[44] Hand. 2: 43-45
Collectie: 2412-noorlandt-tape-150
U kunt de preek hier beluisteren en lezen, of de tekst van de preek kopiëren naar het klembord.
Gemeente, door de Heilige Geest is het leven van die eerste christenen in Jeruzalem opvallend.
Dwingt respect af als gevolg van het volharden in de leer der apostelen, in de gemeenschap, in het breken van het brood, en in de volharding waar wij de vorige weken over gehoord hebben. Als gevolg daarvan, dat wordt in de tekst aangegeven door dat voegwoordje en, is daar ook een vreze over alle ziel.
Waar God ver en vreemd is, onbekend en onbemind, gemeente, daar vindt u geen vreze.
Er is op meerdere plaatsen in de Bijbel sprake van dat er op bepaalde plaatsen en bij bepaalde mensen geen vreze voor God is. Je moet zeggen, in onze huidige samenleving, de maatschappij en de wereld waarin wij met onze kinderen ons bevinden, ziet u dat terug.
Daar is het aan de orde van de dag zelfs. God en zijn heilige wil, God en zijn dienst worden overbodig verklaard. Worden ouderwets, achterhaald genoemd. Ja, men durft zelfs God dood te verklaren, of op zijn zachtst en minst afwezig.
Het gevolg is, waar God niet meer gevreesd wordt, daar wordt ook geen mens meer ontzien. Moord en doodslag zijn aan de orde van de dag. Men wil het drukgebruik en zelfs de abortus in onze wetgeving inbrengen, en zo mogelijk goed gaan vinden.
Waar de Here echter door zijn woord en Geest in ons hart en leven komt werken, waar Hij in het midden van zijn gemeente tegenwoordig is, let daar maar op, daar komt altijd de vreze.
Dat wil dus zeggen: de eerbied. Dat diepe ontzag voor de majesteit, voor de heiligheid van de Here en van zijn rechten.
Nu zegt de tekst, die vreze is over alle ziel. Dat betekent allereerst dat die vreze voor God er is in de gemeente Gods bij de gelovigen.
Want juist die duizenden gelovigen, die door de Geest tot bekering kwamen en door de Geest geleid worden, juist deze mensen weten dat ze in de tegenwoordigheid Gods verkeren, dat zij leven en werken onder zijn ogen. Zij mogen in zijn gemeenschap delen.
En dat geeft, gemeente, vreze. Niet een slaafse vreze, niet een angst, maar een kinderlijke vreze, een heilige eerbied, een diep ontzag. En tegelijkertijd geeft dat ook een geweldige vreugde. En dat brengt tot aanbidding. De elementen zitten altijd in de vreze des Heren, en daardoor wordt heel het levensgedrag ook bepaald.
Want ik lees dat niet voor niets, van die christengemeente mag getuigd worden, die gemeenten door geheel Judea en Galilea en Samaria hadden vrede. En zij werden gesticht, en dan komt het, wandelende in de vreze des Heren en in de vertroosting van de Heilige Geest werden zij vermenigvuldigd.
Vanmorgen vraag ik dat af aan degenen die zeggen: “God te kennen.”
Mag ik het ook zo kort na de avondmaalsviering vragen, opnieuw aan degenen die daaraan deelgenomen hebben?
Hoe is dat bij ons, gemeente? Want juist uit de vreze des Heren, in de praktijk van ons leven, blijkt of wij God in waarheid kennen, en of wij God ook oprecht vrezen. Blijkt of wij door de Heilige Geest geleerd worden. U herkent de ware gelovigen onder andere ook hieraan dat ze in hun leven jagen naar de heiligmaking, omdat ze weten dat zonder die heiliging
Deze tekst is een automatische transcriptie met behulp van kunstmatige intelligentie. Als u eventuele fouten in deze tekst wilt (helpen) verbeteren, wilt u ons dat dan laten weten?
Gemeente, door de Heilige Geest is het leven van die eerste christenen in Jeruzalem opvallend.
Dwingt respect af als gevolg van het volharden in de leer der apostelen, in de gemeenschap, in het breken van het brood, en in de volharding waar wij de vorige weken over gehoord hebben. Als gevolg daarvan, dat wordt in de tekst aangegeven door dat voegwoordje en, is daar ook een vreze over alle ziel.
Waar God ver en vreemd is, onbekend en onbemind, gemeente, daar vindt u geen vreze.
Er is op meerdere plaatsen in de Bijbel sprake van dat er op bepaalde plaatsen en bij bepaalde mensen geen vreze voor God is. Je moet zeggen, in onze huidige samenleving, de maatschappij en de wereld waarin wij met onze kinderen ons bevinden, ziet u dat terug.
Daar is het aan de orde van de dag zelfs. God en zijn heilige wil, God en zijn dienst worden overbodig verklaard. Worden ouderwets, achterhaald genoemd. Ja, men durft zelfs God dood te verklaren, of op zijn zachtst en minst afwezig.
Het gevolg is, waar God niet meer gevreesd wordt, daar wordt ook geen mens meer ontzien. Moord en doodslag zijn aan de orde van de dag. Men wil het drukgebruik en zelfs de abortus in onze wetgeving inbrengen, en zo mogelijk goed gaan vinden.
Waar de Here echter door zijn woord en Geest in ons hart en leven komt werken, waar Hij in het midden van zijn gemeente tegenwoordig is, let daar maar op, daar komt altijd de vreze.
Dat wil dus zeggen: de eerbied. Dat diepe ontzag voor de majesteit, voor de heiligheid van de Here en van zijn rechten.
Nu zegt de tekst, die vreze is over alle ziel. Dat betekent allereerst dat die vreze voor God er is in de gemeente Gods bij de gelovigen.
Want juist die duizenden gelovigen, die door de Geest tot bekering kwamen en door de Geest geleid worden, juist deze mensen weten dat ze in de tegenwoordigheid Gods verkeren, dat zij leven en werken onder zijn ogen. Zij mogen in zijn gemeenschap delen.
En dat geeft, gemeente, vreze. Niet een slaafse vreze, niet een angst, maar een kinderlijke vreze, een heilige eerbied, een diep ontzag. En tegelijkertijd geeft dat ook een geweldige vreugde. En dat brengt tot aanbidding. De elementen zitten altijd in de vreze des Heren, en daardoor wordt heel het levensgedrag ook bepaald.
Want ik lees dat niet voor niets, van die christengemeente mag getuigd worden, die gemeenten door geheel Judea en Galilea en Samaria hadden vrede. En zij werden gesticht, en dan komt het, wandelende in de vreze des Heren en in de vertroosting van de Heilige Geest werden zij vermenigvuldigd.
Vanmorgen vraag ik dat af aan degenen die zeggen: "God te kennen."
Mag ik het ook zo kort na de avondmaalsviering vragen, opnieuw aan degenen die daaraan deelgenomen hebben?
Hoe is dat bij ons, gemeente? Want juist uit de vreze des Heren, in de praktijk van ons leven, blijkt of wij God in waarheid kennen, en of wij God ook oprecht vrezen. Blijkt of wij door de Heilige Geest geleerd worden. U herkent de ware gelovigen onder andere ook hieraan dat ze in hun leven jagen naar de heiligmaking, omdat ze weten dat zonder die heiliging
