[20] Spr. 8: 22, 23

Voorganger

Graaff, F. de

Datum preek

14 december 1975

U kunt de preek hier beluisteren en lezen, of de tekst van de preek kopiëren naar het klembord.

De tekst voor voor hedenmorgen is uit 22 en 23 te vijf van spreuk 8. Spreuk 8 vers 22 en 23. Mijn negen het woord Gods nu al dus. De Here bestond mij in het beginsel zijns weg. Vroeg zijn wensen van toen aan. Ik ben van eeuwigheid afgezalfd geweest. Van de aanvang van de alheden de aarde aan. Mede dat hier bij deze in de absent wezen. En dan is het een de overweken in de kerk om ons te bezinnen op de verwachting van het heil dat in onze Jezus gekomen is. Nu worden er in de bijbel verschillende uitspraken gedaan over waar de gezalfde des Here, de Messias, is wie voor zijn verschijning in het vlees. Wij spreken daar in het algemeen over, we hebben de we kunnen daarvan zingen. En toch, zo weinig onmiddellijke aanwijzing tijnd gegeven te worden in de bijbel. Toch is het van uitermate groot belang dat wij ons daarop bezinnen. Want wie is dat kind dat in dat bij hem zal geboren is. Het is, ja, maar de mens gesproken, is hij geboren uit het volk van Israël, uit de maagd Maria. Een merkwaardig is dat hij naar de joodse overneging terwijl volstrekt behoort tot het joodse volk, want iemand geld tot op de huidige dag voor Jood die uit een joodse moeder geboren is. Jezus is uit een joodse moeder geboren. Maar die eerste verhalen van Lucas en ook van Mattheus spreken ons van die wonderbare geboorte. Er zijn tegenwoordig stemmen die ons willen wijsmaken dat dit niet wezenlijk zou zijn. Ehm, dat dit een soort van moderne of mythologische inkleding zou zijn. Modern dan in de zin eh, ten opzichte van de oudtestamentische van het oudtestamentische getuigenis. We zinnen nu langzamerhand ook gedeeltelijk die in de midde groepen van de kerk door dringen van, nu ja, het kan wel zo geweest zijn, maar het is niet bepaald noodzakelijk dat het uitgebroken wordt. En wat zijn dan de bezwaren? De bezwaren zijn altijd dat men alles van God wil binnen de beperking van menselijke mogelijkheden van wat wij kunnen overzien. En dat is natuurlijk zo ontzaglijk beperkt om het heil te willen opsluiten daarin. Hoe zouden we één ding van God kunnen willen zeggen als het binnen ons begrip zou moeten vallen? Nee, het evangelie spreekt ons van de wonderbare geboorte. Geen menselijke slaven, verwekt door de Heilige Geest in Maria. Wondere dingen die helemaal niet nieuw zijn in de heilige schrift. Ze zijn aangegeven als voorafschaduwingen in de wonderbare geboorte van Isaac uit de verstorvene Abraham en Sarah. Het wordt doorgezet als laatste EjQKMgEMOdbHz1lD7NOC8lD5tEphqWPaSO0UiCBpnTDC87KNJd/nzKwQbGubA62kSNonszvs


Deze tekst is een automatische transcriptie met behulp van kunstmatige intelligentie. Als u eventuele fouten in deze tekst wilt (helpen) verbeteren, wilt u ons dat dan laten weten?


De tekst voor voor hedenmorgen is uit 22 en 23 te vijf van spreuk 8. Spreuk 8 vers 22 en 23. Mijn negen het woord Gods nu al dus. De Here bestond mij in het beginsel zijns weg. Vroeg zijn wensen van toen aan. Ik ben van eeuwigheid afgezalfd geweest. Van de aanvang van de alheden de aarde aan. 
Mede dat hier bij deze in de absent wezen. En dan is het een de overweken in de kerk om ons te bezinnen op de verwachting van het heil dat in onze Jezus gekomen is. 
Nu worden er in de bijbel verschillende uitspraken gedaan over waar de gezalfde des Here, de Messias, is wie 
voor zijn verschijning in het vlees. 
Wij spreken daar in het algemeen over, we hebben de we kunnen daarvan zingen. 
En toch, zo weinig onmiddellijke aanwijzing 
tijnd gegeven te worden in de bijbel. 
Toch is het van uitermate groot belang dat wij ons daarop bezinnen. 
Want wie is dat kind dat in dat bij hem zal geboren is. 
Het is, ja, maar de mens gesproken, is hij geboren uit het volk van Israël, uit de maagd Maria. Een merkwaardig is dat hij naar de joodse 
overneging 
terwijl volstrekt behoort tot het joodse volk, want 
iemand geld tot op de huidige dag voor Jood die uit een joodse moeder geboren is. Jezus is uit een joodse moeder geboren. 
Maar die eerste verhalen van Lucas en ook van Mattheus spreken ons van die wonderbare geboorte. 
Er zijn tegenwoordig stemmen die ons willen wijsmaken dat dit niet wezenlijk zou zijn. 
Ehm, dat dit een soort van moderne of mythologische inkleding zou zijn. Modern dan in de zin eh, ten opzichte van de oudtestamentische van het oudtestamentische getuigenis. We zinnen nu langzamerhand ook gedeeltelijk die in de midde groepen van de kerk door dringen van, nu ja, het kan wel zo geweest zijn, maar het is niet bepaald noodzakelijk dat het uitgebroken wordt. 
En wat zijn dan de bezwaren? 
De bezwaren zijn altijd dat men alles van God wil binnen de beperking van menselijke mogelijkheden van wat wij kunnen overzien. 
En dat is natuurlijk zo ontzaglijk beperkt om het heil te willen opsluiten daarin. 
Hoe zouden we één ding van God kunnen willen zeggen als het binnen ons begrip zou moeten vallen? 
Nee, het evangelie spreekt ons van de wonderbare geboorte. 
Geen menselijke slaven, verwekt door de Heilige Geest in Maria. 
Wondere dingen die helemaal niet nieuw zijn in de heilige schrift. Ze zijn aangegeven als voorafschaduwingen in de wonderbare geboorte 
van Isaac uit de verstorvene Abraham en Sarah. 
Het wordt doorgezet als laatste
EjQKMgEMOdbHz1lD7NOC8lD5tEphqWPaSO0UiCBpnTDC87KNJd/nzKwQbGubA62kSNonszvs

F. de Graaff (1918-1993): studie Utrecht, kand. 1947, Well-Ammerzoden-hg 1947, Apeldoorn-hg 1952, Rotterdam-hg 1956, Hattem-hg 1967-84. Bron: dominees.nl.

De afbeelding is afkomstig van de website van Bart Gijsbertsen.

Literatuur:

Slageren, J. van, en J. van Sluis. z.d. ‘Frank de Graaff’. In Biografisch lexicon voor de geschiedenis van het Nederlands protestantisme 6. Geraadpleegd 31 mei 2026. https://resources.huygens.knaw.nl/retroboeken/blnp/#page = 96&source = 6&view = imagePane&accessor = accessor_index.