[11] 1Kon. 17: 7-10

Voorganger

Knegt, G.S.A. de

Datum preek

5 september 1982

U kunt de preek hier beluisteren en lezen, of de tekst van de preek kopiëren naar het klembord.

Gemeente, het is toch wel op een heel wonderlijke wijze dat de Heer de profeet Elia daar aan die beek Krit heeft onderhouden. Iedere dag opnieuw immers brachten daar de raven brood en vlees aan deze knecht Gods. Dat was wonderlijk, niet alleen omdat, zoals wij zullen weten, raven onreine dieren waren en God zich dus van onreine dieren bedienden, maar bovenal omdat wij weten dat raven vraatzuchtige dieren zijn. Hoewel die beesten dus gaarne dat vlees en brood iedere dag zelf hadden opgegeten, houdt God ze toch in toom, zodat zij dit voedsel bij de profeet moeten brengen. Reikelijk van voedsel was de knecht Gods dus voorzien. En ook had hij iedere dag te drinken, want met het water van de beek Krit leste hij zijn dorst. Elia had het dus best daar enige jaren kunnen uithouden aan die beek. Dat had gekund als wij niet gelezen hadden dat die beek Krit na vele dagen was uitgedroogd. Na vele dagen. Het verblijf van Elia aan die beek wordt op ongeveer een jaar geschat en dat de Sarfat op ongeveer 2,5 jaar. We lezen immers dat Elia in het derde jaar van zijn verblijf in Sarfat van Godswege het bevel kreeg om zich aan Agab te gaan vertonen. Wel, dan kunnen we makkelijk uitrekenen dat hij ongeveer een jaar aan dat riviertje is geweest. Een jaar lang in de meest volstrekte eenzaamheid, met de bergen, met de raven, met de rotsen, maar bovenal met de Heer. De raven blijven, als het ware, in een luchtcorridor hun werk doen, maar de beek droogt uit. En de hemel blijft van koper en ook de regentijd is weer voorbijgegaan en geen druppel water is er gevallen. Ook de dauw in de nacht blijft uit, zodat alles verdort. Nu het water uit de beek uitdroogt, wordt ook Elia in de gevolgen van het gericht over Israël betrokken. Daarvoor is deze man Gods niet te goed. Tot nu toe had de Heer hem genadig uitgespaard, uitgezonderd, doch nu schijnt dat anders te worden. Er mag dan wel brood en vlees aanwezig zijn, niemand kan zonder water leven. Zou hij dan weliswaar de hongerdood niet sterven, maar de veel verschrikkelijker dood door dorst? Nee, dat duldt de Heer niet. Ofschoon dit waar is, Elia is er niets te goed voor. Dat niet. Eneley wedervaart de rechtvaardige en de onrechtvaardige. Maar toch, Elia blijft nog gespaard, gespaard voor zijn taak. Hoe? Dat weet ook deze knecht Gods in de verste verte niet. De Heer gaat met de zijnen telkens nieuwe wegen op. En daarom kunnen wij Gods wegen nooit of ten nimmer in kaart brengen, want dan zou het woord Gods liegen als het zegt: Ik zal de blinde leiden langs wegen. EjQKMgEMOdbHw6hhkP45UOwDwyF0SzWYYHBrYaI614GaQg75BaDUfRkeeGk7DreZcHugsOuj


Deze tekst is een automatische transcriptie met behulp van kunstmatige intelligentie. Als u eventuele fouten in deze tekst wilt (helpen) verbeteren, wilt u ons dat dan laten weten?


Gemeente, het is toch wel op een heel wonderlijke wijze dat de Heer de profeet Elia daar aan die beek Krit heeft onderhouden. Iedere dag opnieuw immers brachten daar de raven brood en vlees aan deze knecht Gods. Dat was wonderlijk, niet alleen omdat, zoals wij zullen weten, raven onreine dieren waren en God zich dus van onreine dieren bedienden, maar bovenal omdat wij weten dat raven vraatzuchtige dieren zijn. Hoewel die beesten dus gaarne dat vlees en brood iedere dag zelf hadden opgegeten, houdt God ze toch in toom, zodat zij dit voedsel bij de profeet moeten brengen. Reikelijk van voedsel was de knecht Gods dus voorzien. En ook had hij iedere dag te drinken, want met het water van de beek Krit leste hij zijn dorst. Elia had het dus best daar enige jaren kunnen uithouden aan die beek. Dat had gekund als wij niet gelezen hadden dat die beek Krit na vele dagen was uitgedroogd. Na vele dagen. Het verblijf van Elia aan die beek wordt op ongeveer een jaar geschat en dat de Sarfat op ongeveer 2,5 jaar. We lezen immers dat Elia in het derde jaar van zijn verblijf in Sarfat van Godswege het bevel kreeg om zich aan Agab te gaan vertonen. Wel, dan kunnen we makkelijk uitrekenen dat hij ongeveer een jaar aan dat riviertje is geweest. Een jaar lang in de meest volstrekte eenzaamheid, met de bergen, met de raven, met de rotsen, maar bovenal met de Heer. De raven blijven, als het ware, in een luchtcorridor hun werk doen, maar de beek droogt uit. En de hemel blijft van koper en ook de regentijd is weer voorbijgegaan en geen druppel water is er gevallen. Ook de dauw in de nacht blijft uit, zodat alles verdort. Nu het water uit de beek uitdroogt, wordt ook Elia in de gevolgen van het gericht over Israël betrokken. Daarvoor is deze man Gods niet te goed. Tot nu toe had de Heer hem genadig uitgespaard, uitgezonderd, doch nu schijnt dat anders te worden. Er mag dan wel brood en vlees aanwezig zijn, niemand kan zonder water leven. Zou hij dan weliswaar de hongerdood niet sterven, maar de veel verschrikkelijker dood door dorst? Nee, dat duldt de Heer niet. Ofschoon dit waar is, Elia is er niets te goed voor. Dat niet. Eneley wedervaart de rechtvaardige en de onrechtvaardige. Maar toch, Elia blijft nog gespaard, gespaard voor zijn taak. Hoe? Dat weet ook deze knecht Gods in de verste verte niet. De Heer gaat met de zijnen telkens nieuwe wegen op. En daarom kunnen wij Gods wegen nooit of ten nimmer in kaart brengen, want dan zou het woord Gods liegen als het zegt: Ik zal de blinde leiden langs wegen.
EjQKMgEMOdbHw6hhkP45UOwDwyF0SzWYYHBrYaI614GaQg75BaDUfRkeeGk7DreZcHugsOuj

G.S.A. de Knegt (1938-2016): kand. 1971, Kesteren-hg 1971, Barneveld-hg 1975, Huizen-hg 1981, Putten-hg 1986, Barneveld-hg 1991-2001. Bron: dominees.nl.