[09] 1Sam. 14: 6
Collectie: 2412-noorlandt-tape-150
U kunt de preek hier beluisteren en lezen, of de tekst van de preek kopiëren naar het klembord.
Gemeente, we vragen uw aandacht voor de geschiedenis die we met elkaar zojuist hebben gelezen, en dan met name voor het zesde vers van 1 Samuël 14. 1 Samuël 14, het zesde vers. “Jonatan nu zeide tot de jongen die zijn wapens droeg: Kom, en laat ons tot de bezetting van deze onbesnedenen overgaan. Misschien zal de Heere voor ons werken, want bij de Heere is geen verhindering om te verlossen door velen of door weinigen.”
Gemeente, we staan vanmorgen met elkaar stil bij de dappere daad die Jonatan heeft verricht tegen de Filistijnen. Een daad die zo op het eerste gezicht naar menselijk oordeel niet anders dan baghalzerij, dan overmoed schijnt te wezen. Een daad echter die naar het oordeel van de Heilige Geest niet minder dan een daad van het geloof mag worden genoemd, want zonder twijfel is het waar, door het geloof heeft Jonatan de Filistijnen verslagen. Ja, zo mogen we het in de lijn van Hebreeën 11 toch wel zeggen: door het geloof heeft hij zich opgemaakt, door het geloof heeft hij de steilte beklommen, door het geloof heeft hij het zwaard gegrepen en de vijanden neergeveld.
Jonatans daad, daad van het geloof. Maar hoe ziet zo’n daad van het geloof er dan eigenlijk uit? Wat is nu eigenlijk een geloofsdaad? Wat maakt nu een daad tot een daad van het geloof? Immers, we horen het maar al te vaak zeggen zo. En vaak veel te gemakkelijk: geloven dat moet ook een doen zijn, geloven dat moet zich ook in daden omzetten, in daden uiten. En velen zijn maar al te gauw geneigd om tussen geloven en doen een is-gelijkteken te zetten. En sommigen zeggen zelfs: “Nee, het gaat niet om geloven. Het gaat eigenlijk om het doen.”
En hoe vaak wordt er niet gevraagd: wat doe je eigenlijk met je geloof? Welnu, daarom is het zo nuttig om maar eens met elkaar te zien, gemeente, wat nu eigenlijk een echte geloofsdaad is. Hoe we tot zo’n daad komt, in wat voor een gezindheid dat zo’n daad wordt verricht. Wat een daad tot een daad van het geloof maakt, want inderdaad natuurlijk, geloven dat is ook doen, maar hoe? Daarom staan we vanmorgen met elkaar stil bij een echte geloofsdaad, die van Jonatan tegen de Filistijnen. En we willen dat doen aan de hand van vijf gedachten.
Ten eerste letten we op de omstandigheden waarin die daad wordt verricht. Ten tweede waarom God in zulke omstandigheden tot die daad brengt. Ten derde welke hindernissen het komen tot die daad dan heeft te overwinnen. Ten vierde hoe men bij een geloofsdaad op zulke hindernissen geen acht slaat en toch op de ingeslagen weg voortgaat. En ten vijfde hoe men bij een geloofsdaad alles aan God toeschrijft en niets aan zichzelf.
Ten eerste dus de omstandigheden waarin, ten tweede het waarom van die omstandigheden, ten derde de hindernissen daarbij, ten vierde hoe men daarop geen acht slaat, en ten vijfde hoe men alles aan God toeschrijft.
Ten eerste dus de omstandigheden waarin die daad van het geloof plaatsvindt. En het is van een enorm belang, gemeente, om daarop te letten. Immers, die omstandigheden die zijn het die de daad van het geloof doen ontvlammen. Niemand kan in zijn leven tot een geloofsdaad besluiten. Niemand kan zomaar op een achternamiddag in een luie stoel gaan zitten om te zeggen: welke geloofsdaad zal ik nu eens verzinnen? Welke geloofsdaad zal ik nu eens toe gaan voegen aan de geloofsdaden die ik al heb verricht? U begrijpt wel, dat is onmogelijk. Dat dat ook voor een daad worden zou, dat is in ieder geval geen daad van het geloof.
Een geloofsdaad, immers, wordt geboren. Een geloofsdaad ontstaat, wordt je afgewonnen door de omstandigheden waarin je terecht bent gekomen. Geloofsdaad, dat kan van je gevraagd worden op bepaalde momenten zo in je leven. En wat zijn dat meestal voor momenten? Momenten die om een daad van het geloof vragen. Wat zijn dat voor momenten waarin de Heere God ons zo in ons leven brengt?
Wel, dat zijn heel vaak moeilijke momenten. Dat zijn vaak omstandigheden waarbij alles omheen EjQKMgEMOdbH4CYmW2nSie26evrO4eSpaV2wXWzUYmHySnVTwTowFcl58Ct04iBya7w2hdRS
Deze tekst is een automatische transcriptie met behulp van kunstmatige intelligentie. Als u eventuele fouten in deze tekst wilt (helpen) verbeteren, wilt u ons dat dan laten weten?
Gemeente, we vragen uw aandacht voor de geschiedenis die we met elkaar zojuist hebben gelezen, en dan met name voor het zesde vers van 1 Samuël 14. 1 Samuël 14, het zesde vers. "Jonatan nu zeide tot de jongen die zijn wapens droeg: Kom, en laat ons tot de bezetting van deze onbesnedenen overgaan. Misschien zal de Heere voor ons werken, want bij de Heere is geen verhindering om te verlossen door velen of door weinigen."
Gemeente, we staan vanmorgen met elkaar stil bij de dappere daad die Jonatan heeft verricht tegen de Filistijnen. Een daad die zo op het eerste gezicht naar menselijk oordeel niet anders dan baghalzerij, dan overmoed schijnt te wezen. Een daad echter die naar het oordeel van de Heilige Geest niet minder dan een daad van het geloof mag worden genoemd, want zonder twijfel is het waar, door het geloof heeft Jonatan de Filistijnen verslagen. Ja, zo mogen we het in de lijn van Hebreeën 11 toch wel zeggen: door het geloof heeft hij zich opgemaakt, door het geloof heeft hij de steilte beklommen, door het geloof heeft hij het zwaard gegrepen en de vijanden neergeveld.
Jonatans daad, daad van het geloof. Maar hoe ziet zo'n daad van het geloof er dan eigenlijk uit? Wat is nu eigenlijk een geloofsdaad? Wat maakt nu een daad tot een daad van het geloof? Immers, we horen het maar al te vaak zeggen zo. En vaak veel te gemakkelijk: geloven dat moet ook een doen zijn, geloven dat moet zich ook in daden omzetten, in daden uiten. En velen zijn maar al te gauw geneigd om tussen geloven en doen een is-gelijkteken te zetten. En sommigen zeggen zelfs: "Nee, het gaat niet om geloven. Het gaat eigenlijk om het doen."
En hoe vaak wordt er niet gevraagd: wat doe je eigenlijk met je geloof? Welnu, daarom is het zo nuttig om maar eens met elkaar te zien, gemeente, wat nu eigenlijk een echte geloofsdaad is. Hoe we tot zo'n daad komt, in wat voor een gezindheid dat zo'n daad wordt verricht. Wat een daad tot een daad van het geloof maakt, want inderdaad natuurlijk, geloven dat is ook doen, maar hoe? Daarom staan we vanmorgen met elkaar stil bij een echte geloofsdaad, die van Jonatan tegen de Filistijnen. En we willen dat doen aan de hand van vijf gedachten.
Ten eerste letten we op de omstandigheden waarin die daad wordt verricht. Ten tweede waarom God in zulke omstandigheden tot die daad brengt. Ten derde welke hindernissen het komen tot die daad dan heeft te overwinnen. Ten vierde hoe men bij een geloofsdaad op zulke hindernissen geen acht slaat en toch op de ingeslagen weg voortgaat. En ten vijfde hoe men bij een geloofsdaad alles aan God toeschrijft en niets aan zichzelf.
Ten eerste dus de omstandigheden waarin, ten tweede het waarom van die omstandigheden, ten derde de hindernissen daarbij, ten vierde hoe men daarop geen acht slaat, en ten vijfde hoe men alles aan God toeschrijft.
Ten eerste dus de omstandigheden waarin die daad van het geloof plaatsvindt. En het is van een enorm belang, gemeente, om daarop te letten. Immers, die omstandigheden die zijn het die de daad van het geloof doen ontvlammen. Niemand kan in zijn leven tot een geloofsdaad besluiten. Niemand kan zomaar op een achternamiddag in een luie stoel gaan zitten om te zeggen: welke geloofsdaad zal ik nu eens verzinnen? Welke geloofsdaad zal ik nu eens toe gaan voegen aan de geloofsdaden die ik al heb verricht? U begrijpt wel, dat is onmogelijk. Dat dat ook voor een daad worden zou, dat is in ieder geval geen daad van het geloof.
Een geloofsdaad, immers, wordt geboren. Een geloofsdaad ontstaat, wordt je afgewonnen door de omstandigheden waarin je terecht bent gekomen. Geloofsdaad, dat kan van je gevraagd worden op bepaalde momenten zo in je leven. En wat zijn dat meestal voor momenten? Momenten die om een daad van het geloof vragen. Wat zijn dat voor momenten waarin de Heere God ons zo in ons leven brengt?
Wel, dat zijn heel vaak moeilijke momenten. Dat zijn vaak omstandigheden waarbij alles omheen
EjQKMgEMOdbH4CYmW2nSie26evrO4eSpaV2wXWzUYmHySnVTwTowFcl58Ct04iBya7w2hdRS
