[49] Ef. 1: 4
Collectie: 2412-noorlandt-tape-150
U kunt de preek hier beluisteren en lezen, of de tekst van de preek kopiëren naar het klembord.
Gemeente des Heeren, zoals uit de tekst van vanavond duidelijk blijkt, is het onderwerp van de prediking de uitverkiezing. Het is misschien goed om de vraag te stellen of je daar eigenlijk wel een preek over kunt houden. Is het wel mogelijk om Evangelie te verkondigen met de uitverkiezing als inzet? Want hoe staat het met de uitverkiezing, jongens en meisjes? Er zijn een heleboel mensen, ook jonge mensen, die over de uitverkiezing eigenlijk deze gedachte hebben: “Je hoort erbij of je hoort er niet bij.” En als je erbij hoort, nou, dan kom je er ook bij. En als je er niet bij hoort, wat je ook doet, dan kom je er toch niet bij. Dus dan is alle moeite tevergeefs. Er zijn een heleboel mensen die, als het over de genade in Christus gaat, nog wel het een en ander weten te zeggen, maar als het over de uitverkiezing gaat, eigenlijk niet meer weten te spreken. Omdat dat voor hen zo’n duistere zaak is, dat ze niet weten wat ze daarmee aanmoeten. En dan komt dan een tweede vraag bij: Is het wel mogelijk om te weten dat je uitverkoren bent? Is het niet verschrikkelijk eigenwijs als er vanavond hier iemand zou opstaan in de kerk, of de kerk zou uitgaan met de gedachte: “Ik ben uitverkoren.” Heb je dan niet een geweldige pretentie in je hoofd, dat je zegt: “Ik behoor tot het uitverkoren volk van God.” Dat wil dan nogal wat zeggen. Is het mogelijk om te weten of je uitverkoren bent? En hoe kun je dat weten? Wel, gemeente, dat zijn vragen die vanavond in de preek aan de orde moeten komen en waarop ik ook wil proberen in te gaan. Ik zal proberen de tekst van vanavond met een paar beelden toe te lichten, jongens en meisjes. En ik besef heel wel dat dat maar menselijke beelden zijn en dat dat altijd maar voor een deel verduidelijkt. Maar ik hoop toch dat het een klein beetje helpen mag. De uitverkiezing in Christus. Ik wijs u op het wezen en op de spiegel van de uitverkiezing. Het is goed, gemeente, dat we erop letten in welk verband Paulus de uitverkiezing in Efeze 1 aan de orde stelt. Het begint namelijk met een loflied: “Gezegend zij de God en Vader van onze Here Jezus Christus, die ons gezegend heeft met alle geestelijke zegening in de hemel in Christus.” Daar moeten we heel goed op letten. Als Paulus in deze brief, die wel genoemd wordt de kerkbrief, ook de uitverkiezing aanraakt, dan doet hij dat in de context van het loflied. Dan doet hij dat in een lofzang op de genade van de levende God. Dat eerste “gezegend” betekent natuurlijk “geprezen”, want God kan ons wel zegenen, maar wij kunnen God niet zegenen. God heeft de zegen van ons niet nodig, en wij hebben niet eens het recht om de Here God te zegenen. Paulus bedoelt er ook mee, zoals het grondwoord betekent: “Geprezen zij de God en Vader van onze Here Jezus Christus, die ons van zijn kant gezegend heeft met alle geestelijke zegening in de hemel in Christus.” Dat wil betekenen, gemeente, dat voor Paulus de uitverkiezing geen dogmatisch leerstuk is waar je je tanden op stuk moet bijten. Dat de uitverkiezing in deze brief niet ter sprake komt in het kader van een geweldig, ingewikkeld en geleerd betoog. Dat het geen stuk star en stoer calvinistisch denken is waarin je over de uitverkiezing moet spreken, maar dat je er alleen over kunt spreken op de toonhoogte van het loflied. Zoals, gemeente, in dit loflied voortdurend weer het refrein is: “Tot prijs zijner heerlijkheid.” Het is erg belangrijk dat we daar goed op letten. Want er zijn mensen die met de uitverkiezing een heel verkeerde kant uitgaan. Er zijn mensen die de uitverkiezing hanteren, mag ik nou dat beeld maar gebruiken, zoals de muur die scheiding maakt tussen Oost- en West-Berlijn. Ik sprak iemand die daar geweest was en die door het zien van de muur het beeld gekregen had van een geweldige mistroostigheid. Er was één kleine, smalle doorgang waar nog allerlei hindernissen in aangebracht waren voor auto’s en bussen, opdat je er toch maar niet zonder paspoort doorkwam. Er zijn mensen die over de uitverkiezing denken en spreken als over het oprichten van een muur. En dan is de uitverkiezing het eerste wat aan de orde komt. En dan is de genade van God… [Muziek] EjQKMgEMOdbH+yMSkVimZ/PzYCk6hFK63Ij8uyLzLD0uxUaZwOGiofD0WYP+SnR5UIHgiEtb
Deze tekst is een automatische transcriptie met behulp van kunstmatige intelligentie. Als u eventuele fouten in deze tekst wilt (helpen) verbeteren, wilt u ons dat dan laten weten?
Gemeente des Heeren, zoals uit de tekst van vanavond duidelijk blijkt, is het onderwerp van de prediking de uitverkiezing. Het is misschien goed om de vraag te stellen of je daar eigenlijk wel een preek over kunt houden. Is het wel mogelijk om Evangelie te verkondigen met de uitverkiezing als inzet? Want hoe staat het met de uitverkiezing, jongens en meisjes? Er zijn een heleboel mensen, ook jonge mensen, die over de uitverkiezing eigenlijk deze gedachte hebben: "Je hoort erbij of je hoort er niet bij." En als je erbij hoort, nou, dan kom je er ook bij. En als je er niet bij hoort, wat je ook doet, dan kom je er toch niet bij. Dus dan is alle moeite tevergeefs. Er zijn een heleboel mensen die, als het over de genade in Christus gaat, nog wel het een en ander weten te zeggen, maar als het over de uitverkiezing gaat, eigenlijk niet meer weten te spreken. Omdat dat voor hen zo'n duistere zaak is, dat ze niet weten wat ze daarmee aanmoeten. En dan komt dan een tweede vraag bij: Is het wel mogelijk om te weten dat je uitverkoren bent? Is het niet verschrikkelijk eigenwijs als er vanavond hier iemand zou opstaan in de kerk, of de kerk zou uitgaan met de gedachte: "Ik ben uitverkoren." Heb je dan niet een geweldige pretentie in je hoofd, dat je zegt: "Ik behoor tot het uitverkoren volk van God." Dat wil dan nogal wat zeggen. Is het mogelijk om te weten of je uitverkoren bent? En hoe kun je dat weten? Wel, gemeente, dat zijn vragen die vanavond in de preek aan de orde moeten komen en waarop ik ook wil proberen in te gaan. Ik zal proberen de tekst van vanavond met een paar beelden toe te lichten, jongens en meisjes. En ik besef heel wel dat dat maar menselijke beelden zijn en dat dat altijd maar voor een deel verduidelijkt. Maar ik hoop toch dat het een klein beetje helpen mag. De uitverkiezing in Christus. Ik wijs u op het wezen en op de spiegel van de uitverkiezing. Het is goed, gemeente, dat we erop letten in welk verband Paulus de uitverkiezing in Efeze 1 aan de orde stelt. Het begint namelijk met een loflied: "Gezegend zij de God en Vader van onze Here Jezus Christus, die ons gezegend heeft met alle geestelijke zegening in de hemel in Christus." Daar moeten we heel goed op letten. Als Paulus in deze brief, die wel genoemd wordt de kerkbrief, ook de uitverkiezing aanraakt, dan doet hij dat in de context van het loflied. Dan doet hij dat in een lofzang op de genade van de levende God. Dat eerste "gezegend" betekent natuurlijk "geprezen", want God kan ons wel zegenen, maar wij kunnen God niet zegenen. God heeft de zegen van ons niet nodig, en wij hebben niet eens het recht om de Here God te zegenen. Paulus bedoelt er ook mee, zoals het grondwoord betekent: "Geprezen zij de God en Vader van onze Here Jezus Christus, die ons van zijn kant gezegend heeft met alle geestelijke zegening in de hemel in Christus." Dat wil betekenen, gemeente, dat voor Paulus de uitverkiezing geen dogmatisch leerstuk is waar je je tanden op stuk moet bijten. Dat de uitverkiezing in deze brief niet ter sprake komt in het kader van een geweldig, ingewikkeld en geleerd betoog. Dat het geen stuk star en stoer calvinistisch denken is waarin je over de uitverkiezing moet spreken, maar dat je er alleen over kunt spreken op de toonhoogte van het loflied. Zoals, gemeente, in dit loflied voortdurend weer het refrein is: "Tot prijs zijner heerlijkheid." Het is erg belangrijk dat we daar goed op letten. Want er zijn mensen die met de uitverkiezing een heel verkeerde kant uitgaan. Er zijn mensen die de uitverkiezing hanteren, mag ik nou dat beeld maar gebruiken, zoals de muur die scheiding maakt tussen Oost- en West-Berlijn. Ik sprak iemand die daar geweest was en die door het zien van de muur het beeld gekregen had van een geweldige mistroostigheid. Er was één kleine, smalle doorgang waar nog allerlei hindernissen in aangebracht waren voor auto's en bussen, opdat je er toch maar niet zonder paspoort doorkwam. Er zijn mensen die over de uitverkiezing denken en spreken als over het oprichten van een muur. En dan is de uitverkiezing het eerste wat aan de orde komt. En dan is de genade van God... [Muziek]
EjQKMgEMOdbH+yMSkVimZ/PzYCk6hFK63Ij8uyLzLD0uxUaZwOGiofD0WYP+SnR5UIHgiEtb
