[23] Jes. 54: 7, 8

Voorganger

Exalto, K.

Datum preek

30 september 1984

U kunt de preek hier beluisteren en lezen, of de tekst van de preek kopiëren naar het klembord.

Gemeente, na vele jaren eindelijk weer eens een beetje een optimistisch geluid. Dat was algemeen de reactie die men allerwege beluisteren kon op de troonrede van de derde dinsdag in september, nu ongeveer een dag of 10 geleden. Het schijnt dus met onze economie weer wat beter te gaan. Er is althans sprake van een kleine opleving, en al wij hopen het begin van een wat betere tijd. Ja, dat is zo wat de economie betreft. Maar die is natuurlijk niet het één en het al. Ze is wel belangrijk, maar er zijn ook nog vele andere dingen die ook belangrijk zijn, en die zelfs van nog groter belang zijn. Ware christenen denken immers niet alleen maar aan het stoffelijke. Zij denken ook aan de geestelijke belangen van ons volk. Ze denken niet alleen maar aan hogere inkomsten, maar ook aan de verbetering van het leven van ons volk, de bekering van ons volk. Het zijn niet alleen maar de sociale problemen die hen benauwen, veel meer nog de zonde en ongerechtigheden van het volk. En ze weten dat de diepste oorzaak van alle ellende, ook alle nationale ellende gelegen is in de afval van God. Maar daarover hebben wij in de troonrede helaas niet gehoord. Het was al heel wat dat de wens dat God de staat en generaal zou zegenen, weer net als vorig jaar in de troonrede was opgenomen. Maar verder is onze regering niet gekomen. En zo staan wij dan voor de vraag: wat zal de toekomst ons brengen? En is er een antwoord op die vraag? Ook de Bijbel spreekt over de toekomst. Boven het hoofdstuk waaraan we onze tekstwoorden ontleend hebben, staat de toekomst van Sion. En daar gaat het dus over. In onze tekstwoorden over de toekomst van Sion. Maar wie is Sion? Wij zullen, gemeente, allereerst moeten denken aan Jeruzalem. Die stad lag op een berg, de berg Sion. En daarom heet ook de stad zelf Sion. Sion is dus Jeruzalem, de stad waarin de tempel des Heren, waarin de tempel des Heren stond. Maar Sion heeft in de Bijbel ook een wijdere betekenis. Heel het volk des Heren wordt ermee aangeduid. Heel Israël, de gemeente Gods. En welk beeld krijgen wij nu van dat Sion uit ons hoofdstuk? Ach, geen erg rooskleurig beeld. Zij wordt vergeleken al in vers 1 bij een vruchtbare, onvruchtbare. Sions kinderen zijn er niet meer, niet meer. Sion was eenzaam, eenzaam en verlaten. In vers 3 lezen wij van verwoeste steden, en in vers 6 heet Sion een verlaten vrouw, een bedroefde van geest. In vers 14 lezen wij van Sion als een verdrukte, als een door hem onweder voortgedrevene en ongetrooste. Hoe kwam dat toch? Wat was er dan met Sion? Welke ramp had Sion getroffen? Wel, gemeente, Jesaja, de profeet spreekt erover de ballingschap, waarin Israël, Sion 70 jaren zou verkeren. Oh, welk een droeve tijd daar in Babel. Een tijd van bittere ervaringen. Een heel volk in de slavernij, het beloofde land, een verwoestenij, verwoeste steden, Sion verlaten, Jeruzalem eenzaam, geen leven meer in het land, de heerschappij van de dood. Hoe kwam dat? Hoe kon het toch zover komen met het oude volk Gods, met Sion? Was Sion dan niet van God bemind? Was Sion dan niet de bruid, de vrouw van hem, de Here, de God des verbonds die zich haar man noemde? Hoe kon Sion toch komen tot zulk een verval? Hoe kon Sion toch zo verarmen? Hoe was het toch mogelijk? Zie hier, gemeente, waartoe de zonde een land kunnen brengen en waartoe de zonde de kerk kunnen doen vervallen. Sion was namelijk ontrouw geworden. De Here was wel haar man, maar zij wilde niet, zijn vrouw, zijn bruid, zei ze. Ze liep andere goden na, ze pleegde hoererij. En is de Here onze God niet een jaloers God? Ik zal mijn eer aan geen andere geven en mijn. [Muziek] EjQKMgEMOdbH7lKUMc2FbqhbgiWLDREbokEWqr9KGEOHGvC5hKzVvFo8QYF7iT1Slwg7s4H1


Deze tekst is een automatische transcriptie met behulp van kunstmatige intelligentie. Als u eventuele fouten in deze tekst wilt (helpen) verbeteren, wilt u ons dat dan laten weten?


Gemeente, na vele jaren eindelijk weer eens een beetje een optimistisch geluid. Dat was algemeen de reactie die men allerwege beluisteren kon op de troonrede van de derde dinsdag in september, nu ongeveer een dag of 10 geleden. Het schijnt dus met onze economie weer wat beter te gaan. Er is althans sprake van een kleine opleving, en al wij hopen het begin van een wat betere tijd. Ja, dat is zo wat de economie betreft. Maar die is natuurlijk niet het één en het al. Ze is wel belangrijk, maar er zijn ook nog vele andere dingen die ook belangrijk zijn, en die zelfs van nog groter belang zijn. Ware christenen denken immers niet alleen maar aan het stoffelijke. Zij denken ook aan de geestelijke belangen van ons volk. Ze denken niet alleen maar aan hogere inkomsten, maar ook aan de verbetering van het leven van ons volk, de bekering van ons volk. Het zijn niet alleen maar de sociale problemen die hen benauwen, veel meer nog de zonde en ongerechtigheden van het volk. En ze weten dat de diepste oorzaak van alle ellende, ook alle nationale ellende gelegen is in de afval van God. Maar daarover hebben wij in de troonrede helaas niet gehoord. Het was al heel wat dat de wens dat God de staat en generaal zou zegenen, weer net als vorig jaar in de troonrede was opgenomen. Maar verder is onze regering niet gekomen. En zo staan wij dan voor de vraag: wat zal de toekomst ons brengen? En is er een antwoord op die vraag? Ook de Bijbel spreekt over de toekomst. Boven het hoofdstuk waaraan we onze tekstwoorden ontleend hebben, staat de toekomst van Sion. En daar gaat het dus over. In onze tekstwoorden over de toekomst van Sion. Maar wie is Sion? Wij zullen, gemeente, allereerst moeten denken aan Jeruzalem. Die stad lag op een berg, de berg Sion. En daarom heet ook de stad zelf Sion. Sion is dus Jeruzalem, de stad waarin de tempel des Heren, waarin de tempel des Heren stond. Maar Sion heeft in de Bijbel ook een wijdere betekenis. Heel het volk des Heren wordt ermee aangeduid. Heel Israël, de gemeente Gods. En welk beeld krijgen wij nu van dat Sion uit ons hoofdstuk? Ach, geen erg rooskleurig beeld. Zij wordt vergeleken al in vers 1 bij een vruchtbare, onvruchtbare. Sions kinderen zijn er niet meer, niet meer. Sion was eenzaam, eenzaam en verlaten. In vers 3 lezen wij van verwoeste steden, en in vers 6 heet Sion een verlaten vrouw, een bedroefde van geest. In vers 14 lezen wij van Sion als een verdrukte, als een door hem onweder voortgedrevene en ongetrooste. Hoe kwam dat toch? Wat was er dan met Sion? Welke ramp had Sion getroffen? Wel, gemeente, Jesaja, de profeet spreekt erover de ballingschap, waarin Israël, Sion 70 jaren zou verkeren. Oh, welk een droeve tijd daar in Babel. Een tijd van bittere ervaringen. Een heel volk in de slavernij, het beloofde land, een verwoestenij, verwoeste steden, Sion verlaten, Jeruzalem eenzaam, geen leven meer in het land, de heerschappij van de dood. Hoe kwam dat? Hoe kon het toch zover komen met het oude volk Gods, met Sion? Was Sion dan niet van God bemind? Was Sion dan niet de bruid, de vrouw van hem, de Here, de God des verbonds die zich haar man noemde? Hoe kon Sion toch komen tot zulk een verval? Hoe kon Sion toch zo verarmen? Hoe was het toch mogelijk? Zie hier, gemeente, waartoe de zonde een land kunnen brengen en waartoe de zonde de kerk kunnen doen vervallen. Sion was namelijk ontrouw geworden. De Here was wel haar man, maar zij wilde niet, zijn vrouw, zijn bruid, zei ze. Ze liep andere goden na, ze pleegde hoererij. En is de Here onze God niet een jaloers God? Ik zal mijn eer aan geen andere geven en mijn. [Muziek]
EjQKMgEMOdbH7lKUMc2FbqhbgiWLDREbokEWqr9KGEOHGvC5hKzVvFo8QYF7iT1Slwg7s4H1

K. Exalto (1919-2003): kand. 1955, Brakel-hg 1955, Melissant-hg 1960, Noordeloos-hg 1966, Hasselt-hg 1972, Benthuizen-hg 1978-85. Bron: dominees.nl.