[05] Deut. 32: 11, 12
Collectie: 2412-noorlandt-tape-150
U kunt de preek hier beluisteren en lezen, of de tekst van de preek kopiëren naar het klembord.
Gemeente. Misschien hebt u wel eens iets gelezen of gehoord over de Waldenzen. De Waldenzen, dat waren protestanten die daar woonden in de Alpen-dalen van Frankrijk. En deze mensen hadden ontzaglijk veel te lijden van de Roomse vervolgingen. En deze Romsen hadden het vooral voorzien op hun leven, want als ze gevangen werden genomen, dan werden ze meestal verbannen naar de galeien, waar ze dan als roeiers in de galeischepen hun leven moesten slijten. Maar men had het ook vooral voorzien op hun Bijbels. En zodoende kon het gebeuren dat er dan een gebrek ontstond aan aan Bijbels. En nieuwe Bijbels laten drukken, dat was in die tijd geen eenvoudige zaak. En wat nu gedaan? Wel, de nood die maakte vindingrijk. En men vormde groepen jonge mensen, en deze jonge mensen, die kregen dan de opdracht om een ieder een hoofdstuk uit de Bijbel, uit het hoofd te leren. Dus elk van de jongens en meisjes kreeg dus de opdracht: jij leert dit hoofdstuk en jij dat hoofdstuk. En hoe dan verder, wel? Dan werden deze jonge mensen tijdens de kerkdienst door de predikant uitgenodigd om naar voren te komen. En dan moest ieder van hen zijn hoofdstuk uit de Bijbel wat hij geleerd heeft opzeggen. En zodoende bleef het Woord des Heren leven bij de gemeente. Wat zijn wij dan nog bevoorrecht, gemeente, dat wij een overvloed van Bijbels hebben? Ik mag veronderstellen dat u allemaal een Bijbel in huis hebt en misschien wel meer dan één. En als u er geen eentje zou hebben, dan zijn ze voor betrekkelijk weinig geld te koop. Maar nu een andere vraag. U kunt wel een Bijbel in huis hebben, maar leest u daar ook uit? Leest u daar ook uit? Hoeveel keer, gemeente, per dag? Wij eten altijd driemaal per dag, niet waar, om ons leven in stand te houden. Leest u ook driemaal op een dag het Woord des Heren? Neemt u daar de tijd voor? Want het is niet genoeg om alleen maar een Bijbel in huis te hebben. Het Woord des Heren moet gelezen worden wil het zegen kunnen verspreiden. We komen er in op huisbezoek dan wel eens op huisbezoek bij mensen. En dan vragen we altijd: “Mag ik uw Bijbel gebruiken om te lezen?” En dan zijn er bij, die halen een gloednieuwe Bijbel uit de kast. En dan vraag ik altijd maar: “Die is nog betrekkelijk nieuw, mevrouw?” “Ja, ja, die hebben we nog jaren geleden gekregen toen we getrouwd waren.” En dan zeg ik wel eens: “Leest u daar dan wel in?” “Nee, nee, nee.” “Oh, mevrouw, ik wou dat die Bijbel tot op de draad toe versleten was. Dat zou me liever zijn dan dat u zo’n kostelijke gloednieuwe Bijbel mij liet zien.” Het Woord moet gelezen worden, gemeente. Dat hebben we nodig. Teerkost op de levensweg. Rijke zegen dan we het Woord mogen bezitten. En gemeente, vooral als we denken ook aan de landen achter het IJzeren Gordijn, weet u dat ze daar schreeuwen om Bijbels? Daar is een honger en een dorst naar dat levende Woord van de Here. Daar eten ze het als het ware op. Beschamend voor ons vaak, niet waar? En dan mogen we ons wel eens afvragen: zal dat zo blijven? Zullen we altijd nog in vrijheid zo hier onze Bijbel kunnen lezen? Dat is ook nog een vraag. Want u moet er goed aan denken dat dat gordijn, dat IJzeren Gordijn, steeds meer naar het westen opschuift. Kan misschien ook hier wel eens gebeuren dat we straks niet meer uit de Bijbel mogen lezen en dat de Bijbels worden weggedaan. En wat dan? Dragen wij en onze kinderen dan het Woord des levens mee in onze harten? Zullen we dan weten wat er in het Woord staat, verstandelijk, maar dat we dan ook vanuit die verstandelijke kennis mogen ontvangen dat wat nodig is in de gegeven omstandigheden. Ik heb wel eens gelezen wat mensen in de concentratiekampen in Duitsland dat ze elkaar bemoedigden vanuit het Woord des Heren. Niet EjQKMgEMOdbHmfXMZTOgUeakBqL/sWUspbmzwMOMtEsHLPXBFOK9a9Zd5GSFzp1JzjlSKRD1
Deze tekst is een automatische transcriptie met behulp van kunstmatige intelligentie. Als u eventuele fouten in deze tekst wilt (helpen) verbeteren, wilt u ons dat dan laten weten?
Gemeente. Misschien hebt u wel eens iets gelezen of gehoord over de Waldenzen. De Waldenzen, dat waren protestanten die daar woonden in de Alpen-dalen van Frankrijk. En deze mensen hadden ontzaglijk veel te lijden van de Roomse vervolgingen. En deze Romsen hadden het vooral voorzien op hun leven, want als ze gevangen werden genomen, dan werden ze meestal verbannen naar de galeien, waar ze dan als roeiers in de galeischepen hun leven moesten slijten. Maar men had het ook vooral voorzien op hun Bijbels. En zodoende kon het gebeuren dat er dan een gebrek ontstond aan aan Bijbels. En nieuwe Bijbels laten drukken, dat was in die tijd geen eenvoudige zaak. En wat nu gedaan? Wel, de nood die maakte vindingrijk. En men vormde groepen jonge mensen, en deze jonge mensen, die kregen dan de opdracht om een ieder een hoofdstuk uit de Bijbel, uit het hoofd te leren. Dus elk van de jongens en meisjes kreeg dus de opdracht: jij leert dit hoofdstuk en jij dat hoofdstuk. En hoe dan verder, wel? Dan werden deze jonge mensen tijdens de kerkdienst door de predikant uitgenodigd om naar voren te komen. En dan moest ieder van hen zijn hoofdstuk uit de Bijbel wat hij geleerd heeft opzeggen. En zodoende bleef het Woord des Heren leven bij de gemeente. Wat zijn wij dan nog bevoorrecht, gemeente, dat wij een overvloed van Bijbels hebben? Ik mag veronderstellen dat u allemaal een Bijbel in huis hebt en misschien wel meer dan één. En als u er geen eentje zou hebben, dan zijn ze voor betrekkelijk weinig geld te koop. Maar nu een andere vraag. U kunt wel een Bijbel in huis hebben, maar leest u daar ook uit? Leest u daar ook uit? Hoeveel keer, gemeente, per dag? Wij eten altijd driemaal per dag, niet waar, om ons leven in stand te houden. Leest u ook driemaal op een dag het Woord des Heren? Neemt u daar de tijd voor? Want het is niet genoeg om alleen maar een Bijbel in huis te hebben. Het Woord des Heren moet gelezen worden wil het zegen kunnen verspreiden. We komen er in op huisbezoek dan wel eens op huisbezoek bij mensen. En dan vragen we altijd: "Mag ik uw Bijbel gebruiken om te lezen?" En dan zijn er bij, die halen een gloednieuwe Bijbel uit de kast. En dan vraag ik altijd maar: "Die is nog betrekkelijk nieuw, mevrouw?" "Ja, ja, die hebben we nog jaren geleden gekregen toen we getrouwd waren." En dan zeg ik wel eens: "Leest u daar dan wel in?" "Nee, nee, nee." "Oh, mevrouw, ik wou dat die Bijbel tot op de draad toe versleten was. Dat zou me liever zijn dan dat u zo'n kostelijke gloednieuwe Bijbel mij liet zien." Het Woord moet gelezen worden, gemeente. Dat hebben we nodig. Teerkost op de levensweg. Rijke zegen dan we het Woord mogen bezitten. En gemeente, vooral als we denken ook aan de landen achter het IJzeren Gordijn, weet u dat ze daar schreeuwen om Bijbels? Daar is een honger en een dorst naar dat levende Woord van de Here. Daar eten ze het als het ware op. Beschamend voor ons vaak, niet waar? En dan mogen we ons wel eens afvragen: zal dat zo blijven? Zullen we altijd nog in vrijheid zo hier onze Bijbel kunnen lezen? Dat is ook nog een vraag. Want u moet er goed aan denken dat dat gordijn, dat IJzeren Gordijn, steeds meer naar het westen opschuift. Kan misschien ook hier wel eens gebeuren dat we straks niet meer uit de Bijbel mogen lezen en dat de Bijbels worden weggedaan. En wat dan? Dragen wij en onze kinderen dan het Woord des levens mee in onze harten? Zullen we dan weten wat er in het Woord staat, verstandelijk, maar dat we dan ook vanuit die verstandelijke kennis mogen ontvangen dat wat nodig is in de gegeven omstandigheden. Ik heb wel eens gelezen wat mensen in de concentratiekampen in Duitsland dat ze elkaar bemoedigden vanuit het Woord des Heren. Niet
EjQKMgEMOdbHmfXMZTOgUeakBqL/sWUspbmzwMOMtEsHLPXBFOK9a9Zd5GSFzp1JzjlSKRD1
