[42] Luk. 2: 13-14

kerst
Voorganger

Baas

Datum preek

25 december 1983

U kunt de preek hier beluisteren en lezen, of de tekst van de preek kopiëren naar het klembord.

In den beginne schiep God de hemel en de aarde. De aarde was woest en leeg. Ze lag gehuld in de duisternis. En God zeide. De stilte van die duisternis wordt doorbroken. God spreekt. De scheppingsmorgen is aangebroken. Het is dag geworden. Het licht verdrijft de duisternis van die eeuwlange nacht. God spreekt en het is er. Hij gebiedt en het wordt het zon. En God zag, oh wat hij gemaakt had en die was weer goed. Is het dan ook geen wonder dat er dat er in die scheppingsmorgen een loflied klinkt ter eer van God? Is het dan een wonder dat we lezen in Job, dat al de morgen sterren vrolijk juichen? Dat al de kinderen Gods juichen tot eer van Gods de schepper van hemel en van aarde? Aarde en hemel, ze zijn vol van de lof des Heeren. Eer en heerlijkheid in den hoge aan God. Dat klinkt ons bekend in de oren. Zeker het in het kerstfeest, dag, of de kerstfeest 1983. De jongste in ons midden kent dat lied wel: “Ere zij God in den hoogste hemelen.” En wat kunnen ze zingen. Op school en thuis, en straks als morgen de zondagschool bijeenkomt hier in de kerk. “Ere zij God in den hoogste, jong geleerd en oud gedaan. Want zo bekennen ook de engelen in de kerstnachtdienst in de velden van Efratha. Het is hun loflied. Het is de slotsom van de preek van die ene engel, die daar uit de hemel is neergekomen.”Ere zij God in den hoogste hemelen.” Zo klinkt het als slotsang van die engelenlichtdienst in de velden van Efratha, in het duister van de nacht. De evangelist Lucas heeft ons in zodere woorden meegedeeld het huisgeval. Het feit waarom we ook deze dag hier samenkomen. Waarom we kerstfeest vieren. In zodere bewoordingen zo zij op het staak zo heel eenvoudig in vers 27. En het geschiede, als zij daar waren dat de dagen vervuld werden dat zij baren zou. En zij baarde haar eerstgeboren zoon, wond haar in doeken en legde hem neer in de kribbe, omdat voor hen geen plaats was in de herberg. Vanwege dit feit wordt er alle jaren door kerstfeest gevierd. Tot op de dag van vandaag, en niet alleen in de kerk. Nee, ook als je de waarheid binnenin [onverstaanbaar] de confrontatie wordt met het eereraad voor God en allerhande kerstliederen en kerstliedjes. Maar Paulus weet er raad mee. Hij roept het in één van zijn brieven uit, dat de verborgenheid der godzaligheid is groot. God is geopenbaard in het vlees. Een verborgenheid, maar die groot is en waaraan hij kennis heeft. En Johannes die roept het in zijn levenscyaan in één van zijn brieven: “Zie, hoe grote liefde ons de Vader gegeven heeft.” Dat we kinderen Gods genaamd worden. In plaats van kinderen des toorns. Kinderen van de voortste duisternis. Zie, hoe grote liefde ons de Vader gegeven heeft. Het Woord is vlees geworden. Dat is het geheim van de kerstnacht. Dit is het geheim van de preek, en de prediking op deze dag en morgen, eigenlijk de diepte van elke preek. Want elke preek moet een kerstpreek zijn. Christus in het middenpunt. En dit geheim wordt nu ontvouwd in de prediking, in de verkondiging van het Woord. God zendt zelfs een engel uit de hemel om dit geheim te ontvouwen. Daar, in de velden van Efratha, EjQKMgEMOdbH50i3FPKZvVubXaDlq4pRsUsNYZNrc6EfSCLImlb2cDRzkRLMizA1ehjzN0eR


Deze tekst is een automatische transcriptie met behulp van kunstmatige intelligentie. Als u eventuele fouten in deze tekst wilt (helpen) verbeteren, wilt u ons dat dan laten weten?


In den beginne schiep God de hemel en de aarde. De aarde was woest en leeg. Ze lag gehuld in de duisternis. En God zeide. De stilte van die duisternis wordt doorbroken. God spreekt. De scheppingsmorgen is aangebroken. Het is dag geworden. Het licht verdrijft de duisternis van die eeuwlange nacht. God spreekt en het is er. Hij gebiedt en het wordt het zon. En God zag, oh wat hij gemaakt had en die was weer goed. Is het dan ook geen wonder dat er dat er in die scheppingsmorgen een loflied klinkt ter eer van God? Is het dan een wonder dat we lezen in Job, dat al de morgen sterren vrolijk juichen? Dat al de kinderen Gods juichen tot eer van Gods de schepper van hemel en van aarde? Aarde en hemel, ze zijn vol van de lof des Heeren. Eer en heerlijkheid in den hoge aan God. Dat klinkt ons bekend in de oren. Zeker het in het kerstfeest, dag, of de kerstfeest 1983. De jongste in ons midden kent dat lied wel: "Ere zij God in den hoogste hemelen." En wat kunnen ze zingen. Op school en thuis, en straks als morgen de zondagschool bijeenkomt hier in de kerk. "Ere zij God in den hoogste, jong geleerd en oud gedaan. Want zo bekennen ook de engelen in de kerstnachtdienst in de velden van Efratha. Het is hun loflied. Het is de slotsom van de preek van die ene engel, die daar uit de hemel is neergekomen. "Ere zij God in den hoogste hemelen." Zo klinkt het als slotsang van die engelenlichtdienst in de velden van Efratha, in het duister van de nacht. De evangelist Lucas heeft ons in zodere woorden meegedeeld het huisgeval. Het feit waarom we ook deze dag hier samenkomen. Waarom we kerstfeest vieren. In zodere bewoordingen zo zij op het staak zo heel eenvoudig in vers 27. En het geschiede, als zij daar waren dat de dagen vervuld werden dat zij baren zou. En zij baarde haar eerstgeboren zoon, wond haar in doeken en legde hem neer in de kribbe, omdat voor hen geen plaats was in de herberg. Vanwege dit feit wordt er alle jaren door kerstfeest gevierd. Tot op de dag van vandaag, en niet alleen in de kerk. Nee, ook als je de waarheid binnenin [onverstaanbaar] de confrontatie wordt met het eereraad voor God en allerhande kerstliederen en kerstliedjes. Maar Paulus weet er raad mee. Hij roept het in één van zijn brieven uit, dat de verborgenheid der godzaligheid is groot. God is geopenbaard in het vlees. Een verborgenheid, maar die groot is en waaraan hij kennis heeft. En Johannes die roept het in zijn levenscyaan in één van zijn brieven: "Zie, hoe grote liefde ons de Vader gegeven heeft." Dat we kinderen Gods genaamd worden. In plaats van kinderen des toorns. Kinderen van de voortste duisternis. Zie, hoe grote liefde ons de Vader gegeven heeft. Het Woord is vlees geworden. Dat is het geheim van de kerstnacht. Dit is het geheim van de preek, en de prediking op deze dag en morgen, eigenlijk de diepte van elke preek. Want elke preek moet een kerstpreek zijn. Christus in het middenpunt. En dit geheim wordt nu ontvouwd in de prediking, in de verkondiging van het Woord. God zendt zelfs een engel uit de hemel om dit geheim te ontvouwen. Daar, in de velden van Efratha,
EjQKMgEMOdbH50i3FPKZvVubXaDlq4pRsUsNYZNrc6EfSCLImlb2cDRzkRLMizA1ehjzN0eR

No information on NA NA yet available.