[41] Mar. 10: 51, 52

Voorganger

Knegt, G.S.A. de

U kunt de preek hier beluisteren en lezen, of de tekst van de preek kopiëren naar het klembord.

Des Heren werken zijn zeer groot, geliefden, daar zijn we mee begonnen. Die ooit daarin zijn lust genoot, doorzoekt die ijverig en bestendig. Dat is een diepe waarheid, dat is een diepe gedachte. Werp slechts maar een blik op Gods werken in het rijk der natuur, dan vertellen de hemelen Gods eer, ja, het uitspansel zijner handen werk, wat aan den hemel en op de aarde altijd weer treft, als we daar het oog voor hebben, dat is de volmaakte harmonie, samenhang die daar is. Daar is op in het uitspansel een volmaakte afwezigheid van de wanorde. Daar wordt in de muziek der hemelse sferen, om het zo uit te drukken, geen enkele noot vals gezongen. Daar is nooit iets te vroeg, daar is nooit iets te laat, een ontroerende harmonie beheerst het heelal. In niet mindere mate schittert de heerlijkheid en de grootheid des Heren in het rijk der natuur, in de wereld van het kleine. Wat is er een onnozelder ding in de winter dan een sneeuwvlokje? Als u er echter met een aandacht naar ziet, dan zult u zien dat het gebouwd is naar het hemelse kunstwerk, ja, dat het gebouwd is naar het zuiver hemels model zoals geen bouwmeester op aarde dat kan namaken. Laat u vertellen van de wereld der atomen, nou kom ik op het gebied van de techniek, van de moleculen, van de elektronen. Ook daarin is alles af. Ook daarin is er geen enkele wanorde. Daar regeert de hoogste wijsheid en de hoogste orde. Daar looft alles zijn maker. De wanorde, de chaos begint pas als we bij ons mensen terechtkomen. Van alle schepselen staat geschreven: het is al gehoorzaam op zijn wenken, behalve van de mens. Hiervan is de mens uitgesloten. Waarom? Omdat hij van zichzelf tegen den Here ingaat. Daarom is in de mensenwereld alles in wanorde. We hebben vanmorgen zo gesproken samen, toen we daar stilstonden bij een blinde. Dat was van directe toepassing op onszelf. Want volgens de schrift zijn we allen blind. Daar staat in Johannes 9 dat de Here Jezus zo zegt: “Ik ben tot een oordeel in deze wereld gekomen opdat degene die niet zien zien mogen en die zien blind worden.” Dus is het van tweeën één. Of u was eerst blind voor uw eigen bewustzijn en bent ziende gemaakt, of u meent te zien en u bent blind. Zijn er blinden in ons midden? Blinden? Kerkgangers die innerlijk wenen, jong of oud, omdat ze niet kunnen zien. Ach, hoor ik misschien een jongere of een oudere vrolijk lachen, die zeggen: “Maar dominee, ik kan zo goed zien. Ik zie de hele wereld en daarin is mijn vermaak. Wat is die wereld schoon! Ach jong en oud.” Dan wil ik vanavond bepaald geen domper op je vreugde zetten, maar ik wil je toch wel vragen: Hebt u ook de dood gezien op uw hielen? Hebt u de gerechtigheid en de heiligheid Gods gezien? Hebt u uw ongerechtigheid gezien die daar voor den Here beschreven staat, onze ongerechtigheid? De gedaante van deze wereld, ze gaat voorbij. En wat dat betekent, daar zijn we samen van onszelf volkomen blind voor. Maar dan is er ook nog een andere blindheid. Er staat in Psalm 25: God is het allerhoogst en eeuwig goed. Maar we zijn blind voor Hem. We zijn blind voor Hem, voor die goedheid, zodat wij de zaligheid ook niet zien van het leven dat daar met God is, van die verborgen omgang die daar met de Here is. We zijn ook blind voor de algenoegzaamheid, de noodzakelijkheid, de zaligheid, de gewilligheid die in de Here Jezus is. Kortom, we zijn blind voor de weg van vrije genade. Zijn er bij ons die er bedroefd om zijn, die er om wenen, dat ze zo blind zijn? Er staat zo: de Here EjQKMgEMOdbHoEyz7eqodVjX+jjpgcUi+nTYbJldS7R65jNdBNuKHOAYtp6Zc4/VyZzWbs/J


Deze tekst is een automatische transcriptie met behulp van kunstmatige intelligentie. Als u eventuele fouten in deze tekst wilt (helpen) verbeteren, wilt u ons dat dan laten weten?


Des Heren werken zijn zeer groot, geliefden, daar zijn we mee begonnen. Die ooit daarin zijn lust genoot, doorzoekt die ijverig en bestendig. Dat is een diepe waarheid, dat is een diepe gedachte. Werp slechts maar een blik op Gods werken in het rijk der natuur, dan vertellen de hemelen Gods eer, ja, het uitspansel zijner handen werk, wat aan den hemel en op de aarde altijd weer treft, als we daar het oog voor hebben, dat is de volmaakte harmonie, samenhang die daar is. Daar is op in het uitspansel een volmaakte afwezigheid van de wanorde. Daar wordt in de muziek der hemelse sferen, om het zo uit te drukken, geen enkele noot vals gezongen. Daar is nooit iets te vroeg, daar is nooit iets te laat, een ontroerende harmonie beheerst het heelal. In niet mindere mate schittert de heerlijkheid en de grootheid des Heren in het rijk der natuur, in de wereld van het kleine. Wat is er een onnozelder ding in de winter dan een sneeuwvlokje? Als u er echter met een aandacht naar ziet, dan zult u zien dat het gebouwd is naar het hemelse kunstwerk, ja, dat het gebouwd is naar het zuiver hemels model zoals geen bouwmeester op aarde dat kan namaken. Laat u vertellen van de wereld der atomen, nou kom ik op het gebied van de techniek, van de moleculen, van de elektronen. Ook daarin is alles af. Ook daarin is er geen enkele wanorde. Daar regeert de hoogste wijsheid en de hoogste orde. Daar looft alles zijn maker. De wanorde, de chaos begint pas als we bij ons mensen terechtkomen. Van alle schepselen staat geschreven: het is al gehoorzaam op zijn wenken, behalve van de mens. Hiervan is de mens uitgesloten. Waarom? Omdat hij van zichzelf tegen den Here ingaat. Daarom is in de mensenwereld alles in wanorde. We hebben vanmorgen zo gesproken samen, toen we daar stilstonden bij een blinde. Dat was van directe toepassing op onszelf. Want volgens de schrift zijn we allen blind. Daar staat in Johannes 9 dat de Here Jezus zo zegt: "Ik ben tot een oordeel in deze wereld gekomen opdat degene die niet zien zien mogen en die zien blind worden." Dus is het van tweeën één. Of u was eerst blind voor uw eigen bewustzijn en bent ziende gemaakt, of u meent te zien en u bent blind. Zijn er blinden in ons midden? Blinden? Kerkgangers die innerlijk wenen, jong of oud, omdat ze niet kunnen zien. Ach, hoor ik misschien een jongere of een oudere vrolijk lachen, die zeggen: "Maar dominee, ik kan zo goed zien. Ik zie de hele wereld en daarin is mijn vermaak. Wat is die wereld schoon! Ach jong en oud." Dan wil ik vanavond bepaald geen domper op je vreugde zetten, maar ik wil je toch wel vragen: Hebt u ook de dood gezien op uw hielen? Hebt u de gerechtigheid en de heiligheid Gods gezien? Hebt u uw ongerechtigheid gezien die daar voor den Here beschreven staat, onze ongerechtigheid? De gedaante van deze wereld, ze gaat voorbij. En wat dat betekent, daar zijn we samen van onszelf volkomen blind voor. Maar dan is er ook nog een andere blindheid. Er staat in Psalm 25: God is het allerhoogst en eeuwig goed. Maar we zijn blind voor Hem. We zijn blind voor Hem, voor die goedheid, zodat wij de zaligheid ook niet zien van het leven dat daar met God is, van die verborgen omgang die daar met de Here is. We zijn ook blind voor de algenoegzaamheid, de noodzakelijkheid, de zaligheid, de gewilligheid die in de Here Jezus is. Kortom, we zijn blind voor de weg van vrije genade. Zijn er bij ons die er bedroefd om zijn, die er om wenen, dat ze zo blind zijn? Er staat zo: de Here
EjQKMgEMOdbHoEyz7eqodVjX+jjpgcUi+nTYbJldS7R65jNdBNuKHOAYtp6Zc4/VyZzWbs/J

G.S.A. de Knegt (1938-2016): kand. 1971, Kesteren-hg 1971, Barneveld-hg 1975, Huizen-hg 1981, Putten-hg 1986, Barneveld-hg 1991-2001. Bron: dominees.nl.