan?" zegt ze tegen de engel. "Daar ik geen man beken." En als de engel haar het mysterie bekend maakt, dan kan ze het niet vatten, ze kan alleen maar zeggen: "Zie de dienstmaagd des Heren, mij geschiede naar uw woord." Dat is wel een woord vol overgave, vol geloof. Maar of dat nou direct voor Maria grote blijdschap is geweest, kun je niet opmaken uit dat gesprek met de engel. En bij Jozef zie je dat nog duidelijker. Hij was ongetwijfeld een gelovig Israëliet, een man die Gods woord geloofde. Hij zal ook wel zo zijn gedachten gehad hebben hoe de Messias zou verschijnen. Maar als hij hoort op welke wijze de zaligmaker in zijn leven komt, dan is dat voor hem zo onbegrijpelijk en zo onaanvaardbaar, dat hij het besluit neemt zich er ver vandaan te houden en dat tegen een hoge prijs. Hij is van plan Maria heimelijk te verlaten. Maar God brengt ook hem
EjQKMgEMOdbHzu0XSGkBFEoDCDFFaof9FFkSpQGnnj04Ayj1VkcinLqIPtOZbdHTa5eI86h5
