[44] Hand. 2: 16-18

pinksteren
Voorganger

Exalto, K.

Datum preek

10 juni 1983

U kunt de preek hier beluisteren en lezen, of de tekst van de preek kopiëren naar het klembord.

Gemeente, het Pinkstergebeuren te Jeruzalem is voor meer dan één uitleg vatbaar geweest. Er zijn er geweest die er niet anders dan een gewone dronkenschap in hebben gezien. Zij worden in ons hoofdstuk de spotters genoemd. Petrus echter heeft in naam van al de apostelen er een heel andere uitleg aangegeven. Onze tekstwoorden leren ons dat hij het Pinkstergebeuren gezien heeft in het licht van de oude profetie, van het Oude Testament, met name in het licht van de profetie van Joël. En dan zei er in de derde plaats ook nog geweest die twijfelmoedig waren, die met het Pinkstergebeuren geen raad wisten, die op de wip zaten en tegen elkander zeiden: Wat wil toch dit zijn? Wij schenken gemeente een ogenblik aandacht aan de spotters. Ze hielden hetgeen zij zagen bij de apostelen dus voor dronkenschap. Ze zeiden van de apostelen, ze zijn vol zoete wijn. Het klinkt ons benauwd en godslasterlijk in de oren. Wij allen zijn immers diep overtuigd van de heiligheid van de Here Geest, van de heiligheid van Pinksteren en van de heiligheid van de Pinkstertekenen en dan die smalende opmerking: ze zijn vol zoete wijn. Zo’n opmerking irriteert ons, grieft ons, we worden verontwaardigd. Wat een lelijke spot zeggen we dan. Je moet er maar durven om het werk van de Heilige Geest te vereenzelvigen met dronkenschap. Gemeente dat alles voelen wij met u mee en wij denken er ook zo over. Wij geven u toe het was lelijke spot, het was verkeerd, het was zondig om op deze wijze te reageren op hetgeen te zien was, de uitstorting van de Heilige Geest. En toch we zullen wel moeten bedenken dat er enige aanleiding toe was om te denken aan dronkenschap. Want op die eerste Pinksterdag te Jeruzalem te zien en te horen was, was waarlijk niet gewoon. Het was heel vreemd. Het leek uiterlijk zelfs waanzinnig. Het had uiterlijk wel iets weg van dronkenschap. Vooral het spreken in andere talen en dan met zoveel gloed en vurigheid als bij de apostelen het geval was. De apostelen waren één en al beweging, ze waren één en al actie, ze waren één en al vurigheid. Die vurige tongen die op hun hoofden werden gezien vertolkte precies hetgeen ook uiterlijk aan hen te zien was. Ze hadden niet alleen vurige tongen boven zich, maar ook in zich. Hun tongen waren één en al vuur. Het is dus geen wonder dat er waren namelijk ongelovigen die het Pinkstergebeuren hielden voor dronkenschap. En hier komt dan nog iets bij, namelijk dit dat voor de ogen der omstanders verborgen was, hetgeen zich innerlijk in de harten der apostelen afspeelde. Als wij lezen in ons hoofdstuk: ze werden allen vervuld met de Heilige Geest, dan moet u wel bedenken gemeente dat dat niet te zien was. De tekenen waren wel te zien en te horen, het geluid en de vurige tongen en het spreken in andere talen, maar niet de gaven van de Heilige Geest. De Heilige Geest, zijn naam zegt het al is een geest en een geest is immers niet te zien. Of iemand de Heilige Geest heeft ontvangen dat is aan hem niet te zien. De Geest is geestelijk en hij komt in ons innerlijk. De Heilige Geest neemt woning in ons hart. Buitenstaanders zien het niet en buitenstaanders bemerken het niet. Toen de Heilige Geest werd uitgestort en al de discipelen vervuld werden met de Heilige Geest, was dat van de buitenkant door de omstanders dus niet te zien. Ze zagen wel de vurige tongen en ze hoorden de wind en ze hoorden het spreken in andere talen, maar wat er eigenlijk gebeurde, het vervuld worden van de discipelen met de Heilige Geest, dat zagen en hoorden zij niet. Dat hebben ze alleen maar kunnen geloven. En aangezien onder de massa van het volk ook vele ongelovigen waren zeiden zij: ze zijn vol zoete wijn. Gemeente wat er op Pinksteren gebeurt.


Deze tekst is een automatische transcriptie met behulp van kunstmatige intelligentie. Als u eventuele fouten in deze tekst wilt (helpen) verbeteren, wilt u ons dat dan laten weten?


Gemeente, het Pinkstergebeuren te Jeruzalem is voor meer dan één uitleg vatbaar geweest. Er zijn er geweest die er niet anders dan een gewone dronkenschap in hebben gezien. Zij worden in ons hoofdstuk de spotters genoemd. Petrus echter heeft in naam van al de apostelen er een heel andere uitleg aangegeven. Onze tekstwoorden leren ons dat hij het Pinkstergebeuren gezien heeft in het licht van de oude profetie, van het Oude Testament, met name in het licht van de profetie van Joël. En dan zei er in de derde plaats ook nog geweest die twijfelmoedig waren, die met het Pinkstergebeuren geen raad wisten, die op de wip zaten en tegen elkander zeiden: Wat wil toch dit zijn? Wij schenken gemeente een ogenblik aandacht aan de spotters. Ze hielden hetgeen zij zagen bij de apostelen dus voor dronkenschap. Ze zeiden van de apostelen, ze zijn vol zoete wijn. Het klinkt ons benauwd en godslasterlijk in de oren. Wij allen zijn immers diep overtuigd van de heiligheid van de Here Geest, van de heiligheid van Pinksteren en van de heiligheid van de Pinkstertekenen en dan die smalende opmerking: ze zijn vol zoete wijn. Zo'n opmerking irriteert ons, grieft ons, we worden verontwaardigd. Wat een lelijke spot zeggen we dan. Je moet er maar durven om het werk van de Heilige Geest te vereenzelvigen met dronkenschap. Gemeente dat alles voelen wij met u mee en wij denken er ook zo over. Wij geven u toe het was lelijke spot, het was verkeerd, het was zondig om op deze wijze te reageren op hetgeen te zien was, de uitstorting van de Heilige Geest. En toch we zullen wel moeten bedenken dat er enige aanleiding toe was om te denken aan dronkenschap. Want op die eerste Pinksterdag te Jeruzalem te zien en te horen was, was waarlijk niet gewoon. Het was heel vreemd. Het leek uiterlijk zelfs waanzinnig. Het had uiterlijk wel iets weg van dronkenschap. Vooral het spreken in andere talen en dan met zoveel gloed en vurigheid als bij de apostelen het geval was. De apostelen waren één en al beweging, ze waren één en al actie, ze waren één en al vurigheid. Die vurige tongen die op hun hoofden werden gezien vertolkte precies hetgeen ook uiterlijk aan hen te zien was. Ze hadden niet alleen vurige tongen boven zich, maar ook in zich. Hun tongen waren één en al vuur. Het is dus geen wonder dat er waren namelijk ongelovigen die het Pinkstergebeuren hielden voor dronkenschap. En hier komt dan nog iets bij, namelijk dit dat voor de ogen der omstanders verborgen was, hetgeen zich innerlijk in de harten der apostelen afspeelde. Als wij lezen in ons hoofdstuk: ze werden allen vervuld met de Heilige Geest, dan moet u wel bedenken gemeente dat dat niet te zien was. De tekenen waren wel te zien en te horen, het geluid en de vurige tongen en het spreken in andere talen, maar niet de gaven van de Heilige Geest. De Heilige Geest, zijn naam zegt het al is een geest en een geest is immers niet te zien. Of iemand de Heilige Geest heeft ontvangen dat is aan hem niet te zien. De Geest is geestelijk en hij komt in ons innerlijk. De Heilige Geest neemt woning in ons hart. Buitenstaanders zien het niet en buitenstaanders bemerken het niet. Toen de Heilige Geest werd uitgestort en al de discipelen vervuld werden met de Heilige Geest, was dat van de buitenkant door de omstanders dus niet te zien. Ze zagen wel de vurige tongen en ze hoorden de wind en ze hoorden het spreken in andere talen, maar wat er eigenlijk gebeurde, het vervuld worden van de discipelen met de Heilige Geest, dat zagen en hoorden zij niet. Dat hebben ze alleen maar kunnen geloven. En aangezien onder de massa van het volk ook vele ongelovigen waren zeiden zij: ze zijn vol zoete wijn. Gemeente wat er op Pinksteren gebeurt.

K. Exalto (1919-2003): kand. 1955, Brakel-hg 1955, Melissant-hg 1960, Noordeloos-hg 1966, Hasselt-hg 1972, Benthuizen-hg 1978-85. Bron: dominees.nl.