[41] Mar. 2: 3
Collectie: 2412-noorlandt-tape-150
U kunt de preek hier beluisteren en lezen, of de tekst van de preek kopiëren naar het klembord.
Gemeente, een triest beeld trekt vanmorgen onze aandacht. We vinden nergens in Kapernaum een mens die geheel verlamd is. Wat een beklagenswaardige gestalten zijn dit in onze samenleving. Je kent ze wel, ook van dichtbij. Jongeren en ouderen, die soms geholpen worden door anderen. Andere mensen kunnen zich vrij bewegen, maar die man hier is gebonden aan zijn bed. Hij wacht alleen op één ding en dat is dat eenmaal de dood hem verlossen zal uit zijn lijden, want voor deze maatschappij betekent hij schijnbaar toch niets meer. En daarbij onderwezen in de leer der Farizeeën. Ziet u echt Oosters? Dat zijn lijden nou in verband staat met de zonde. En inderdaad, waren er geen zonden, er waren geen wonden. Alleen we mogen nooit zeggen dat iemand om een bepaalde zonde lijdt. Maar toch, zie deze man hier. Zijn lichamelijk lijden, ook als een zonde. Hij is niet alleen machteloos naar het lichaam. Hij gaat ook gebukt onder een andere last. De last van zijn zonde, zo zien wij die man niet. Nee, maar Jezus ziet hem zo. Waar er staat: En Jezus, ziende hun geloof, zei: “Zoon, uw zonden zijn u vergeven.” Die man ligt dus neer gedrukt op zijn ziekbed met een zware last op zijn ziel. Waar komt die nou van die last af, gemeente? Hoe wordt hij nou nog gezond? Zie, die man is aangedaan, want we gaan het beeld van een mens tekenen. Machteloos, gedrukt en gebukt onder een zware last. Dat is het beeld van elke ontdekte ziel. Want zo liggen we allemaal, gemeente, geestelijk. Alleen niet ieder verstaat dat daar is genade voor nodig. We noemen onszelf wel zondaar, ja, zeker. Zijn hier ook zondaars? Ja, natuurlijk, dominee. Wij allemaal hier in de kerk. Mensen, weet je wat je daarmee uitspreekt? Dat spreek je mee uit dat je een afgesneden zijt van de boom des levens. Van nature een vervloekte en ellendige en dat je er ernstig aan toe bent, dat het dood onderworpen zijn. Deze man verstond het dat hij machteloos was. En we zeiden het, niet ieder gevoelt het en niet ieder gaat er onder gebukt. De mens waant zich immers vrij, we hebben toch een vrije wil? Je kan het toch zomaar nemen? Mens, als je nou toch maar wil. Wij bepalen toch een moment wat goed is. Wij leven toch naar het goed denken van ons eigen hart. En we bemerken niet dat we geleid worden. We worden geleid. Het gehele wereldgebeuren bepaalt de gang van de mens en de dwaze mens met zijn wrede pogingen, met zijn kwakzalverij. Die ziet het niet. Dat EjQKMgEMOdbHcxHWQ8m0ct0CGOYKZlfJvMpM/6AwYOOcPj7eKOAsCVa78eKPYXswM4b8K35U
Deze tekst is een automatische transcriptie met behulp van kunstmatige intelligentie. Als u eventuele fouten in deze tekst wilt (helpen) verbeteren, wilt u ons dat dan laten weten?
Gemeente, een triest beeld trekt vanmorgen onze aandacht. We vinden nergens in Kapernaum een mens die geheel verlamd is. Wat een beklagenswaardige gestalten zijn dit in onze samenleving. Je kent ze wel, ook van dichtbij. Jongeren en ouderen, die soms geholpen worden door anderen. Andere mensen kunnen zich vrij bewegen, maar die man hier is gebonden aan zijn bed. Hij wacht alleen op één ding en dat is dat eenmaal de dood hem verlossen zal uit zijn lijden, want voor deze maatschappij betekent hij schijnbaar toch niets meer. En daarbij onderwezen in de leer der Farizeeën. Ziet u echt Oosters? Dat zijn lijden nou in verband staat met de zonde. En inderdaad, waren er geen zonden, er waren geen wonden. Alleen we mogen nooit zeggen dat iemand om een bepaalde zonde lijdt. Maar toch, zie deze man hier. Zijn lichamelijk lijden, ook als een zonde. Hij is niet alleen machteloos naar het lichaam. Hij gaat ook gebukt onder een andere last. De last van zijn zonde, zo zien wij die man niet. Nee, maar Jezus ziet hem zo. Waar er staat: En Jezus, ziende hun geloof, zei: "Zoon, uw zonden zijn u vergeven." Die man ligt dus neer gedrukt op zijn ziekbed met een zware last op zijn ziel. Waar komt die nou van die last af, gemeente? Hoe wordt hij nou nog gezond? Zie, die man is aangedaan, want we gaan het beeld van een mens tekenen. Machteloos, gedrukt en gebukt onder een zware last. Dat is het beeld van elke ontdekte ziel. Want zo liggen we allemaal, gemeente, geestelijk. Alleen niet ieder verstaat dat daar is genade voor nodig. We noemen onszelf wel zondaar, ja, zeker. Zijn hier ook zondaars? Ja, natuurlijk, dominee. Wij allemaal hier in de kerk. Mensen, weet je wat je daarmee uitspreekt? Dat spreek je mee uit dat je een afgesneden zijt van de boom des levens. Van nature een vervloekte en ellendige en dat je er ernstig aan toe bent, dat het dood onderworpen zijn. Deze man verstond het dat hij machteloos was. En we zeiden het, niet ieder gevoelt het en niet ieder gaat er onder gebukt. De mens waant zich immers vrij, we hebben toch een vrije wil? Je kan het toch zomaar nemen? Mens, als je nou toch maar wil. Wij bepalen toch een moment wat goed is. Wij leven toch naar het goed denken van ons eigen hart. En we bemerken niet dat we geleid worden. We worden geleid. Het gehele wereldgebeuren bepaalt de gang van de mens en de dwaze mens met zijn wrede pogingen, met zijn kwakzalverij. Die ziet het niet. Dat
EjQKMgEMOdbHcxHWQ8m0ct0CGOYKZlfJvMpM/6AwYOOcPj7eKOAsCVa78eKPYXswM4b8K35U
