[38] Zach. 2: 1-4
Collectie: 2412-noorlandt-tape-150
U kunt de preek hier beluisteren en lezen, of de tekst van de preek kopiëren naar het klembord.
Onze tekstwoorden beginnen met te spreken van omhoog geheven ogen. Dat is een wonder, gemeente, een mens tegen te komen met omhoog geheven ogen. Van nature kijken wij met onze ogen naar beneden. Verwachten we het ook van de krachten van beneden. Maar Zacharia heeft de ogen omhoog geheven. Wat verwacht deze Godman dan? Hij verwacht de herbouw van Jeruzalem van de Heere alleen. Immers Jeruzalem is een puinhoop geworden. De stad en de tempel liggen verwoest. Het volk is weggevoerd in ballingschap. Wat moet er toch van Jeruzalem terecht komen? Zacharia staat met de rug tegen de muur. En hij heeft de ogen naar omhoog. Mijn verwachting is van de Heere die hemel en aarde geschapen heeft. Gemeente weet u wat dat is? Op de puinhopen van je bestaan de redding en het heil des Heeren te verwachten. Wat is dat groot. Wanneer onze wegen worden afgesneden. Wanneer we het alleen van de Heere hebben leren verwachten. Het is een hachelijke situatie. Jeruzalem verbrandt. Stad en tempel verwoest. Heere ik heb u voorwaar voorheen in het heiligdom beschouwd met vrolijkheid. Maar nu zijn mijn ogen bedroefd vanwege de verbreking en vanwege de verwoesting. Ach Heere. Kom gij uw stad, uw Jeruzalem nog eens te herbouwen en wil gij mij terugbrengen tot uw hoogtijring, dat ik uw gunst weer mag aanschouwen. En dan lezen we zo rijk in ons tekstgedeelte dat de Heere Jeruzalem gaat herbouwen en dat hij de stad doet verrijzen in heerlijkheid en in luister. Want wat aanschouwt Zacharia? Hij ziet een man met een meetsnoer in zijn hand. Gemeente op de puinhopen van je bestaan openbaart de Heere die man met dat meetsnoer. Maar dan wel goed opgelet. De Heere verspeelt zijn genaderijke vertroostingen niet. De Heere komt met zijn rijke, vertroostende genade over u wanneer wij in een afgesneden weg terecht zijn gekomen, wanneer we leren vragen: “Heere, hoe moet het nu?” Reeds is een EjQKMgEMOdbHM1//6ZPfEhGb5+bmUyz1KiOb9eaJ3IJZmWoWW1Xs4oPhlg3V2I+x6duhPv9a
Deze tekst is een automatische transcriptie met behulp van kunstmatige intelligentie. Als u eventuele fouten in deze tekst wilt (helpen) verbeteren, wilt u ons dat dan laten weten?
Onze tekstwoorden beginnen met te spreken van omhoog geheven ogen. Dat is een wonder, gemeente, een mens tegen te komen met omhoog geheven ogen. Van nature kijken wij met onze ogen naar beneden. Verwachten we het ook van de krachten van beneden. Maar Zacharia heeft de ogen omhoog geheven. Wat verwacht deze Godman dan? Hij verwacht de herbouw van Jeruzalem van de Heere alleen. Immers Jeruzalem is een puinhoop geworden. De stad en de tempel liggen verwoest. Het volk is weggevoerd in ballingschap. Wat moet er toch van Jeruzalem terecht komen? Zacharia staat met de rug tegen de muur. En hij heeft de ogen naar omhoog. Mijn verwachting is van de Heere die hemel en aarde geschapen heeft. Gemeente weet u wat dat is? Op de puinhopen van je bestaan de redding en het heil des Heeren te verwachten. Wat is dat groot. Wanneer onze wegen worden afgesneden. Wanneer we het alleen van de Heere hebben leren verwachten. Het is een hachelijke situatie. Jeruzalem verbrandt. Stad en tempel verwoest. Heere ik heb u voorwaar voorheen in het heiligdom beschouwd met vrolijkheid. Maar nu zijn mijn ogen bedroefd vanwege de verbreking en vanwege de verwoesting. Ach Heere. Kom gij uw stad, uw Jeruzalem nog eens te herbouwen en wil gij mij terugbrengen tot uw hoogtijring, dat ik uw gunst weer mag aanschouwen. En dan lezen we zo rijk in ons tekstgedeelte dat de Heere Jeruzalem gaat herbouwen en dat hij de stad doet verrijzen in heerlijkheid en in luister. Want wat aanschouwt Zacharia? Hij ziet een man met een meetsnoer in zijn hand. Gemeente op de puinhopen van je bestaan openbaart de Heere die man met dat meetsnoer. Maar dan wel goed opgelet. De Heere verspeelt zijn genaderijke vertroostingen niet. De Heere komt met zijn rijke, vertroostende genade over u wanneer wij in een afgesneden weg terecht zijn gekomen, wanneer we leren vragen: "Heere, hoe moet het nu?" Reeds is een
EjQKMgEMOdbHM1//6ZPfEhGb5+bmUyz1KiOb9eaJ3IJZmWoWW1Xs4oPhlg3V2I+x6duhPv9a
