[27] Dan. 5: 25
Collectie: 2412-noorlandt-tape-150
U kunt de preek hier beluisteren en lezen, of de tekst van de preek kopiëren naar het klembord.
Onze tekst van vanmorgen is een gedeelte uit een brief die geschreven is door de apostel Johannes, maar gedicteerd door de Here Jezus. Even heel kort het totstandkomen van dit schrijven. Johannes, een kind en een knecht des Here, de apostel der liefde, is om der waarheid wil gevangen gezet op het eiland Patmos. Een eenzaamheid die groot was. Zou willen vragen: hier begint eigenlijk al de troost, namelijk: voel je je soms ook wel eens eenzaam? Eenzaam om der waarheid wil. Omdat zij u niet moeten, omdat zij u niet mogen, omdat zij u niet begrijpen. U bent in de ogen van anderen lastig, vreemd. Daarom eenzaam. Hoe zegt de dichter dat? Eenzaam ben ik en verschoven. Ja, de ellende drukt mij neer. Kijk, dat vind ik nou zo troostrijk als je mag ondervinden dat je geen vreemd pad bewandelt, dat vele anderen voor u diezelfde weg zijn gegaan. Dus als een verachte, uitgestoten eigenlijk uit de kerkelijke samenleving. Ja, dat is wat, dat is een voorrecht, weet u dat? Ja, de negers zegt: ze hebben mij eerder gehad en u maar ook uit de maatschappelijke samenleving. Want je bent veels te zwaar op de hand. Maar dan mag de apostel Johannes ervaren: Wie mij veracht, God wou mij niet verachten. En dat mag Gods kind bij ogenblikken ook zo vaak ervaren, maar dan altijd weer als een verrassing. Ik bedoel, er is niks wat erop wijst dat er iets aanstaande is, nee. Want kijk, Johannes staat op een morgen, het was de dag des Heren, aan de oever van de zee. Wat zal er in die man zijn omgegaan? Wij weten het niet, maar ik weet één ding: dat het eigenlijk in het zieleleven van een kind des Heren zelden stil ligt. Dus wat er in hem is omgegaan, daar hebben wij ons niet in te verdiepen, maar we weten wel wat er gebeurt, omdat Gods Woord ons dat meedeelt. Terwijl die zo staat te staren over die zee, hoort die achter zich een grote stem en dan staat er een stem als van vele wateren. Dus de zee ligt wel voor hem, maar de kracht van de zee openbaart zich achter hem, heel kort. En dan keert hij zich om. En mag ik het dan eenvoudig kinderlijk vlug zeggen? Dan ziet hij zijn lieve, aanbiddelijke Here Jezus, zijn borg, zijn middelaar, waar die drie jaar mee gewandeld had, maar als verheerlijkte Immanuel. Dat wil dit zeggen als de Christus Gods die alle macht heeft in de hemel en op de aarde. Want dat spreekt duidelijk uit die hele verschijning. Een stem als van vele wateren, en lees u het thuis maar na. En dan staat er zo: toen ik hem zag, EjQKMgEMOdbHr8uBLAEBj25gKA15QmDWkeVoOUV9/HMP8LHwEpOQgBFuQIk1dpIBdCPA0FVL
Deze tekst is een automatische transcriptie met behulp van kunstmatige intelligentie. Als u eventuele fouten in deze tekst wilt (helpen) verbeteren, wilt u ons dat dan laten weten?
Onze tekst van vanmorgen is een gedeelte uit een brief die geschreven is door de apostel Johannes, maar gedicteerd door de Here Jezus. Even heel kort het totstandkomen van dit schrijven. Johannes, een kind en een knecht des Here, de apostel der liefde, is om der waarheid wil gevangen gezet op het eiland Patmos. Een eenzaamheid die groot was. Zou willen vragen: hier begint eigenlijk al de troost, namelijk: voel je je soms ook wel eens eenzaam? Eenzaam om der waarheid wil. Omdat zij u niet moeten, omdat zij u niet mogen, omdat zij u niet begrijpen. U bent in de ogen van anderen lastig, vreemd. Daarom eenzaam. Hoe zegt de dichter dat? Eenzaam ben ik en verschoven. Ja, de ellende drukt mij neer. Kijk, dat vind ik nou zo troostrijk als je mag ondervinden dat je geen vreemd pad bewandelt, dat vele anderen voor u diezelfde weg zijn gegaan. Dus als een verachte, uitgestoten eigenlijk uit de kerkelijke samenleving. Ja, dat is wat, dat is een voorrecht, weet u dat? Ja, de negers zegt: ze hebben mij eerder gehad en u maar ook uit de maatschappelijke samenleving. Want je bent veels te zwaar op de hand. Maar dan mag de apostel Johannes ervaren: Wie mij veracht, God wou mij niet verachten. En dat mag Gods kind bij ogenblikken ook zo vaak ervaren, maar dan altijd weer als een verrassing. Ik bedoel, er is niks wat erop wijst dat er iets aanstaande is, nee. Want kijk, Johannes staat op een morgen, het was de dag des Heren, aan de oever van de zee. Wat zal er in die man zijn omgegaan? Wij weten het niet, maar ik weet één ding: dat het eigenlijk in het zieleleven van een kind des Heren zelden stil ligt. Dus wat er in hem is omgegaan, daar hebben wij ons niet in te verdiepen, maar we weten wel wat er gebeurt, omdat Gods Woord ons dat meedeelt. Terwijl die zo staat te staren over die zee, hoort die achter zich een grote stem en dan staat er een stem als van vele wateren. Dus de zee ligt wel voor hem, maar de kracht van de zee openbaart zich achter hem, heel kort. En dan keert hij zich om. En mag ik het dan eenvoudig kinderlijk vlug zeggen? Dan ziet hij zijn lieve, aanbiddelijke Here Jezus, zijn borg, zijn middelaar, waar die drie jaar mee gewandeld had, maar als verheerlijkte Immanuel. Dat wil dit zeggen als de Christus Gods die alle macht heeft in de hemel en op de aarde. Want dat spreekt duidelijk uit die hele verschijning. Een stem als van vele wateren, en lees u het thuis maar na. En dan staat er zo: toen ik hem zag,
EjQKMgEMOdbHr8uBLAEBj25gKA15QmDWkeVoOUV9/HMP8LHwEpOQgBFuQIk1dpIBdCPA0FVL
