[44] Hand. 10: 4

Voorganger

Abma (sr.), H.G.

Datum preek

1 juli 1979

U kunt de preek hier beluisteren en lezen, of de tekst van de preek kopiëren naar het klembord.

Gemeente, ik begin met een vraag. En wel deze vraag, wat is wonderlijker dan telefoneren? U denkt misschien, hoe daar zo ineens op kom? Telefoneren. En wel, ik heb ooit eens een een vraaggesprek gelezen, een interview van een oude professor, van wie kinderen, elders in andere wereld delen woonachtig waren. En hij zei tegen die journalist, dan bel ik mijn kinderen op in Australië, Canada, ik weet het zo net niet meer. En dan praat ik met mijn kinderen. En dan is dat net alsof ze hier vlak bij me zitten, alsof ze hier in de kamer zijn. En hij voegde daarom toe, is dat niet wonderlijk? Dat je zomaar over zo’n grote afstand met elkaar praten kunt met je kinderen die de deur uit zijn en in een andere wereld delen wonen. Ik zei: “Het was een professor, en een man eh zal ongetwijfeld wel een wetenschappelijke uiteenzetting hebben kunnen geven van de manier waar op dit dit technisch gebeuren plaatsvindt van golven van stroomstootjes en en die wij zoals we dat op natuurkunde les wel leer op school en zou dat best wetenschappelijk wat kunnen toelichten, maar ondanks dat blijft het toch een wonder dat je over zo kilometers ver afstand met elkaar kunt praten alsof je naast elkaar zit tegenover elkaar op de stoel is is niet een wonder? En nu vroeg ik u, wat is wonderlijker dan telefoneren? En het antwoord luidt Dat is het gebed. Bidden zo vaak, het is een dagelijkse handeling en en ik wil er helemaal niet voor pleiten om te zeggen doe het alstublieft wat minder, lieve mensen, maar en maar beseffen we wel voldoende, wat dit toch eigenlijk een wonderlijk gebeuren is in ons leven. Daar komt niks geen techniek aan te pas. En toch, een gaat er een stem, gaat er gedachte, gaat er begeerte, eindeloos waar de en dan wij ooit met de techniek kunnen bereiken. Het is wonderlijker dan bidden. U hebt het gezongen zojuist en ik hoop en met met grote aandacht en eerbied, ik hef tot u die in de hemel zit en mijn ogen op en bid. Gelijk de knecht die naar zijn baas kijkt dan zegt: ik moet iets hebben. Misschien heb ik mijn schijfvul begeerd. Doe het alstublieft, baas en zoals het oog van het meisje op haar vrouw geslagen is, och och, zegt toch dat ik vrij mag vanmiddag. En gelijk het oog en der maagd is op haar vrouw geslagen, om hulp of gunst te vragen. Ja, zegt u. Ik hef tot u die in de hemel zit. Hoe Hoe moet ik me dat allemaal indenken? Want we zijn zachtjes aan allemaal een beetje geleerde mensen geworden. Hoe moet ik me dat voorstellen ergens ergens hoog in de lucht, zweeft daar misschien iets van een troon, van een een hoge zetel? En en is daar iemand gezeten? Hoe moet ik me dat indenken? Vandaag in de dag schieten we onze raketten in de ruimte. Betreden we de maan en wat is daar te beleven? En we hebben gehoord van een van een maanlandschap, stoffig en rotsig en en niets, geen leven, een woestijn landschap. Zou het dat misschien zijn met al die hemellichamen?


Deze tekst is een automatische transcriptie met behulp van kunstmatige intelligentie. Als u eventuele fouten in deze tekst wilt (helpen) verbeteren, wilt u ons dat dan laten weten?


Gemeente, ik begin met een vraag. En wel deze vraag, wat is wonderlijker dan telefoneren? U denkt misschien, hoe daar zo ineens op kom? Telefoneren. En wel, ik heb ooit eens een een vraaggesprek gelezen, een interview van een oude professor, van wie kinderen, elders in andere wereld delen woonachtig waren. En hij zei tegen die journalist, dan bel ik mijn kinderen op in Australië, Canada, ik weet het zo net niet meer. En dan praat ik met mijn kinderen. En dan is dat net alsof ze hier vlak bij me zitten, alsof ze hier in de kamer zijn. En hij voegde daarom toe, is dat niet wonderlijk? Dat je zomaar over zo'n grote afstand met elkaar praten kunt met je kinderen die de deur uit zijn en in een andere wereld delen wonen. Ik zei: "Het was een professor, en een man eh zal ongetwijfeld wel een wetenschappelijke uiteenzetting hebben kunnen geven van de manier waar op dit dit technisch gebeuren plaatsvindt van golven van stroomstootjes en en die wij zoals we dat op natuurkunde les wel leer op school en zou dat best wetenschappelijk wat kunnen toelichten, maar ondanks dat blijft het toch een wonder dat je over zo kilometers ver afstand met elkaar kunt praten alsof je naast elkaar zit tegenover elkaar op de stoel is is niet een wonder? En nu vroeg ik u, wat is wonderlijker dan telefoneren? En het antwoord luidt Dat is het gebed. Bidden zo vaak, het is een dagelijkse handeling en en ik wil er helemaal niet voor pleiten om te zeggen doe het alstublieft wat minder, lieve mensen, maar en maar beseffen we wel voldoende, wat dit toch eigenlijk een wonderlijk gebeuren is in ons leven. Daar komt niks geen techniek aan te pas. En toch, een gaat er een stem, gaat er gedachte, gaat er begeerte, eindeloos waar de en dan wij ooit met de techniek kunnen bereiken. Het is wonderlijker dan bidden. U hebt het gezongen zojuist en ik hoop en met met grote aandacht en eerbied, ik hef tot u die in de hemel zit en mijn ogen op en bid. Gelijk de knecht die naar zijn baas kijkt dan zegt: ik moet iets hebben. Misschien heb ik mijn schijfvul begeerd. Doe het alstublieft, baas en zoals het oog van het meisje op haar vrouw geslagen is, och och, zegt toch dat ik vrij mag vanmiddag. En gelijk het oog en der maagd is op haar vrouw geslagen, om hulp of gunst te vragen. Ja, zegt u. Ik hef tot u die in de hemel zit. Hoe Hoe moet ik me dat allemaal indenken? Want we zijn zachtjes aan allemaal een beetje geleerde mensen geworden. Hoe moet ik me dat voorstellen ergens ergens hoog in de lucht, zweeft daar misschien iets van een troon, van een een hoge zetel? En en is daar iemand gezeten? Hoe moet ik me dat indenken? Vandaag in de dag schieten we onze raketten in de ruimte. Betreden we de maan en wat is daar te beleven? En we hebben gehoord van een van een maanlandschap, stoffig en rotsig en en niets, geen leven, een woestijn landschap. Zou het dat misschien zijn met al die hemellichamen?

H.G. Abma (1917-1992): kand. 1941, Driesum-hg 1941, IJsselstein-hg 1944, Rotterdam-Delfshaven-hg 1948, Monster-hg 1955, Putten-hg 1959, lid Tweede Kamer voor SGP 1963-81. Bron: dominees.nl.