[46] 1Kor. 2: 12

Voorganger

Vroegindeweij, J.

U kunt de preek hier beluisteren en lezen, of de tekst van de preek kopiëren naar het klembord.

Gemeente, en zo leven wij in deze weken in de weken na Pinksteren. Ja, het is herdacht mogen worden dat de Heere vervuld heeft wat Hij zijn discipelen had beloofd. Het is herdacht mogen worden dat de Trooster is uitgezonden. Ja, die Trooster, die Heilige Geest, die Christus door de zijnen door zijn lijden en sterven verworven had. En hoe Hij, en hoe nodig is toch de Heilige Geest. Hoe onmisbaar is toch de Heilige Geest. Het leven van Gods kerk wat ze in waarheid mogen verstaan, wie ze zelven zijn. Hoe daar van henzelven geen verwachting is. Hoe ze in zichzelven verloren liggen door hun zonden. Hoe ze onrein zijn door hun zonden en hoe ze nu nodig hebben de verzoening, niet door de werken van de mens, niet door de werken van de heiligen, maar hoe ze verzoening nodig hebben door de Heere, door wat Hij heeft gedaan door zijn lijden en sterven. En waar een mens dan ook door de Heilige Geest geleid wordt, daar wordt de bede geboren in het hart aan de troon van Gods genade. Heere, wees Gij mij genadig. Ik heb het alles verdorven, ik heb U onteerd, red Gij mij. Gij alleen moet het doen. Ja, de Geest Gods, het Woord Gods in het hart leggende en verklarende doet het de mens verstaan dat er van de mens geen verwachting is, dat het alleen van de Heere moet komen. Ja, dat leert dan ook de Geest Gods, dat leert de Geest Gods degenen die in de wegen Gods gaan. Ja, Hij leert ze in de wegen Gods gaan en in de wegen Gods gaande, leert Hij ze het alleen van Hem verwachten en pleiten op de beloften des Heeren. Ja, die Geest, die doet het verstaan hoe die beloften Gods in de Heere Jezus Christus vervuld zijn en hoe nu juist om Zijnentwil de Heere nog van doen kan hebben met zulken, die naar recht, die naar de wet Gods, Gods eeuwigen toren verdiend hebben. Ja, wonder zaak toch, door de Geest Gods geleid te worden in de weg der waarheid en zo in waarheid de Heere recht nodig te hebben, op al wat van de mens is te doden schrijven en u alles in de Heere te zoeken voor tijd en voor eeuwigheid. Wat een zaak, alles, alles in de Heere te mogen vinden wat we nodig hebben. Wat een zaak, waar die Christus verheerlijkt wordt aan het hart. Ja, daar wordt het verstaan, wat ook zo wonderlijk in Psalm 45 wordt bezongen, beminlijk vorst. Uw schoonheid hoog te loven, gaat al het schoon der mensen ver te boven. Genade is op uw lippen uitgestort. Die scheedebewulig van God gezegend wordt. En daar gaat het om, dat we daar iets van mogen verstaan. Is in uw leven door de werking van de Heilige Geest er een honger en een dorst geboren naar de Heere? Hebt gij die borg en middelaar, waarvan Gods woord spreekt, boven alles leren nodig hebben? Ja, het zijn zulken belangrijke vragen. Is daar in uw leven een verwachten, een verbijden van de Heere en dat steeds meer en meer? Uit wat voor beginsel leeft ge? Nog uit uw oude beginsel, nog uit de zonde en nog uit de wereld? Ja, hoe erg is het als ge zo door kunt gaan, zonder dat het u zo, zonder dat het u verontrust, zonder dat het u aan de voeten des Heeren doet gevonden worden als een alles missende. EjQKMgEMOdbH8v16f0vOSmnoG55i4CNy1lrEZIdL9pba3Uj7Nz/yc0ewT5TQcOBhw4YHvBsf


Deze tekst is een automatische transcriptie met behulp van kunstmatige intelligentie. Als u eventuele fouten in deze tekst wilt (helpen) verbeteren, wilt u ons dat dan laten weten?


Gemeente, en zo leven wij in deze weken in de weken na Pinksteren. Ja, het is herdacht mogen worden dat de Heere vervuld heeft wat Hij zijn discipelen had beloofd. Het is herdacht mogen worden dat de Trooster is uitgezonden. Ja, die Trooster, die Heilige Geest, die Christus door de zijnen door zijn lijden en sterven verworven had. En hoe Hij, en hoe nodig is toch de Heilige Geest. Hoe onmisbaar is toch de Heilige Geest. Het leven van Gods kerk wat ze in waarheid mogen verstaan, wie ze zelven zijn. Hoe daar van henzelven geen verwachting is. Hoe ze in zichzelven verloren liggen door hun zonden. Hoe ze onrein zijn door hun zonden en hoe ze nu nodig hebben de verzoening, niet door de werken van de mens, niet door de werken van de heiligen, maar hoe ze verzoening nodig hebben door de Heere, door wat Hij heeft gedaan door zijn lijden en sterven. En waar een mens dan ook door de Heilige Geest geleid wordt, daar wordt de bede geboren in het hart aan de troon van Gods genade. Heere, wees Gij mij genadig. Ik heb het alles verdorven, ik heb U onteerd, red Gij mij. Gij alleen moet het doen. Ja, de Geest Gods, het Woord Gods in het hart leggende en verklarende doet het de mens verstaan dat er van de mens geen verwachting is, dat het alleen van de Heere moet komen. Ja, dat leert dan ook de Geest Gods, dat leert de Geest Gods degenen die in de wegen Gods gaan. Ja, Hij leert ze in de wegen Gods gaan en in de wegen Gods gaande, leert Hij ze het alleen van Hem verwachten en pleiten op de beloften des Heeren. Ja, die Geest, die doet het verstaan hoe die beloften Gods in de Heere Jezus Christus vervuld zijn en hoe nu juist om Zijnentwil de Heere nog van doen kan hebben met zulken, die naar recht, die naar de wet Gods, Gods eeuwigen toren verdiend hebben. Ja, wonder zaak toch, door de Geest Gods geleid te worden in de weg der waarheid en zo in waarheid de Heere recht nodig te hebben, op al wat van de mens is te doden schrijven en u alles in de Heere te zoeken voor tijd en voor eeuwigheid. Wat een zaak, alles, alles in de Heere te mogen vinden wat we nodig hebben. Wat een zaak, waar die Christus verheerlijkt wordt aan het hart. Ja, daar wordt het verstaan, wat ook zo wonderlijk in Psalm 45 wordt bezongen, beminlijk vorst. Uw schoonheid hoog te loven, gaat al het schoon der mensen ver te boven. Genade is op uw lippen uitgestort. Die scheedebewulig van God gezegend wordt. En daar gaat het om, dat we daar iets van mogen verstaan. Is in uw leven door de werking van de Heilige Geest er een honger en een dorst geboren naar de Heere? Hebt gij die borg en middelaar, waarvan Gods woord spreekt, boven alles leren nodig hebben? Ja, het zijn zulken belangrijke vragen. Is daar in uw leven een verwachten, een verbijden van de Heere en dat steeds meer en meer? Uit wat voor beginsel leeft ge? Nog uit uw oude beginsel, nog uit de zonde en nog uit de wereld? Ja, hoe erg is het als ge zo door kunt gaan, zonder dat het u zo, zonder dat het u verontrust, zonder dat het u aan de voeten des Heeren doet gevonden worden als een alles missende.
EjQKMgEMOdbH8v16f0vOSmnoG55i4CNy1lrEZIdL9pba3Uj7Nz/yc0ewT5TQcOBhw4YHvBsf

No information on J. Vroegindeweij yet available.