[12] 2Kon. 7: 9

Voorganger

Kooten, W.H.

Datum preek

15 november 1981

U kunt de preek hier beluisteren en lezen, of de tekst van de preek kopiëren naar het klembord.

Gemeente, daar was grote nood in Israël.

Met name in Samaria, de hoofdstad.

Hongersnood was het. En dat is een verschrikkelijke nood.

En als de hongersnood in een land is,

dan wordt immers ook de stad het eerst

en het zwaarst getroffen.

De ouder en herinneren zich uit de jaren 40-45,

hoe moeilijk het juist voor de steden was,

om nog enig voedsel bij elkaar te kunnen schrapen.

En het is trouwens altijd en overal zo.

De steden worden het zwaarst getroffen.

Ook in onze tijd.

Als er honger dreigt in een land als Polen of India,

het zijn juist de steden, die er het diepst onderdoor moeten en zwaarst van te lijden hebben.

Waarom? Wel,

omdat er in de stad immers

wel veel monden zijn,

maar geen landerijen,

waar het koren kan worden verbouwd en geen weilanden,

waar de runderen kunnen grazen.

En daar moeten we toch tenslotte allen van hebben.

Wat zelfs niet zo zegt de Schrift.

Zo treffend en juist.

De koning van het land gevoed.

Honger dus in Samaria, met name,

maar ook in heel Israël wel.

Nu had Samaria daar zelf schuld aan.

Het had er wel degelijk schuld ook zelf aan, dat de nood zo hoog was gestegen.

Want Samaria had geen maatregelen genomen,

toen het nog kon.

Geen voorraden aangelegd,

toen er nog volop was.

Nee,

Samaria was overmoedig geworden,

na wat zich op de markt van Samaria had afgespeeld,

toen de profeet Elisa verblinde Syrische soldaten

Samaria spoorten had binnengeleid

en op de markt had afgeleverd aan koning Joram.

En dan had Joram ze dan willen doden om het ze af te rekenen.

Elisa had toen toch voor ze gepleit

en ze hadden mogen terugkeren naar hun vaderland.

Dat gebeuren,

die nederlaag van het machtige Syrische leger,

had Samaria zorgeloos gemaakt.

En begrijpelijk ook, want sindsdien

waren de Syrische legers

niet meer plunderend en rovend in het land Israël verschenen.

Ze waren niet meer gekomen

met benden tegelijk,

om steden en dorpen te overvallen

en om de landerijen leeg te halen.

Ze hielden zich stil,

na wat er op die markt van Samaria was gebeurd

en Samaria was er zorgeloos door geworden.

En gemeente, we mogen ons wel afvragen,

of we niet veel van die gemoedstoestand van Samaria

in onze tijd terugvinden en herkennen kunnen.

Overmoed

en zorgeloosheid

beheersen ook nu het leven van zeer velen.

Ze leven vanuit de gedachte, och,

we zijn toch allen verzekerd,

van de wieg tot het graf,

wat kan


Deze tekst is een automatische transcriptie met behulp van kunstmatige intelligentie. Als u eventuele fouten in deze tekst wilt (helpen) verbeteren, wilt u ons dat dan laten weten?


Gemeente,
daar was grote nood in Israël.

Met name in Samaria, de hoofdstad.

Hongersnood was het.
En dat is een verschrikkelijke nood.

En als de hongersnood in een land is,

dan wordt immers ook de stad het eerst

en het zwaarst getroffen.

De ouder en herinneren zich uit de jaren 40-45,

hoe moeilijk het juist voor de steden was,

om nog enig voedsel bij elkaar te kunnen schrapen.

En het is trouwens altijd en overal zo.

De steden worden het zwaarst getroffen.

Ook in onze tijd.

Als er honger dreigt in een land als Polen of India,

het zijn juist de steden,
die er het diepst onderdoor moeten en zwaarst van te lijden hebben.

Waarom?
Wel,

omdat er in de stad immers

wel veel monden zijn,

maar geen landerijen,

waar het koren kan worden verbouwd en geen weilanden,

waar de runderen kunnen grazen.

En daar moeten we toch tenslotte allen van hebben.

Wat zelfs niet zo zegt de Schrift.

Zo treffend en juist.

De koning van het land gevoed.

Honger dus in Samaria, met name,

maar ook in heel Israël wel.

Nu had Samaria daar zelf
schuld aan.

Het had er wel degelijk schuld ook zelf aan,
dat de nood zo hoog was gestegen.

Want Samaria had geen maatregelen genomen,

toen het nog kon.

Geen voorraden aangelegd,

toen er nog volop was.

Nee,

Samaria was overmoedig geworden,

na wat zich op de markt van Samaria had afgespeeld,

toen de profeet Elisa verblinde Syrische soldaten

Samaria spoorten had binnengeleid

en op de markt had afgeleverd
aan koning Joram.

En dan had Joram ze dan willen doden om het ze af te rekenen.

Elisa had toen toch voor ze gepleit

en ze hadden mogen terugkeren
naar hun vaderland.

Dat gebeuren,

die nederlaag van het machtige Syrische leger,

had Samaria zorgeloos gemaakt.

En begrijpelijk ook, want sindsdien

waren de Syrische legers

niet meer plunderend en rovend in het land Israël verschenen.

Ze waren niet meer gekomen

met benden tegelijk,

om steden en dorpen te overvallen

en om de landerijen leeg te halen.

Ze hielden zich stil,

na wat er op die markt van Samaria was gebeurd

en Samaria was er zorgeloos door geworden.

En gemeente, we mogen ons wel afvragen,

of we niet veel van die gemoedstoestand van Samaria

in onze tijd terugvinden en herkennen kunnen.

Overmoed

en zorgeloosheid

beheersen ook nu het leven van zeer velen.

Ze leven vanuit de gedachte, och,

we zijn toch allen verzekerd,

van de wieg tot het graf,

wat kan

W.H. van Kooten (1924-2003): studie Utrecht, kand. 1950, Langerak-hg 1950, Hasselt-hg 1952, Oud-Beijerland-hg 1961, Harderwijk-hg 1966, Rotterdam-Hillegersberg-hg 1971, Diakonale Gezondheidszorg Sommelsdijk 1983-89, g.v. Het Oude Land 1989-1992, hulppred. Maassluis-hg, Cillaarshoek-hg. Bron: dominees.nl.