[45] Rom. 8: 26, 27

Voorganger

Baan, M.

Datum preek

18 juli 1982

U kunt de preek hier beluisteren en lezen, of de tekst van de preek kopiëren naar het klembord.

Gemeente, in Romeinen 8 laat de apostel Paulus iets zien van de geweldige rijkdom van het werk van de Heilige Geest. En dat Paulus juist in deze brief dat werk van de Heilige Geest beschrijft, dat komt omdat hij zijn lezers, allereerst die gemeente in Rome, troost wil schenken. Troost, dat had die gemeente ook wel hard nodig. Want in Rome werd de kerk des Heeren beproefd. En hoe gaat de apostel die troost dan schenken? Door die gemeente voor te houden dat de Heilige Geest waarlijk trooster is. Trooster. En de Heilige Geest, de trooster die werkt maar niet op een afstand door de kerk maar is goedmoedig wat toe te knikken en op te beuren. Nee, de Heilige Geest werkt daar op die plaats waar de troost ook nodig is, dat wil zeggen in het hart van een mens. En hoe werkt de Heilige Geest dan vertroostend in het hart? Wel, bijvoorbeeld doordat deze Geest in het hart de vrees wegneemt, de twijfel bestrijdt, alle onzekerheid uitroeit aangaande de zaligheid, zodat een arm zondaar innerlijk overtuigd wordt van de aanneming tot kinderen. Het kindschap Gods. Dat is een bron van vreugde in alle moeite en aanvechting. Daarnaast geeft de Heilige Geest, zo schrijft de apostel in dit hoofdstuk, ook nog andere troost, namelijk door de hoop. Hoe de tijden dan ook zijn en hoe het leven is, de hoop dat is een vast anker in alle stormen. En nog een andere bron van troost door de Heilige Geest noemt de apostel hier, namelijk door de inwoning van de Heilige Geest komt die Geest des Heeren de kerkgods te hulp. Die mens die elk moment geneigd is om te wankelen ondersteunt hij en zo blijkt dat Gods genade dan ook genoeg is, en dat zijn kracht in onze zwakheid wordt volbracht. Gemeente, die ondersteunende troost van de Heilige Geest daar willen we vanavond bij stilstaan, en wel zoals Paulus daarover spreekt met betrekking tot het gebed. En u vindt de tekst dan in Romeinen 8, het 26e en het 27e vers. Romeinen 8 vers 26 en 27. Er staat: En desgelijks komt ook de Geest onze zwakheden mede te hulp, want wij weten niet wat wij bidden zullen gelijk het behoort, maar de Geest zelve bidt voor ons met onuitsprekelijke zuchtingen. En die de harten doorzoekt, weet welke de mening des Geestes zij, dewijl hij naar God voor de heiligen bidt. Gemeente, in deze tekst wordt dus gesproken over iets wat de Heilige Geest doet met betrekking tot het bidden. En er zijn drie dingen, dat zijn dan meteen onze drie punten en die luiden allereerst de hulp van de Heilige Geest, ten tweede het bidden van de Heilige Geest en ten derde de mening van de Heilige Geest. Dus de hulp, het bidden en de mening van de Heilige Geest. Maar willen we eerst gaan zingen uit Psalm 42 daarvan. EjQKMgEMOdbHfiJKPGxm9sa0cN8X5rPgqyooigRNt59TbrTx/qE4mPLaLmFqvWVJ/itI6G6F


Deze tekst is een automatische transcriptie met behulp van kunstmatige intelligentie. Als u eventuele fouten in deze tekst wilt (helpen) verbeteren, wilt u ons dat dan laten weten?


Gemeente, in Romeinen 8 laat de apostel Paulus iets zien van de geweldige rijkdom van het werk van de Heilige Geest. En dat Paulus juist in deze brief dat werk van de Heilige Geest beschrijft, dat komt omdat hij zijn lezers, allereerst die gemeente in Rome, troost wil schenken. Troost, dat had die gemeente ook wel hard nodig. Want in Rome werd de kerk des Heeren beproefd. En hoe gaat de apostel die troost dan schenken? Door die gemeente voor te houden dat de Heilige Geest waarlijk trooster is. Trooster. En de Heilige Geest, de trooster die werkt maar niet op een afstand door de kerk maar is goedmoedig wat toe te knikken en op te beuren. Nee, de Heilige Geest werkt daar op die plaats waar de troost ook nodig is, dat wil zeggen in het hart van een mens. En hoe werkt de Heilige Geest dan vertroostend in het hart? Wel, bijvoorbeeld doordat deze Geest in het hart de vrees wegneemt, de twijfel bestrijdt, alle onzekerheid uitroeit aangaande de zaligheid, zodat een arm zondaar innerlijk overtuigd wordt van de aanneming tot kinderen. Het kindschap Gods. Dat is een bron van vreugde in alle moeite en aanvechting. Daarnaast geeft de Heilige Geest, zo schrijft de apostel in dit hoofdstuk, ook nog andere troost, namelijk door de hoop. Hoe de tijden dan ook zijn en hoe het leven is, de hoop dat is een vast anker in alle stormen. En nog een andere bron van troost door de Heilige Geest noemt de apostel hier, namelijk door de inwoning van de Heilige Geest komt die Geest des Heeren de kerkgods te hulp. Die mens die elk moment geneigd is om te wankelen ondersteunt hij en zo blijkt dat Gods genade dan ook genoeg is, en dat zijn kracht in onze zwakheid wordt volbracht. Gemeente, die ondersteunende troost van de Heilige Geest daar willen we vanavond bij stilstaan, en wel zoals Paulus daarover spreekt met betrekking tot het gebed. En u vindt de tekst dan in Romeinen 8, het 26e en het 27e vers. Romeinen 8 vers 26 en 27. Er staat: En desgelijks komt ook de Geest onze zwakheden mede te hulp, want wij weten niet wat wij bidden zullen gelijk het behoort, maar de Geest zelve bidt voor ons met onuitsprekelijke zuchtingen. En die de harten doorzoekt, weet welke de mening des Geestes zij, dewijl hij naar God voor de heiligen bidt. Gemeente, in deze tekst wordt dus gesproken over iets wat de Heilige Geest doet met betrekking tot het bidden. En er zijn drie dingen, dat zijn dan meteen onze drie punten en die luiden allereerst de hulp van de Heilige Geest, ten tweede het bidden van de Heilige Geest en ten derde de mening van de Heilige Geest. Dus de hulp, het bidden en de mening van de Heilige Geest. Maar willen we eerst gaan zingen uit Psalm 42 daarvan.
EjQKMgEMOdbHfiJKPGxm9sa0cN8X5rPgqyooigRNt59TbrTx/qE4mPLaLmFqvWVJ/itI6G6F

M. Baan (1905-1973).