[18] Job 22: 25, 26

Voorganger

Catsburg, J.

U kunt de preek hier beluisteren en lezen, of de tekst van de preek kopiëren naar het klembord.

Job 22, de verzen 25 en 26. Ja, de Almachtige zal uw overvloedig goud zijn, en uw krachtig zilver zijn. Want dan zult gij u over de Almachtige verlustigen, en gij zult tot God uw aangezicht opheffen. Tot zover. Elifaz vermaant Job. Elifaz beschuldigt Job van vele misdaden. Elifaz roept Job op tot bekering. Elifaz zegt dat Job teveel zijn hart gezet heeft op de aardse rijkdom, op het goud en op het zilver. We weten vanuit de geschiedenis van Job, dat deze beschuldiging van Elifaz ten onrechte is. Want Job wordt ons getekend als een man die de Heer vreest, Godvruchtig, een man wandelende in de wegen des Heren. Wat zegt Elifaz nu verder, Job? “Man, jij moet je aardse rijkdommen vaarwelzeggen.” Hij zegt in vers 24: “Gij moet het goud op het stof leggen, en het goud van Ofir bij de rotssteen der beken. Dan… Ja, dan zal de Almachtige uw overvloedig goud en uw krachtig zilver zijn. Ja, dan zult gij u over de Almachtige verlustigen en gij zult tot God uw aangezicht opheffen.” Evenwel, gemeente, al is de beschuldiging van Elifaz niet juist, de woorden die hij spreekt, bevatten een rijkdom, bevatten een rijke prediking voor u en mij, en voor ons tezamen. Want het woord wat hij spreekt, dat is zo waar. En het woord wat hij getuigt, dat is zo rijk. “De Almachtige zal uw overvloedig goud zijn, en uw krachtig zilver.” De Almachtige. Dat wil zeggen, de Here is de oorsprong van alle leven. Hij is de Almachtige, van wie Paulus zegt, “Want in Hem leven wij, en bewegen wij, en zijn wij.” Mogen we dat verstaan op die dag, dat de Almachtige de oorsprong is van alle leven. Maar dat de Almachtige ook de onderhouder is van alle leven. Geliefden, wat staan we toch in een diepe afhankelijkheid. Wij kunnen over het slaan van de pols en over het tikken van het hart. Wij kunnen over leven en gezondheid niet beslissen. Dat we zijn, is alleen vanwege de goedertierenheid des Heren. We zijn van het leven niet zeker. Niemand van ons kan zeggen: “Ik zal ervoor zorgen dat ik morgen nog leef.” We zijn zo diep en steil afhankelijk van de Almachtige. De Here die door zijn hand tegenwoordige en almachtige kracht hemel en aarde onderhoudt. Ach, wat zijn wij mensen dan toch dwaas. We hebben alles in eigen hand genomen. We menen zelf het leven te kunnen regelen. We menen zelf het aardse paradijs hier te kunnen verwezenlijken. En waar zijn wij nu aan toe gekomen? We zijn toegekomen aan een grote werkeloosheid. De regering van land en volk wankelt op haar fundamenten. Er wordt gesproken in Den Haag van een regeringscrisis. EjQKMgEMOdbHs1XY8UB7IFdXza7OoWBB9uj8hOX2FJGHCyTK+uKjUGhDfKzfVsrqqlB4hbJi


Deze tekst is een automatische transcriptie met behulp van kunstmatige intelligentie. Als u eventuele fouten in deze tekst wilt (helpen) verbeteren, wilt u ons dat dan laten weten?


Job 22, de verzen 25 en 26.
Ja, de Almachtige zal uw overvloedig goud zijn, en uw krachtig zilver zijn.
Want dan zult gij u over de Almachtige verlustigen, en gij zult tot God uw aangezicht opheffen.
Tot zover.
Elifaz vermaant Job.
Elifaz beschuldigt Job van vele misdaden.
Elifaz roept Job op tot bekering.
Elifaz zegt dat Job teveel zijn hart gezet heeft op de aardse rijkdom, op het goud en op het zilver.
We weten vanuit de geschiedenis van Job, dat deze beschuldiging van Elifaz ten onrechte is.
Want Job wordt ons getekend als een man die de Heer vreest, Godvruchtig, een man wandelende in de wegen des Heren.
Wat zegt Elifaz nu verder, Job?
"Man, jij moet je aardse rijkdommen vaarwelzeggen."
Hij zegt in vers 24: "Gij moet het goud op het stof leggen, en het goud van Ofir bij de rotssteen der beken.
Dan...
Ja, dan zal de Almachtige uw overvloedig goud en uw krachtig zilver zijn.
Ja, dan zult gij u over de Almachtige verlustigen en gij zult tot God uw aangezicht opheffen."
Evenwel, gemeente, al is de beschuldiging van Elifaz niet juist, de woorden die hij spreekt, bevatten een rijkdom, bevatten een rijke prediking voor u en mij, en voor ons tezamen.
Want het woord wat hij spreekt, dat is zo waar.
En het woord wat hij getuigt, dat is zo rijk.
"De Almachtige zal uw overvloedig goud zijn, en uw krachtig zilver."
De Almachtige.
Dat wil zeggen, de Here is de oorsprong van alle leven.
Hij is de Almachtige, van wie Paulus zegt, "Want in Hem leven wij, en bewegen wij, en zijn wij."
Mogen we dat verstaan op die dag, dat de Almachtige de oorsprong is van alle leven.
Maar dat de Almachtige ook de onderhouder is van alle leven.
Geliefden, wat staan we toch in een diepe afhankelijkheid.
Wij kunnen over het slaan van de pols en over het tikken van het hart.
Wij kunnen over leven en gezondheid niet beslissen.
Dat we zijn, is alleen vanwege de goedertierenheid des Heren.
We zijn van het leven niet zeker.
Niemand van ons kan zeggen: "Ik zal ervoor zorgen dat ik morgen nog leef."
We zijn zo diep en steil afhankelijk van de Almachtige.
De Here die door zijn hand tegenwoordige en almachtige kracht hemel en aarde onderhoudt.
Ach, wat zijn wij mensen dan toch dwaas.
We hebben alles in eigen hand genomen.
We menen zelf het leven te kunnen regelen.
We menen zelf het aardse paradijs hier te kunnen verwezenlijken.
En waar zijn wij nu aan toe gekomen?
We zijn toegekomen aan een grote werkeloosheid.
De regering van land en volk wankelt op haar fundamenten.
Er wordt gesproken in Den Haag van een regeringscrisis.
EjQKMgEMOdbHs1XY8UB7IFdXza7OoWBB9uj8hOX2FJGHCyTK+uKjUGhDfKzfVsrqqlB4hbJi

J. Catsburg (1929-1984).