[22] Hoogl. 2: 5-7
Collectie: 2412-noorlandt-tape-150
U kunt de preek hier beluisteren en lezen, of de tekst van de preek kopiëren naar het klembord.
Het gaat hier over de liefde van de bruid tot Christus. We letten dan in de eerste plaats op haar liefdesverlangen en we staan in de tweede plaats stil bij haar liefdesvrees. Dus de liefde van de bruid tot Christus, allereerst haar liefdesverlangen waar, zegt ze, ondersteunt mij met flessen, versterk mij met appelen, want ik ben krank van liefde. En zijn linkerhand zij onder mijn hoofd en zijn rechterhand omhelze mij. Haar liefdesverlangen. In de tweede plaats, haar liefdesvrees. Ik bezweer u, gij dochteren van Jeruzalem, die bij de reën of bij de hinden des velds zijt, dat gij die liefde niet opwekt noch wakker maakt totdat het de zelve luste. We hebben gezien, geliefde, dat Sulemith, de bruid, in het wijnhuis gevoerd is en dat de liefde een banier over haar was. En wat heeft de bruid daar goed gehad. Daar heeft ze zijn liefde mogen smaken en daar heeft ze mogen rusten aan zijn hart. Wat zijn dat toch hoogtijdagen in het leven van hoofdkerk. Als de dis des verbonds toegerecht staat in het midden van de gemeente en als het hen gegeven wordt aan te mogen gaan aan de dis. En wanneer dan de bediening van het sacrament beantwoord mag aan het doel waartoe het door Christus verordend is. Wanneer ze, aan zittend aan de dis, rust mogen vinden in dat volbrachte werk van Vorst Emmanuel. En wanneer ze ook grond daarvan mogen smaken die zoete vrede met God die alle verstand te boven gaat en wanneer ze een voorsmaak mogen ontvangen van dat wat straks in de hemel volmaakt zal worden genoten. Wanneer ze een ogenblikje hier zalig mogen zijn. Is dat met u vanmorgen nog zo geweest? Avondmaalgangers en avondmaalgangsters. Is het u vanmorgen nog meegevallen? Want u zag daar ongetwijfeld tegen op. U kunt in de week van voorbereiding bijzonder bestreden geweest zijn. En dan kunnen we het bang hebben of we kunnen in de week van voorbereiding proberen ons op te knappen en het ons waard te maken. En als dat dan niet lukt, als we het dan zo slechter afbrengen, als we het dan zo verknoeien, als we de breuk alleen maar erger maken, geliefde, dan wordt het van onze zijde al gezien zo onmogelijk. Maar wat zijn we dan toch op een verkeerde manier bezig? Wat handelen we dan toch dwaas? Want het is niet zo dat hij u lief heeft, omdat u hem lief hebt. Integendeel. Het is net andersom. Als u hem liefhebben mag, dan is dat alleen maar vrucht van het feit dat hij u wilde beminnen. Het is niet zo dat wij die liefde gaande hebben gemaakt en dat wij die liefde onze waard hebben gemaakt. Hij heeft ons lief, niet omdat wij zo lieftallig zijn, niet omdat er in ons iets is, wat hem tot liefhebben noopt, maar hij heeft alleen mensenkinderen lief, omdat hij die mensenkinderen lief wil hebben en dan is er geen enkel onderscheid met anderen die hij in zijn liefde voorbijgaat, dan maakt hij alleen maar onderscheid. En als daar dan iets van geproeft, iets van gezien, iets van verklaard mag worden. Maar geliefde, wat kunnen dan de nevels opklaren? Wat komt er dan ruimte? Dan kan het niet anders of een mens die hem niets aan te bieden heeft, gaat zich verwonderen over dat wat Christus hem aan te bieden heeft. EjQKMgEMOdbHJU+LPjGi+WDS6hG/JLI5/ekpnOqgRKR0OzzOXckScrynVjBzd6I5aiQgw7/6
Deze tekst is een automatische transcriptie met behulp van kunstmatige intelligentie. Als u eventuele fouten in deze tekst wilt (helpen) verbeteren, wilt u ons dat dan laten weten?
Het gaat hier over de liefde van de bruid tot Christus. We letten dan in de eerste plaats op haar liefdesverlangen en we staan in de tweede plaats stil bij haar liefdesvrees. Dus de liefde van de bruid tot Christus, allereerst haar liefdesverlangen waar, zegt ze, ondersteunt mij met flessen, versterk mij met appelen, want ik ben krank van liefde. En zijn linkerhand zij onder mijn hoofd en zijn rechterhand omhelze mij. Haar liefdesverlangen. In de tweede plaats, haar liefdesvrees. Ik bezweer u, gij dochteren van Jeruzalem, die bij de reën of bij de hinden des velds zijt, dat gij die liefde niet opwekt noch wakker maakt totdat het de zelve luste.
We hebben gezien, geliefde, dat Sulemith, de bruid, in het wijnhuis gevoerd is en dat de liefde een banier over haar was. En wat heeft de bruid daar goed gehad. Daar heeft ze zijn liefde mogen smaken en daar heeft ze mogen rusten aan zijn hart. Wat zijn dat toch hoogtijdagen in het leven van hoofdkerk. Als de dis des verbonds toegerecht staat in het midden van de gemeente en als het hen gegeven wordt aan te mogen gaan aan de dis.
En wanneer dan de bediening van het sacrament beantwoord mag aan het doel waartoe het door Christus verordend is. Wanneer ze, aan zittend aan de dis, rust mogen vinden in dat volbrachte werk van Vorst Emmanuel. En wanneer ze ook grond daarvan mogen smaken die zoete vrede met God die alle verstand te boven gaat en wanneer ze
een voorsmaak mogen ontvangen van dat wat straks in de hemel volmaakt zal worden genoten. Wanneer ze een ogenblikje hier zalig mogen zijn. Is dat met u vanmorgen nog zo geweest? Avondmaalgangers en avondmaalgangsters.
Is het u vanmorgen nog meegevallen? Want u zag daar ongetwijfeld tegen op.
U kunt in de week van voorbereiding bijzonder bestreden geweest zijn. En dan kunnen we het bang hebben of we kunnen in de week van voorbereiding proberen ons op te knappen en het ons waard te maken. En als dat dan niet lukt, als we het dan zo slechter afbrengen, als we het dan zo verknoeien, als we de breuk alleen maar erger maken, geliefde, dan wordt het van onze zijde al gezien zo onmogelijk.
Maar wat zijn we dan toch op een verkeerde manier bezig? Wat handelen we dan toch dwaas? Want het is niet zo dat hij u lief heeft, omdat u hem lief hebt.
Integendeel. Het is net andersom. Als u hem liefhebben mag, dan is dat alleen maar vrucht van het feit dat hij u wilde beminnen. Het is niet zo dat wij die liefde gaande hebben gemaakt en dat wij die liefde onze waard hebben gemaakt.
Hij heeft ons lief, niet omdat wij zo lieftallig zijn, niet omdat er in ons iets is, wat hem tot liefhebben noopt, maar hij heeft alleen mensenkinderen lief, omdat hij die mensenkinderen lief wil hebben en dan is er geen enkel onderscheid met anderen die hij in zijn liefde voorbijgaat, dan maakt hij alleen maar onderscheid. En als daar dan iets van geproeft, iets van gezien, iets van verklaard mag worden. Maar geliefde, wat kunnen dan de nevels opklaren? Wat komt er dan ruimte? Dan kan het niet anders of een mens die hem niets aan te bieden heeft, gaat zich verwonderen over dat wat Christus hem aan te bieden heeft.
EjQKMgEMOdbHJU+LPjGi+WDS6hG/JLI5/ekpnOqgRKR0OzzOXckScrynVjBzd6I5aiQgw7/6
