[47] 2Kor. 5: 17
Collectie: 2412-noorlandt-tape-150
U kunt de preek hier beluisteren en lezen, of de tekst van de preek kopiëren naar het klembord.
Gemeente, als het gaat over oud en nieuw, kan er heel wat gefilosofeerd worden.
Diepzinnig en soms ook wel geheimzinnig kan erover gesproken worden. Wat is oud en wat is nieuw? Is de wereld oud of is ze nog niet oud? En wordt ze nog eens nieuw? Of gaat ze onder? En wat en wanneer zal dat dan wezen?
De dingen die men heden uitvindt of die men onlangs uitgevonden heeft, zijn die geheel nieuw of zijn die ook al oud? Is er wel iets geheel nieuws onder de zon of is het er vroeger ook allemaal al geweest?
Mensen die zich verdiepen in de geschiedenis, in het grijze verleden, hebben de neiging om te zeggen: “Oh, het lijkt allemaal wel nieuw, maar in werkelijkheid is het al heel oud.” In het licht van duizenden jaren verandert er niet zoveel. De oude dingen keren steeds terug in nieuw gewaad.
U hoort wel, gemeente, er kan heel wat gezegd worden en ook heel wat gediscussieerd worden over het thema oud en nieuw. En we hebben al er allen waarschijnlijk wel ons zegje over. Nu wordt ook in de Bijbel Gods Woord gesproken over oud en nieuw. Wij komen die woorden ook in de heilige schrift meer dan eens tegen.
En het is nuttig en nodig dat wij horen wat God in zijn woord te zeggen heeft over oud en nieuw. En laten we dan maar duidelijk opmerken, gemeente, de Heilige Heilige Schrift spreekt daarover in zeer reële zin. Oud en nieuw zijn in de schriften werkelijkheid. Er wordt over oud en nieuw niet gefilosofeerd, maar er worden met die beide woorden ontzagwekkende werkelijkheden aangeduid.
Zo is het in ieder geval in de tekst voor deze dienst. “Zo dan, indien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel. Het oude is voorbijgegaan. Ziet, het is alles nieuw geworden.”
Deze tekst geeft ons de volgende punten ter overweging. In de eerste plaats: het komt erop aan dat wij in Christus zijn. De tekst zegt: “Indien iemand in Christus is, in Christus of buiten Christus. Dat is voor de apostel Paulus de eigenlijke scheidslijn die er loopt dwars door het menselijk geslacht. Velen zijn buiten Christus, maar er zijn er ook die in Christus zijn.
Degene die buiten Christus zijn, dat zijn de ongelovigen. En die zijn er velen. In de dagen van de apostel Paulus was er een wereld vol ongelovigen. En zouden wij, gemeente, heden niet ook leven in een wereld vol ongelovigen? En zij allen leven buiten Christus. Velen van hen kennen Christus niet eens of ze hebben wel eens van Hem gehoord, maar daar blijft het dan ook bij. En ze hebben ook geen lust en geen begeerte tot Christus. Christus staat heel ver voor hen weg of staat er zelfs tegen. Kom hen niet aan boord met Christus, want ze moeten niets van Hem hebben.
Vragen het de jongelui, die in de zomermaanden in de recreatiegebieden evangelisatiewerk verrichten. Zelden vinden zij gehoor. De gasten aan het strand of waar dan ook, vinden het maar hinderlijk, lastig of zelfs ergerlijk als iemand een gesprek met hen wil beginnen over de Heere Jezus Christus, Zijn Woord en Evangelie. Zij wekken de schijn alsof ze heel gelukkig leven buiten Christus.
Zelden of nooit komt de gedachte bij hen op dat het leven buiten Christus een verloren leven is. Ongelovig kijken ze ons aan als wij zeggen dat er buiten Christus geen leven is en dat het leven is in Hem. En gemeente, wij zullen eerlijk moeten belijden dat diezelfde ongelovige mens ook woont in onszelf. Ook voor mijn verdorven natuur is Christus alleen maar lastig, hinderlijk en ergerlijk. Leefde ik naar mijn verdorven hart, dan zou ik naar Jezus Christus nooit omzien.
Zo leven dus duizenden buiten Christus. Ze zouden het zelf toegeven als wij het hen op de man af zouden vragen en zonder blikken of blozen zouden zij het beamen.
Deze tekst is een automatische transcriptie met behulp van kunstmatige intelligentie. Als u eventuele fouten in deze tekst wilt (helpen) verbeteren, wilt u ons dat dan laten weten?
Gemeente, als het gaat over oud en nieuw, kan er heel wat gefilosofeerd worden.
Diepzinnig en soms ook wel geheimzinnig kan erover gesproken worden. Wat is oud en wat is nieuw? Is de wereld oud of is ze nog niet oud? En wordt ze nog eens nieuw? Of gaat ze onder? En wat en wanneer zal dat dan wezen?
De dingen die men heden uitvindt of die men onlangs uitgevonden heeft, zijn die geheel nieuw of zijn die ook al oud? Is er wel iets geheel nieuws onder de zon of is het er vroeger ook allemaal al geweest?
Mensen die zich verdiepen in de geschiedenis, in het grijze verleden, hebben de neiging om te zeggen: "Oh, het lijkt allemaal wel nieuw, maar in werkelijkheid is het al heel oud." In het licht van duizenden jaren verandert er niet zoveel. De oude dingen keren steeds terug in nieuw gewaad.
U hoort wel, gemeente, er kan heel wat gezegd worden en ook heel wat gediscussieerd worden over het thema oud en nieuw. En we hebben al er allen waarschijnlijk wel ons zegje over. Nu wordt ook in de Bijbel Gods Woord gesproken over oud en nieuw. Wij komen die woorden ook in de heilige schrift meer dan eens tegen.
En het is nuttig en nodig dat wij horen wat God in zijn woord te zeggen heeft over oud en nieuw. En laten we dan maar duidelijk opmerken, gemeente, de Heilige Heilige Schrift spreekt daarover in zeer reële zin. Oud en nieuw zijn in de schriften werkelijkheid. Er wordt over oud en nieuw niet gefilosofeerd, maar er worden met die beide woorden ontzagwekkende werkelijkheden aangeduid.
Zo is het in ieder geval in de tekst voor deze dienst. "Zo dan, indien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel. Het oude is voorbijgegaan. Ziet, het is alles nieuw geworden."
Deze tekst geeft ons de volgende punten ter overweging. In de eerste plaats: het komt erop aan dat wij in Christus zijn. De tekst zegt: "Indien iemand in Christus is, in Christus of buiten Christus. Dat is voor de apostel Paulus de eigenlijke scheidslijn die er loopt dwars door het menselijk geslacht. Velen zijn buiten Christus, maar er zijn er ook die in Christus zijn.
Degene die buiten Christus zijn, dat zijn de ongelovigen. En die zijn er velen. In de dagen van de apostel Paulus was er een wereld vol ongelovigen. En zouden wij, gemeente, heden niet ook leven in een wereld vol ongelovigen? En zij allen leven buiten Christus. Velen van hen kennen Christus niet eens of ze hebben wel eens van Hem gehoord, maar daar blijft het dan ook bij. En ze hebben ook geen lust en geen begeerte tot Christus. Christus staat heel ver voor hen weg of staat er zelfs tegen. Kom hen niet aan boord met Christus, want ze moeten niets van Hem hebben.
Vragen het de jongelui, die in de zomermaanden in de recreatiegebieden evangelisatiewerk verrichten. Zelden vinden zij gehoor. De gasten aan het strand of waar dan ook, vinden het maar hinderlijk, lastig of zelfs ergerlijk als iemand een gesprek met hen wil beginnen over de Heere Jezus Christus, Zijn Woord en Evangelie. Zij wekken de schijn alsof ze heel gelukkig leven buiten Christus.
Zelden of nooit komt de gedachte bij hen op dat het leven buiten Christus een verloren leven is. Ongelovig kijken ze ons aan als wij zeggen dat er buiten Christus geen leven is en dat het leven is in Hem. En gemeente, wij zullen eerlijk moeten belijden dat diezelfde ongelovige mens ook woont in onszelf. Ook voor mijn verdorven natuur is Christus alleen maar lastig, hinderlijk en ergerlijk. Leefde ik naar mijn verdorven hart, dan zou ik naar Jezus Christus nooit omzien.
Zo leven dus duizenden buiten Christus. Ze zouden het zelf toegeven als wij het hen op de man af zouden vragen en zonder blikken of blozen zouden zij het beamen.
