[28] Hos. 14: 9
Collectie: 2412-noorlandt-tape-150
U kunt de preek hier beluisteren en lezen, of de tekst van de preek kopiëren naar het klembord.
Geliefden, wij lezen in Mattheüs 21 vers 19: “En Jezus, ziende een vijgenboom aan de weg, ging naar hem toe en vond niets aan dezelve dan alleenlijk bladeren. En Hij zeide tot hem: Uit u worde geen vrucht meer in der eeuwigheid en de vijgenboom verdorde terstond.”
In gedachten zien wij de Zaligmaker wandelen langs de kant van de weg, met Zijn twaalf discipelen. En dan daar aan de zijde van de weg plotseling een vijgenboom. Zo’n prachtige boom met onnoemelijk veel bladeren, die alles bedekken.
Maar geliefden, de Zaligmaker, Hij is alwetend en Hij weet dat achter die dat schone bladerdek niet één vrucht gevonden wordt.
“En Jezus, de vijgenboom ziende, ging naar hem toe en vond niets aan dezelve dan alleen bladeren.” Wel veel bladeren, maar niet één vrucht. Niet alleen alwetend, maar ook almachtig. Want dan komt dat goddelijk machtswoord uit Zijn lippen: “Uit u worde geen vrucht meer in der eeuwigheid.” En terstond verdort de vijgenboom.
De bladeren vallen af, de takken verwelken en ze wordt uitgehouwen en in het vuur geworpen en van die prachtige vijgenboom is totaal niets meer over.
Hoe komt dat? Alleen bladeren. Geliefden, het is vanmorgen een beeld van u en van mij. We zijn allemaal van die onvruchtbare en verdorde vijgenbomen, waar wel veel bladeren misschien aan te vinden zijn. Bladeren van rechtzinnigheid, van ernst, van indrukken, van bevatting van de waarheid en van verstand in het goddelijk Woord, maar van nature is daar niet één vrucht.
Ze waren er wel. Eenmaal stonden we in het paradijs en we hebben de eer Gods bedoeld, kennis, gerechtigheid en heiligheid. Maar geliefden, die vruchten, die zijn er afgevallen.
Als de Heere nu vanmorgen bij mij en bij u eens onderzoek gaat doen, naar de vruchten die er groeien aan onze vijgenboom, zal het dan ook klinken: “Uit u geen vrucht meer in der eeuwigheid?” Zullen daar dan ook alleen bladeren zijn en niet één vrucht die getuigt van de eer van Gods naam en van het genadewerk van de hemel? Geliefden, van nature zijn ze er niet.
Die vijgenboom, die doet ons ook zo duidelijk zien, dat als er vruchten zijn, ze niet uit de mens voortkomen, want ze zijn er niet. En als dan vanmorgen anders is, kind des Heeren, dat goddelijke erfdeel wat de Heere heeft bezorgd en vruchten aan die levensboom heeft aangebracht, o, dan is niet de oorzaak vanuit die vijgenboom, maar dan zal het vanmorgen gezegd moeten worden: “Mijn God, U zal ik eeuwig loven, omdat Gij het hebt gedaan.” Dan zijn daar vruchten, omdat God begon. Dan zijn daar vruchten vanwege het welbehagen des Heeren, waardoor Zijn hand gelukkiglijk voortgaat. Zijn er vruchten, welgeliefden, dan zocht de Heere uw uw onvruchtbare vijgenboom op en dan is het door goddelijke genade gemaakt tot een groenende denneboom. Dan kwamen daar die vruchten van zoeken, van de levende God, van het aanroepen van de naam des Heeren, maar ook van die honger en dorst naar die enige gerechtigheid, die redt van de dood. We gaan nu daar vanmorgen bij bepalen: Hosea 14 daarvan het negende vers. Hosea 14 vers 9, waar wij des Heeren Woord in onze tekst aldus lezen:
“Efraïm, wat heb Ik meer met de afgoden te doen? Ik heb hem verhoord en zal op hem zien. Ik zal hem zijn als een groenende denneboom; uw vrucht is uit Mij gevonden.”
Geliefden, de Godsgezant Hosea heeft een plaats ontvangen, voornamelijk in het rijk der tien stammen. En zijn prediking strekte zich uit van de jaren ’67 tot ’722 voor Christus. En dat laatste jaar
Deze tekst is een automatische transcriptie met behulp van kunstmatige intelligentie. Als u eventuele fouten in deze tekst wilt (helpen) verbeteren, wilt u ons dat dan laten weten?
Geliefden, wij lezen in Mattheüs 21 vers 19: "En Jezus, ziende een vijgenboom aan de weg, ging naar hem toe en vond niets aan dezelve dan alleenlijk bladeren. En Hij zeide tot hem: Uit u worde geen vrucht meer in der eeuwigheid en de vijgenboom verdorde terstond."
In gedachten zien wij de Zaligmaker wandelen langs de kant van de weg, met Zijn twaalf discipelen. En dan daar aan de zijde van de weg plotseling een vijgenboom. Zo'n prachtige boom met onnoemelijk veel bladeren, die alles bedekken.
Maar geliefden, de Zaligmaker, Hij is alwetend en Hij weet dat achter die dat schone bladerdek niet één vrucht gevonden wordt.
"En Jezus, de vijgenboom ziende, ging naar hem toe en vond niets aan dezelve dan alleen bladeren." Wel veel bladeren, maar niet één vrucht. Niet alleen alwetend, maar ook almachtig. Want dan komt dat goddelijk machtswoord uit Zijn lippen: "Uit u worde geen vrucht meer in der eeuwigheid." En terstond verdort de vijgenboom.
De bladeren vallen af, de takken verwelken en ze wordt uitgehouwen en in het vuur geworpen en van die prachtige vijgenboom is totaal niets meer over.
Hoe komt dat? Alleen bladeren. Geliefden, het is vanmorgen een beeld van u en van mij. We zijn allemaal van die onvruchtbare en verdorde vijgenbomen, waar wel veel bladeren misschien aan te vinden zijn. Bladeren van rechtzinnigheid, van ernst, van indrukken, van bevatting van de waarheid en van verstand in het goddelijk Woord, maar van nature is daar niet één vrucht.
Ze waren er wel. Eenmaal stonden we in het paradijs en we hebben de eer Gods bedoeld, kennis, gerechtigheid en heiligheid. Maar geliefden, die vruchten, die zijn er afgevallen.
Als de Heere nu vanmorgen bij mij en bij u eens onderzoek gaat doen, naar de vruchten die er groeien aan onze vijgenboom, zal het dan ook klinken: "Uit u geen vrucht meer in der eeuwigheid?" Zullen daar dan ook alleen bladeren zijn en niet één vrucht die getuigt van de eer van Gods naam en van het genadewerk van de hemel? Geliefden, van nature zijn ze er niet.
Die vijgenboom, die doet ons ook zo duidelijk zien, dat als er vruchten zijn, ze niet uit de mens voortkomen, want ze zijn er niet. En als dan vanmorgen anders is, kind des Heeren, dat goddelijke erfdeel wat de Heere heeft bezorgd en vruchten aan die levensboom heeft aangebracht, o, dan is niet de oorzaak vanuit die vijgenboom, maar dan zal het vanmorgen gezegd moeten worden: "Mijn God, U zal ik eeuwig loven, omdat Gij het hebt gedaan." Dan zijn daar vruchten, omdat God begon. Dan zijn daar vruchten vanwege het welbehagen des Heeren, waardoor Zijn hand gelukkiglijk voortgaat. Zijn er vruchten, welgeliefden, dan zocht de Heere uw uw onvruchtbare vijgenboom op en dan is het door goddelijke genade gemaakt tot een groenende denneboom. Dan kwamen daar die vruchten van zoeken, van de levende God, van het aanroepen van de naam des Heeren, maar ook van die honger en dorst naar die enige gerechtigheid, die redt van de dood. We gaan nu daar vanmorgen bij bepalen: Hosea 14 daarvan het negende vers. Hosea 14 vers 9, waar wij des Heeren Woord in onze tekst aldus lezen:
"Efraïm, wat heb Ik meer met de afgoden te doen? Ik heb hem verhoord en zal op hem zien. Ik zal hem zijn als een groenende denneboom; uw vrucht is uit Mij gevonden."
Geliefden, de Godsgezant Hosea heeft een plaats ontvangen, voornamelijk in het rijk der tien stammen. En zijn prediking strekte zich uit van de jaren '67 tot '722 voor Christus. En dat laatste jaar
