[22] Hooglied 8: 5
Collectie: 2412-noorlandt-tape-150
U kunt de preek hier beluisteren en lezen, of de tekst van de preek kopiëren naar het klembord.
Na afleden van de dienst van zondag jongstleden in de Oude Kerk. Wij spraken toen over Hooglied vers 1: “Och, dat gij mij als een broeder waart, zuigende de borsten mijner moeder, dat ik u op de straat vond, ik zou u kussen, ook zouden zij mij niet verachten.” En zei ik tegen de kerkraadsleden, dat ik de serie preken uit het Hooglied besloten had.
En toen zei één van de ouderlingen tegen mij, ik had toch nog wel graag een preek willen horen over die versen 6 en 7, ik noem alleen het begin van het zesde vers, zet mij als een zegel op uw hart, als een zegel op uw arm. Mijn antwoord was, wanneer er dan nog één uit de gemeente mij dat vraagt, dan zal ik het doen.
En wij zijn besloten om dan na deze dienst nog één keer uit het Hooglied te preken, maar dan in een morgendienst in de Oude Kerk.
En u wilde wij voor deze morgen niet een andere vrije stof kiezen, maar ik heb mij vastgezet op dat vers. U genoemd het eerste gedeelte van vers 5. Wie is zij, die daar opklimt uit de woestijn en lieflijk leunt op haar liefste.
Gemeente, wanneer u dat nimmer gedaan hebt, dan moet u dat toch eens doen, zo in één keer, bijvoorbeeld in één avond, de acht hoofdstukken van dit Bijbelboek lezen. Dat hebt u misschien nooit gedaan, maar ik zou u dat toch eens willen aanbevelen. Dat vraagt niet een hele avond, het is betrekkelijk gauw bekeken die acht hoofdstukken te lezen.
En dan zult u tot een ontdekking komen. En dan wil ik u alvast zeggen wat u zult ontdekken. Dat in dit Bijbelboek alleen maar momentopnamen staan afgedrukt. U zou zeggen, zomaar enkele flitsen.
Want wanneer je iets bezig bent te lezen, dan breekt het ineens weer af en je krijgt weer iets nieuws. Zo lees je in het begin van dit Bijbelboek dat de bruid Sualamiet alleen het paleis van de koning is in het paleis van Salomo.
En in hoofdstuk 3, daar lees je van de bruiloftstoet. Dat Salomo met de bruid in de koets zitten op de wagen om de intocht te maken in Jeruzalem.
Want dan kom je in die passage iets tegen waarvan je moet zeggen, het is hetzelfde als de tekst voor vanmorgen. Wie is zij, die daarop komt uit de woestijn als een rookpilaar, berookt met mirre en wierook en met allerlei poeder des kruideniers.
En dan kom je weer tegen die passage dat de bruid in onverschilligheid op bed is gaan liggen. En wanneer de bruidegom toenadering zoekt, dan laat de bruid haar ziele vriend kloppen aan de afgegrendelde deur. Met de verontschuldiging, ik heb mijn rok uitgetogen, hoe zal ik deze weder aantrekken? Ik heb mijn voeten gewassen, hoe zal ik deze weder bezoedelen?
En dat ondanks de lieflijke en dringende nodiging van de bruidegom, doe mij open, mijn zuster, mijn duive, mijn volmaakte, want mijn hoofd is vervuld met dag.
Deze tekst is een automatische transcriptie met behulp van kunstmatige intelligentie. Als u eventuele fouten in deze tekst wilt (helpen) verbeteren, wilt u ons dat dan laten weten?
Na afleden van de dienst van zondag jongstleden in de Oude Kerk. Wij spraken toen over Hooglied vers 1: "Och, dat gij mij als een broeder waart, zuigende de borsten mijner moeder, dat ik u op de straat vond, ik zou u kussen, ook zouden zij mij niet verachten." En zei ik tegen de kerkraadsleden, dat ik de serie preken uit het Hooglied besloten had.
En toen zei één van de ouderlingen tegen mij, ik had toch nog wel graag een preek willen horen over die versen 6 en 7, ik noem alleen het begin van het zesde vers, zet mij als een zegel op uw hart, als een zegel op uw arm. Mijn antwoord was, wanneer er dan nog één uit de gemeente mij dat vraagt, dan zal ik het doen.
En wij zijn besloten om dan na deze dienst nog één keer uit het Hooglied te preken, maar dan in een morgendienst in de Oude Kerk.
En u wilde wij voor deze morgen niet een andere vrije stof kiezen, maar ik heb mij vastgezet op dat vers. U genoemd het eerste gedeelte van vers 5. Wie is zij, die daar opklimt uit de woestijn en lieflijk leunt op haar liefste.
Gemeente, wanneer u dat nimmer gedaan hebt, dan moet u dat toch eens doen, zo in één keer, bijvoorbeeld in één avond, de acht hoofdstukken van dit Bijbelboek lezen. Dat hebt u misschien nooit gedaan, maar ik zou u dat toch eens willen aanbevelen. Dat vraagt niet een hele avond, het is betrekkelijk gauw bekeken die acht hoofdstukken te lezen.
En dan zult u tot een ontdekking komen. En dan wil ik u alvast zeggen wat u zult ontdekken. Dat in dit Bijbelboek alleen maar momentopnamen staan afgedrukt. U zou zeggen, zomaar enkele flitsen.
Want wanneer je iets bezig bent te lezen, dan breekt het ineens weer af en je krijgt weer iets nieuws. Zo lees je in het begin van dit Bijbelboek dat de bruid Sualamiet alleen het paleis van de koning is in het paleis van Salomo.
En in hoofdstuk 3, daar lees je van de bruiloftstoet. Dat Salomo met de bruid in de koets zitten op de wagen om de intocht te maken in Jeruzalem.
Want dan kom je in die passage iets tegen waarvan je moet zeggen, het is hetzelfde als de tekst voor vanmorgen. Wie is zij, die daarop komt uit de woestijn als een rookpilaar, berookt met mirre en wierook en met allerlei poeder des kruideniers.
En dan kom je weer tegen die passage dat de bruid in onverschilligheid op bed is gaan liggen. En wanneer de bruidegom toenadering zoekt, dan laat de bruid haar ziele vriend kloppen aan de afgegrendelde deur. Met de verontschuldiging, ik heb mijn rok uitgetogen, hoe zal ik deze weder aantrekken? Ik heb mijn voeten gewassen, hoe zal ik deze weder bezoedelen?
En dat ondanks de lieflijke en dringende nodiging van de bruidegom, doe mij open, mijn zuster, mijn duive, mijn volmaakte, want mijn hoofd is vervuld met dag.
