[46] 1Kor. 8: 9-11

Voorganger

Graaff, F. de

Datum preek

11 januari 1976

U kunt de preek hier beluisteren en lezen, of de tekst van de preek kopiëren naar het klembord.

De tekst voor de eeredienst van deze morgen is uit het voorgelezen schriftgedeelte genomen. Dat is dus uit de eerste brief van de apostel Paulus aan de Korintiërs, en van het 8ste hoofdstuk, nader 9 vers tot vers 11. Dus in Korinthe 8, 9 tot 11. Wij lezen het Woord Gods nu dus: Mij is iets toe dat dit uw recht niet tot een struikelblok worde voor de zwakken. Want wanneer iemand u, die kennis hebt, ziet aanliggen in een afgodstempel, zal dan niet zijn geweten, terwijl hij zwak is, worden opgebouwd en het woordje opgebouwd moet tussen aanhalingstekens staan. Terwijl hij zwak is, wordt opgebouwd tot het eten van het afgodenoffer. Te gronde gericht wordt dan de zwakken door uw kennis, de broeder om wiens wil Christus gestorven is. Wanneer gij zo tegen uw broeder zondigt en hun zwak geweten kwetst, zondigt gij tegen Christus. Gemeente, dat de Here, wij hebben hier een heel belangrijk stuk van het Bijbels getuigenis voor ons liggen. Het gaat hier namelijk om het praktisch leven. Hoe leeft de gemeente van Christus? Dat praktisch leven, dat was wel heel vreemd ten opzichte van wat men gewoon was, zowel in bepaalde kringen in Israël als ook in de Grieks-Romeinse wereld. Maar in Paulus predikte. Het was namelijk zo dat het leven van de christelijke gemeente bepaald werd in de eerste plaats door de vrijheid. En u weet u wel dat er in onze tijd heel veel gesproken wordt over vrijheid. En daar bestaan allerlei waan denkbeelden over, die in die oude tijden eigenlijk ook al bestonden. Vrijheid noemt men, ik word met dat vreemde woord autonomie. Mens is zichzelf tot wet. Dat hoor je steeds meer zeggen. Moet zo uitkomen, wat er van iemand zelf inzit. Vandaar ook al die interviews die dikwijls wel heel lastig zijn en vreemdend en brutaal waar mensen zich dan heel gemoedelijk soms aan kunnen onderwerpen. Maar de bedoeling is dan toch zogenaamd dat ieder het dan toch eigenlijk maar voor het zeggen heeft en dat ieder stem belangrijk is. En het is meestal zo dat er uit die autonome mens niet veel anders komt dan een hoeveelheid clichés en modewoorden en uitspraken die in ieder massamens leeft. Heet dan zogenaamd dat die mens zichzelf is. Maar de autonome mens is eigenlijk altijd een slaaf van de geest van de massa. Maar omdat de autonome mens dikwijls niets anders is en eigenlijk altijd van een slaaf van de massa, en de massa is het volk zonder God, dus onbewust zit de autonome mens gekluisterd in de banden van de duivel. Daarom kunnen we niet in een nieuwe slavernij vervallen. Het gaat inderdaad in de christelijke gemeente om de vrijheid. En dikwijls heeft men uit angst voor de autonomie maar een andere slavernij aanvaart. En dat is iets verschrikkelijks, want dikwijls in de christelijke gemeente is doorgezet tot de meest gewelddadige dingen. Toen een gewetenstrang, een terreur is dikwijls uitgeoefend. En niets is meer in strijd met wat de Here Jezus door zijn lijden en sterven geschonken heeft. Maar nu breng je daar toch gevaren. Paulus spreekt over de vrijheid en ook de aanvechtingen, de gevaren die de vrijheid in Christus EjQKMgEMOdbHKvvCgxpoRihq7Rs7d4jGNHQecvkdSMVAqBvMdgFahZCD4X6OOM79Ss3UZD7H


Deze tekst is een automatische transcriptie met behulp van kunstmatige intelligentie. Als u eventuele fouten in deze tekst wilt (helpen) verbeteren, wilt u ons dat dan laten weten?


De tekst voor de eeredienst van deze morgen is uit het voorgelezen schriftgedeelte genomen. Dat is dus uit de eerste brief van de apostel Paulus aan de Korintiërs, en van het 8ste hoofdstuk, nader 9 vers tot vers 11. Dus in Korinthe 8, 9 tot 11. Wij lezen het Woord Gods nu dus: Mij is iets toe dat dit uw recht niet tot een struikelblok worde voor de zwakken. Want wanneer iemand u, die kennis hebt, ziet aanliggen in een afgodstempel, zal dan niet zijn geweten, terwijl hij zwak is, worden opgebouwd en het woordje opgebouwd moet tussen aanhalingstekens staan. Terwijl hij zwak is, wordt opgebouwd tot het eten van het afgodenoffer. Te gronde gericht wordt dan de zwakken door uw kennis, de broeder om wiens wil Christus gestorven is. Wanneer gij zo tegen uw broeder zondigt en hun zwak geweten kwetst, zondigt gij tegen Christus. Gemeente, dat de Here, wij hebben hier een heel belangrijk stuk van het Bijbels getuigenis voor ons liggen. Het gaat hier namelijk om het praktisch leven. Hoe leeft de gemeente van Christus? Dat praktisch leven, dat was wel heel vreemd ten opzichte van wat men gewoon was, zowel in bepaalde kringen in Israël als ook in de Grieks-Romeinse wereld. Maar in Paulus predikte. Het was namelijk zo dat het leven van de christelijke gemeente bepaald werd in de eerste plaats door de vrijheid. En u weet u wel dat er in onze tijd heel veel gesproken wordt over vrijheid. En daar bestaan allerlei waan denkbeelden over, die in die oude tijden eigenlijk ook al bestonden. Vrijheid noemt men, ik word met dat vreemde woord autonomie. Mens is zichzelf tot wet. Dat hoor je steeds meer zeggen. Moet zo uitkomen, wat er van iemand zelf inzit. Vandaar ook al die interviews die dikwijls wel heel lastig zijn en vreemdend en brutaal waar mensen zich dan heel gemoedelijk soms aan kunnen onderwerpen. Maar de bedoeling is dan toch zogenaamd dat ieder het dan toch eigenlijk maar voor het zeggen heeft en dat ieder stem belangrijk is. En het is meestal zo dat er uit die autonome mens niet veel anders komt dan een hoeveelheid clichés en modewoorden en uitspraken die in ieder massamens leeft. Heet dan zogenaamd dat die mens zichzelf is. Maar de autonome mens is eigenlijk altijd een slaaf van de geest van de massa. Maar omdat de autonome mens dikwijls niets anders is en eigenlijk altijd van een slaaf van de massa, en de massa is het volk zonder God, dus onbewust zit de autonome mens gekluisterd in de banden van de duivel. Daarom kunnen we niet in een nieuwe slavernij vervallen. Het gaat inderdaad in de christelijke gemeente om de vrijheid. En dikwijls heeft men uit angst voor de autonomie maar een andere slavernij aanvaart. En dat is iets verschrikkelijks, want dikwijls in de christelijke gemeente is doorgezet tot de meest gewelddadige dingen. Toen een gewetenstrang, een terreur is dikwijls uitgeoefend. En niets is meer in strijd met wat de Here Jezus door zijn lijden en sterven geschonken heeft. Maar nu breng je daar toch gevaren. Paulus spreekt over de vrijheid en ook de aanvechtingen, de gevaren die de vrijheid in Christus
EjQKMgEMOdbHKvvCgxpoRihq7Rs7d4jGNHQecvkdSMVAqBvMdgFahZCD4X6OOM79Ss3UZD7H

F. de Graaff (1918-1993): studie Utrecht, kand. 1947, Well-Ammerzoden-hg 1947, Apeldoorn-hg 1952, Rotterdam-hg 1956, Hattem-hg 1967-84. Bron: dominees.nl.

De afbeelding is afkomstig van de website van Bart Gijsbertsen.

Literatuur:

Slageren, J. van, en J. van Sluis. z.d. ‘Frank de Graaff’. In Biografisch lexicon voor de geschiedenis van het Nederlands protestantisme 6. Geraadpleegd 31 mei 2026. https://resources.huygens.knaw.nl/retroboeken/blnp/#page = 96&source = 6&view = imagePane&accessor = accessor_index.