[49] Ef. 1: 3
Collectie: 2412-noorlandt-tape-150
U kunt de preek hier beluisteren en lezen, of de tekst van de preek kopiëren naar het klembord.
Mijn lieftalige broeders en zusters, zoals ieder ander. Een burger, een burgeres in de maatschappij, een vader, een moeder, een jongen, een oud mens, dat is de christen. Dat is de christen, zo zijn ze voor het oog der mensen. Ja, christenmensen hebben ook hun gebreken en fouten. Evenals anderen. Ze kunnen ook wel eens ontevreden zijn, mopperen en klagen en delibereren, lachten ze zo en hebben ze gedragen om over ernstige zonden maar te zwijgen. En dat geldt niet alleen van christenen persoonlijk, maar ook van hele gemeente, christengemeente. Hoe ziet die gemeente eruit? Hoe ziet onze gemeente eruit? We kunnen gerust zeggen, ze ziet er net uit als de gemeente van Efeze in de dagen van de apostel Paulus. U moet die brief maar eens lezen van het begin tot het eind. Die brief waarin die onze tekstenwoorden ontleed hebben en dan komt u tussen de regels heel wat tegen. Er was in die gemeente te Efeze zo, merken wij op, wrijving, onverdraagzaamheid, niet de lofheid en hoogmoed. En dan heb ik nog niet eens alles genoemd, tussen de regels door heeft de apostel Paulus in zijn brief de gemeente van Efeze heel wat te verwijten gehad. Eén ding wil ik echter nog noemen, men bedacht in Efeze geen en deed zo weinig de genade Gods en de heiligheid van de hemelse roeping waarmee wij christenen in ons leven geroepen zijn. Men leest in Efeze zo laag bij de grond, zo dicht bij het aardse, het wereldse, het vergankelijke. En zat die gemeente, zo blijkt uit deze brief, zo weinig die vol, daar hadden we heel wat meer gericht op de dingen van de wereld dan op de dingen van het koninkrijk Gods. Men kwam niet uit boven de dingen van deze wereld. Men bedacht veel te weinig wat de Here Jezus Christus geschonken heeft. Men leest veel meer bij de dingen van de dag dan bij hetgeen de eeuwigheid aangaat. Zo en de gemeente van Efeze bestond uit christenmensen die te veel, te alledag de wereld in slaan. Zie, dat is de enige kant van het christenzijn. En u vindt dat niet alleen in Efeze, maar overal. Toen en nu. Zo is de gemeente helaas doorgaan, zo zijn wij doorgaan. De gemeente van Efeze is een spiegelbeeld van alle gemeenten. Het is dat lot van die gemeente niet zo heel erg goed te zeggen. Het christenleven bloeit niet altijd uit. Wij zijn niet altijd de stad op een berg en een licht op de kandelaar. En toch, dit is niet het enige wat er te zeggen valt over het christenleven. Het heeft ook een andere kant, geluk en waar. En om nu die tonen gemeente die andere kant, dan moet u mee naar een heel andere plaats, niet naar Efeze maar naar Rome. Is dat niet mijn andere. En dan ziet u daar een man, een christen opgesloten in die gevangenis, waarom? Omdat hij een christen is, omdat hij een apostel van Jezus Christus is. En u begrijpt wel, die laat niet op het oog hebben. Paulus, de schrijver van deze brief, hij zat in de gevangenis. Op meer dan één plaats in deze brief zelf geeft hij dat duidelijk blijk van. En de meeste uitleggers van onze brief zijn er wel op vast van overtuigd dat hij de gevangenis te Rome geweest is, van waaruit Paulus deze brief heeft geschreven. Paulus zat dus in de gevangenis. En er was met hem was er met hem ook net als in de gemeente van Efeze stond ook bij de apostel Paulus het geestelijk leven, absoluut de laatste, was er ook bij hem alleen maar de alledaagsheid. Als u een antwoord wilt op deze vragen, dan moet de gemeente onze tekstwoorden eens lezen. Gezegend zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus. Jo gezegendheid, met alle geestelijke zegeningen in de hemel in Christus. U hoort dat van zijn hoge onverheven. EjQKMgEMOdbHfh4209bWCatcvtXaCjIouyd0+5sNX3HiNQl7nTIlG4e2jfIl631eKsPVAsGJ
Deze tekst is een automatische transcriptie met behulp van kunstmatige intelligentie. Als u eventuele fouten in deze tekst wilt (helpen) verbeteren, wilt u ons dat dan laten weten?
Mijn lieftalige broeders en zusters, zoals ieder ander. Een burger, een burgeres in de maatschappij, een vader, een moeder, een jongen, een oud mens, dat is de christen. Dat is de christen, zo zijn ze voor het oog der mensen. Ja, christenmensen hebben ook hun gebreken en fouten. Evenals anderen. Ze kunnen ook wel eens ontevreden zijn, mopperen en klagen en delibereren, lachten ze zo en hebben ze gedragen om over ernstige zonden maar te zwijgen. En dat geldt niet alleen van christenen persoonlijk, maar ook van hele gemeente, christengemeente. Hoe ziet die gemeente eruit? Hoe ziet onze gemeente eruit? We kunnen gerust zeggen, ze ziet er net uit als de gemeente van Efeze in de dagen van de apostel Paulus. U moet die brief maar eens lezen van het begin tot het eind. Die brief waarin die onze tekstenwoorden ontleed hebben en dan komt u tussen de regels heel wat tegen. Er was in die gemeente te Efeze zo, merken wij op, wrijving, onverdraagzaamheid, niet de lofheid en hoogmoed. En dan heb ik nog niet eens alles genoemd, tussen de regels door heeft de apostel Paulus in zijn brief de gemeente van Efeze heel wat te verwijten gehad. Eén ding wil ik echter nog noemen, men bedacht in Efeze geen en deed zo weinig de genade Gods en de heiligheid van de hemelse roeping waarmee wij christenen in ons leven geroepen zijn. Men leest in Efeze zo laag bij de grond, zo dicht bij het aardse, het wereldse, het vergankelijke. En zat die gemeente, zo blijkt uit deze brief, zo weinig die vol, daar hadden we heel wat meer gericht op de dingen van de wereld dan op de dingen van het koninkrijk Gods. Men kwam niet uit boven de dingen van deze wereld. Men bedacht veel te weinig wat de Here Jezus Christus geschonken heeft. Men leest veel meer bij de dingen van de dag dan bij hetgeen de eeuwigheid aangaat. Zo en de gemeente van Efeze bestond uit christenmensen die te veel, te alledag de wereld in slaan. Zie, dat is de enige kant van het christenzijn. En u vindt dat niet alleen in Efeze, maar overal. Toen en nu. Zo is de gemeente helaas doorgaan, zo zijn wij doorgaan. De gemeente van Efeze is een spiegelbeeld van alle gemeenten. Het is dat lot van die gemeente niet zo heel erg goed te zeggen. Het christenleven bloeit niet altijd uit. Wij zijn niet altijd de stad op een berg en een licht op de kandelaar. En toch, dit is niet het enige wat er te zeggen valt over het christenleven. Het heeft ook een andere kant, geluk en waar. En om nu die tonen gemeente die andere kant, dan moet u mee naar een heel andere plaats, niet naar Efeze maar naar Rome. Is dat niet mijn andere. En dan ziet u daar een man, een christen opgesloten in die gevangenis, waarom? Omdat hij een christen is, omdat hij een apostel van Jezus Christus is. En u begrijpt wel, die laat niet op het oog hebben. Paulus, de schrijver van deze brief, hij zat in de gevangenis. Op meer dan één plaats in deze brief zelf geeft hij dat duidelijk blijk van. En de meeste uitleggers van onze brief zijn er wel op vast van overtuigd dat hij de gevangenis te Rome geweest is, van waaruit Paulus deze brief heeft geschreven. Paulus zat dus in de gevangenis. En er was met hem was er met hem ook net als in de gemeente van Efeze stond ook bij de apostel Paulus het geestelijk leven, absoluut de laatste, was er ook bij hem alleen maar de alledaagsheid. Als u een antwoord wilt op deze vragen, dan moet de gemeente onze tekstwoorden eens lezen. Gezegend zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus. Jo gezegendheid, met alle geestelijke zegeningen in de hemel in Christus. U hoort dat van zijn hoge onverheven.
EjQKMgEMOdbHfh4209bWCatcvtXaCjIouyd0+5sNX3HiNQl7nTIlG4e2jfIl631eKsPVAsGJ
